Het is doodgewoon gewoon genieten. Van en in de tentoonstelling nu bij Kunstlokaal No.8 in Jubbega. Het oogt gezellig, is warm van karakter. De ruimte voor de kunst is ongewoon gevuld – druk bezet, maar dit maakt de uitstalling niet onrustig of roerig. Om het werk te verklaren maak ik een rondgang langs de opgestelde beelden en neergehangen schilderwerken. Maar ik kom er al snel achter dat deze werken geen uitleg verlangen en nauwelijks toelichting behoeven. Het is zichzelf, zoals het is, en laat zich geen verhaal aanpraten. Het is autonoom sprekend werk, waarbij de zintuigen op scherp staan. Toch waag ik een schot, een schot voor de boeg.
Krachtig in figuratie
De beelden van Sytske de Jong staan in het vertrek op monumentale sokkels. De dragers zijn kleurig als hout dat kan zijn, en qua volume vergelijkbaar met een spoorbiels. De werken ogen subtiel op dit voetstuk, maar staan evenwel op ooghoogte om zo ruimschoots bewonderd te worden. De meest ronde vormen ogen kwetsbaar, maar zijn krachtig in figuratie door het gebruikte materiaal. Vrijwel nergens valt een scherpe hoek te ontwaren in de beelden, die figuratie zijn zonder gelijkenis van het tastbare te worden. De kijker daarentegen wenst altijd wel iets te ontdekken in de materie, het lijnenspel en de vlakverdeling.

Bij De Jong kun je dan een enkele keer denken aan vogelmaskers en torso’s. Langs de huid, glad gepolijst uit harde steen, wil je niet de ogen de kost geven maar de vingers laten glijden. Niet bekijken, maar aanraken, betasten. Voelen hoe glad gesleten de kiezels zijn, hoe rond de lijnen in glooiingen uitlopen. In aanbidding voor de geronde vorm, totdat de zwoele ervaring fel stukbreekt op een ruw oppervlak. Hier heeft de steen structuur, schijnt uit balans maar daarin bouwt de spanning zich juist op. Naast de zachtheid van de harde steen is het stroeve karakter een krachtig sprekende signatuur. Langs de wand dwarrelen nog aardkleurende flagstones, die in vormentaal goed passen bij de gehangen schilderijen.

Zonder woorden spreken deze schilderijen van Nies de Vuijst. Het acryl op linnen schijnt een eigen weg te gaan, zich niet te storen aan de hand van de meester. Maar de kunstenaar zet wel de toon, maakt de structuur en construeert het werk. De vorm is van ondergeschikt belang in dit materiële spel. De druipende verf zoekt zich een weg over de huid van het doek. Eerst is dan de zwaartekracht bepalend, maar als de compositie na droging wordt gedraaid ontstaat een ander perspectief, een verschillend temperament. Delen worden dan gewist of door geveegd, overschilderd om structuur te scheppen. Het lijkt een intuïtieve arbeid. Dat is het ook, want de materie bepaald in eerste instantie het uiterlijk aan de hand waarvan De Vuijst de verschijningsvorm neerzet. Wanneer een meer levend felle kleur over de dof doodse zware tint wordt gezet is er diepte in het vlak. De idee van een landschap komt op wanneer een horizontale lijn het oppervlak deelt. Maar er kunnen meerdere lijnen gezet zijn waardoor zelfstandige banen verf met een eigen aard zich vormen. In uiterlijk, minimaal kleurenpalet en spaarzaam vormenspel, weet De Vuijst een maximum aan dramatisch effect te bereiken.
“Tasten en Raken”, schilderijen van Nies de Vuijst en beelden van Sytske de Jong bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot 11 april 2016.

Geef een reactie