Het lijf en de grond, ofwel de belichaming van de aarde. Datis eigenlijk wat de expositie “Body en Bodem” in Kunstlokaal No.8 wil uitdrukken, verbeelden.
In de expositie figureren Maryan Geluk met mixed media wandobjecten en Moki Last met beelden en schalen van klei. Deze kunstenaars hebben een fascinatie voor de aarde als manier van uitdrukken. Beide gaan ze de modder te lijf, de basis waarop wij allen onze geschiedenis uittekenen.

De ziel in de aarde
Het verbeelden van Moki Last heeft een lichamelijke beleving. De klei boetseert en modelleert ze tot architectonische constructies. De platen aardwerk plakken tegen elkaar, maar worden ook vaneen getrokken zodat er scheuren en gaten ontstaan. De bouwsels hebben volume. De gevormde vormen bekrast de kunstenaar met haar nagels en betast ze met de vingers. Wanneer de uitdrukking tot een hoogtepunt komt is de laatste handeling een heel persoonlijke inbeelding. Last drukt de nog natte en dus kneedbare klei tegen haar lichaam. Ze omarmt het beeld dat zich vormt langs haar lijf als in: dit is van mij, dit ben ik. Zo staat haar leven gestempeld op de plastische vormen. Ze blaast als het ware de ziel in de aarde, zoals de schepper uit stof de mens maakte. Het zijn dus letterlijk haar kinderen, die ze loslaat omdat Last vindt dat ze een eigen leven moeten leiden. In het lokaal zijn de bouwsels zo geplaatst als stellen de bouwwerken met elkaar een kleine stad samen. Als groep een imposant geheel, de ruige vormen – de huid getint met druipende verf – zijn op zichzelf staand evenwel uitstekend genietbaar. Naast deze structuren maakt Moki Last nog schalen met eenzelfde natuurlijke uitstraling. Vooral de aandachtsschaaltjes zijn bijzonder in glanzend porselein met glimmende kleuren. Ze passen in een handpalm en kunnen zo door gegeven worden.

Analyse van de grond
Voor haar objecten gaat Maryan Geluk figuurlijk de grond in. Zij forst fundamenten en volgt aardse levenslijnen. Paden en pleinen krijgen door haar vorm in textiel, omzoomd vilt om kaders te bepalen. Het zijn historische begrenzingen die ze samenbrengt met bebouwing in het heden, dat is geschaafd in gelaserd hout. Een prachtige combinatie van grondstoffen met een smaakvol resultaat. Om te laten zien wat we kwijt zijn terwijl we denken rijk te zijn met wat we hebben, daalt Geluk af in de spelonken van wat was. Als een archeoloog onderzoekt zij de bodem, graaft dieper dan de basis waarop we leven. Laag na laag. De analyse van de grond heeft een abstracte uitwerking, vormt een creatief reliëf aan de wand. In de serie “Cathedral Minds” ontrafelt Geluk de grondvesten van een kathedraal. Op verschillende manieren beschouwt ze de plattegrond, denkt ze zich het karakter van het bouwwerk daarop. Het grondvlak kan dan uitwaaieren als de wolk die langs de hemel beweegt. Of zich een reptiel denken in een plantaardige vormgeving. Veelal tekent de kunstenaar het fundament uit in lavazand op een zeekaart, als zinnebeeld van de menselijke cultuur. Een wandkleed is de plattegrond van het godshuis met zwaar aangezet het kruis in het centrum. Het kleed kan religieus doek zijn en dienen als christelijk antependium of islamitisch bidkleed. In een andere vormgeving is vooral de restruimte belangrijk, want daar heerst de stilte om te mediteren. De muren en steunberen stralen het gebouw.
Dit tweetal kunstenaars dat zich op dit moment in het kunstlokaal laat zien is zorgvuldig overdacht samengebracht door galeriehouder Marcel Prins. Zo heeft hij meerdere namen paraat, die ooit eens bij elkaar zullen passen in manier van werken of sfeer van uitdrukken: alles kan – AlleskAn.
“Body en Bodem”, werk van Moki Last en Maryan Geluk bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot 23 februari 2015.

Geef een reactie