Het is met muziek al hetzelfde als met beeldende kunst. Want natuurlijk is muziek ook een kunstvorm. Buiten kijf. De ware kunstenaars lopen veelal voor de massa uit. Bedenken nieuwe vormen om zich te uiten, die later door kunstkenners in een vakje worden gedrukt en een isme is bedacht. De echte kunstenaars die volgen treden in voetsporen over de eerder gebaande wegen. Uiten zich in het isme van hun voorkeur, in de techniek die het best bij hen past en waar ze raad mee weten. Er komen nieuwe uitwassen en afslagen van de paden. De mensen dan die zich koste wat kost kunstenaar noemen, betreden de eerder platgetreden en dus geplaveide wegen. Kopiëren ismes en stijlen, zoeken de commercie. Vinden de techniek waar geld mee te verdienen is. Zwart wit, ik weet het.
Zo is dat ook in de muziek. In muziek met een grote M musiceren de ware muzikanten. Het zijn avonturiers, voortrekkers. Met hun inzichten, experimenten en uitvoeringen helpen ze de scene voorwaarts. Maar zonder er zelf materieel gezien veel beter van te worden. Het is hen te doen om het plezier, het onderzoek, de vondst. Zoals het bedacht is werkt het ook. En dan volgt de rest, muzikanten die in voetsporen treden en toonzettingen overnemen. Ermee aan de haal gaan, maar alleen wanneer de kassa kan rinkelen. Een grijs gebied, ik weet het.
Deze muzikanten kleuren de muziekscene
Popjournalist Edwin Hofman, de schrijver van het boek “Avonturiers van de Nederpop” kijkt achter de schermen van de alternatieve popmuzikant. Eigenzinnige en spraakmakende kopstukken uit de afgelopen 40 jaar vertellen ervaringen en weetjes die weinig belangstelling hebben. Van clubbands die minder bekend zijn bij het grote publiek, op enkele na dan. Zij weten boven het maaiveld uit te steken, omdat ze net de juiste snaar voor de commercie weten te raken. Vooral groepen die op kleine schaal furore maakten in de laatste decennia van de vorige eeuw. En dan wegzakken in het moeras van de vergetelheid. Hoewel nauwelijks bekend zijn ze wel van invloed op de ontwikkeling van de popmuziek in Nederland. Ze gaan voor de massa uit en schuwen het experiment niet zodat de muziek alleen maar meer interessant wordt. Eigenlijk zijn zij de kunstenaars onder de muzikanten. Met een eigen kijk, wars van al te veel commercie. Deze muzikanten geven de muziekscene kleur. Avonturiers en voortrekkers zijn het, uitvinders en initiatiefnemers. Het is muziek die je niet snel overdag hoort in de populaire programma’s op de radio of ziet op de televisie. Maar meer klinken ze ’s avonds en in de nacht bij de alternatieve uitzendingen, wanneer er minder luisteraars zijn. Toch hebben ze een eigen publiek en ooit weleens een beste verkoop gehad.

Hofman neemt interviews af en komt zelf weinig aan het woord. Hij stuurt het gesprek, maar de gesprekspartner vertelt honderduit. Over opkomst en ondergang, en het succes in de tussentijd. Over teleurstelling, onvrede en frustraties. In clubcircuit en op festivals. Anekdotes en verslagen van het opnameproces. Hofman geeft in een korte inleiding enige informatie over muzikant en band. Dan volgt er een monoloog, die zo nu en dan wordt onderbroken wanneer Hofman het verhaal een andere richting uit wil laten gaan of de lezer wat beter inzage geeft in het hoe en waarom.
Het ontstaan van een song
Ik leer aldus de mensen kennen in dit voor mij enigszins onbekende idioom. Voor wie er bekend mee is lijkt het een hernieuwde kennismaking. Een dieper uitdiepen van wat ze al wisten. Voor de meer argeloze lezer, zoals ik ben, is het een inkijk in het onbekende. De muzikant, de band, de optredens in kleine zalen, concerten op festivals, het publiek. Hofman laat de artiesten uitgebreid en gedetailleerd aan het woord komen. Zo door hem uitgewerkt dat het leesbaar is en veel te vertellen heeft. Hofman bespreekt het ontstaan van een song. De ontwikkeling tot uitvoering en opname. Het tonen voor publiek. Achter de schermen in repetitieruimte en studio, tijdens concerten op tournee. Het is een terugkijken. De bands maakten geschiedenis, Hofman tekent het op en schrijft het uit. Zo zodat deze avonturiers niet uit het gezichtsveld verdwijnen.

Deze artiesten gaan het avontuur met de muziek aan. Laten zich uitdagen door deze kunstvorm. Durven hun eigen weg te gaan. Bewandelen niet de gebaande paden, maar skiën vooral buiten de piste. Een lawine is dan een welkome uitdaging. Ze roesten niet vast in muziek voor het volk. Komen de massa niet tegemoet, kiezen niet voor het grote geld. Ze gaan voor het ambacht. De muziek zoals deze hoort te zijn en het meest tot de verbeelding klinkt. Experimenteren, nieuwe wegen zoeken en ontdekken. Alleen dat te doen wat de inspiratie hen ingeeft. Niet luisterend naar de commercie of het grote publiek. Zo kan het weleens alle kanten opschieten, maar dat is voor wie luisteren wil juist interessant. De verhalen doen me grijpen in de platenkast of op de computer speuren naar deze muziek. Ik wil horen waar het over gaat. En die groepen die dan het bedenkelijke geluk hadden voor een moment wel aan te slaan bij het publiek zijn dan nog wel te vinden. De hit die ze hadden past in een tijdsgewricht, maar zijn ook wel tijdloos.
Boek “Avonturiers van de Nederpop”, Veertig jaar eigenzinnige Nederlandse popmuziek door Edwin Hofman. Uitgeverij kleine Uil, 2020.

Geef een reactie