Bijna word ik verlegen van de starende blik. Het priemende oog dat me volgt waar ik mijn voet ook zet in de Pronkkeamer van Museum Heerenveen. Het klampt me vast, het pakt me beet, de blik is doordringend en onontkoombaar. Is het de kunstenaar die me aankijkt, terwijl ik zijn werk kritisch beschouw? Echter, Rudi Stuve schildert onpersoonlijke personen in de massa, die gelaten de wereld in kijken. Volgens de titels van de schilderijen is het eerder een nadenken, een mijmeren, het peinzen. Ook kijken de figuren in de menselijke opstellingen wel weg een diepe einder in ergens buiten beeld, langs mij heen. Maar altijd met een verwezen, bijna lege blik. Door het leven verlaten ogen.
Het zien, het kijken
Vele gezichten zitten in een kleurige compositie, waarbij de achtergrond als ondersteuning abstract is. Het gaat om het zien, het kijken. Het gezien worden, het terugkijken. In de stilte van het ongegeneerd kijken heerst er een abstract rumoer.
Het is een lijdzaam afwachten lijkt het wel. Een afwachtende houding op wat komen gaat. Onheil? Voorspoed? Er is geen relatie tussen de personen, en al helemaal geen samenspraak. Monden zijn gesloten, maar vallen ook wel verbaasd open. De ogen zijn open, maar de blik is gesloten.


Ik zie het aan, wordt blij van het kleurgebruik en de penseelvoering, maar krijg geen contact met het werk. Er lijkt een schreeuwer in de menigte, een vlammenzee, een gekruisigde gestalte, een buitenaards figuur. Vooral de details die niet meteen opvallen, maar bij nadere beschouwing opdoemen, zijn het meest interessant. In de gefragmenteerde vlakvoering trekt dat zoeken mij naar binnen in het werk. Maar er is een ander werk dat een enkele blik laat zien, en waarin de emotie in de kleuren gaat zitten. Bij “Stairing” is de massa verdwenen in nevel en is er weinig sprekende kleur. Juist dit mistige karakter spreekt goed aan. Er is een schreeuw om aandacht in de eenzame verlatenheid.
Bedachtzaam opgetekend
Gaat Stuve werkelijk het abstracte vormen in dan voert hij een heerlijk spel met kleur en vlak. Een lust om naar te kijken. In dit abstracte denken is de verpersoonlijking losgelaten. Het zijn niet te bedachte composities, maar wel bedachtzaam opgetekend. En toch doemt daar wel weer ergens een gezicht op, een bedachtzame blik. Intuïtief in het kader gezet.
Is niet het hele gelaat te zien, maar enkel een forse neus met daaronder een wegvallende mond met daarbij een vorsend stel diepliggende ogen, dan is de blik meer heftig. Meer doordringend dan het staren van de groep. Het is geen werk voor boven mijn bank, want ik word overal in de kamer gezien bij alles wat ik doe. De olieverf druipt over het linnen. Er is een inspirerende lichtwerking. Maar de compositie lijkt onaf in de ruige opzet. Ik kan aanvullen, letterlijk en figuurlijk.
Meest in het oog springend in deze tentoonstelling zijn de ruw houten planken die Stuve deels heeft beschilderd. Ongeklede vrouwfiguren lijken te verdrinken in hun eigen bruisende gedachten. De vrouw is een gestalte, zonder al te veel detaillering, die door een kracht van beneden de diepte in wordt getrokken. Maar ook kan ze zich juist ontworstelen om van die diepte boven te komen. In de figuur is geen kracht merkbaar, het hangt willoos naar beneden. Daarom lijkt het eerste meer de waarheid. Maar het is net in welke stemming ik hier aankom. Positief en opgeruimd is er de strijd uit de neerwaartse spiraal te komen. Humeurig en depressief is er de verdrinking in de diepte. Het is maar net hoe je het bekijkt.
“…de aanloop…”, tekeningen en schilderijen van Rudi Stuve uit de periode 2009 tot 2017. Bij De Pronkkeamer van Museum Heerenveen, Minckelerstraat 11. Tot 30 september 2019.


Geef een reactie