De poëzie van Menno Wieringa laat zich niet eenvoudig lezen. Om de woorden in de zinnen tot verzen te wegen moet er afgemeten stilte zijn. Welhaast serene rust om me heen. Kalmte in mezelf. Dat ik als hijgend hert fier uit de klauwen van de jagers vlucht, zodat ik mijn dorst les aan de frisse waterstroom die voortkabbelt door de gedichten van Wieringa. In een meditatieve trance mezelf dwing mij te concentreren op de in dichtvorm gegoten gedachten. Want dat zijn het, gedachten. Of beter, filosofieën. Bedenkingen, overdenkingen, die zich diep in het brein hebben gevormd. Onderwerpen waarmee lang is gewikt en gewogen. Waaraan gewoon is gedacht en overdacht en nog eens weer gedacht, totdat er – door al beredenerend om het onderwerp gelopen te zijn, het van iedere kant en alle zijden van boven tot onder bekeken te hebben – een waarheid naar voren komt. Een waarheid die voor de persoon die het geschreven heeft werkelijkheid is. En die ik als lezer kan onderschrijven, maar die ook niet kan kloppen voor mij. Dan blijven de woorden leeg, zijn de letters hol.
Het geschreven woord is voor de dichter een kunstzinnige vertaling van wat er in het brein omgaat. Die taal onder woorden brengen en leesbaar te maken is de kunst. Om het te lezen doe ik die creativiteit nog eens over. De dichter schept en ik herschep. De dichter creëert en ik recreëer. Want ik vorm in gedachten opnieuw het beeld dat de dichter heeft beschreven.
Kill your darlings
Menno Wieringa gaat veel terug in de tijd in zijn bundel ‘Realiteitsreparaties’ om het moment van nu te kunnen vaststellen. Hij plakt flarden van zinnen aan elkaar en maakt zo regels die verknipt op papier staan. Maar het uitgesproken woord is niet verknipt, de dichtregels lopen als een verhaal. Goed gezien is elk gedicht een verhaal in meerdere verzen. Het kijkt als werkelijk opgebouwde poëzie, maar is in realiteit proza in collagevorm. Korte verhalen, die zo beknopt zijn dat alleen de essentie van de gedachte erin is samengevat. Overpeinzingen kunnen op papier zo breedvoerig zijn, dat ze onleesbaar worden. Om hierin de kern te raken, moet je doorstrepen en weglaten – kill your darlings. Verknipt en herschikt noemt Menno dat. Maar daarvan is in de gedichten niets te merken. Okay, woorden en zinsdelen kunnen er wel uitspringen als vet of 20 pt, krijgen extra de nadruk. Het tekstbeeld lijkt dan op een uitgeknipte criminele boodschap, van overal zijn delen gehaald en samen gebracht. In dit geval uit De Groene Amsterdammer en van de VPRO Gids.

Menno Wieringa heeft de realiteit gerepareerd. Zijn realiteit, althans die van gisteren – de herinnering. Letterlijk en figuurlijk. Zijn eigen fantasie herstelt op papier gezet, zodat mijn beleving er niet op kapot gaat. Zo zodat ik doorzie wat gedrukt staat. Ieder onberijmd verhaal wordt vooraf gegaan door een gedachte van een ander, een quote ergens gevonden. Een uitgeknipte wijsheid. Een soort inspiratie die aanzet tot creativiteit, tot peinzen, overdenken. Het gaat in ‘Realiteitsreparaties’ over zijn en was. Over nu en wat geweest is. Het heden dat morgen verleden is en je dan bent vergeten. “Waarom hebben we geen werkelijkheid waar we onze herinneringen kunnen bezoeken”, vraagt Wieringa zich op een pagina af. “Een krachtige nostalgie naar de tijd toen de geschiedenis nog bestond. (…) Je moet niet vergeten hoe de dingen ooit zijn geweest.” Dus woorden vormen die gisteren omschrijven om dit vast te houden. Het gisteren te repareren in het heden. Soms lijkt de dichter te verdwalen in het terugkerende verleden, het door hem opgeroepen gisteren. In het grensgebied tussen herinnering en vergetelheid.
De filosofische gedachte
De naderende ouderdom laat hem teruglopen in de tijd. Want Wieringa is bang het te vergeten, wat was. Door het te beschrijven blijft de herinnering, gaat het niet stuk en vergruist het niet in de tijd. De gedachten aan die tijd voor deze golven in de gedichten. Stromen af en aan als eb en vloed het water van de zee. Ze gaan weg maar komen in de maat van de getijden terug. Heen en weer, af en aan. Gebeurtenissen van nu kunnen morgen vergeten zijn, in elk geval voorbij. “Alleen de gebeurtenissen zelf weten wat er echt gebeurd is” lees ik op een linkse pagina. Die pagina’s op links lijken commentaar te geven op de gedichten, maar zijn meer een opmaat tot creativiteit zoals ik al schreef, de filosofische gedachte. In de woorden zoekt de dichter wat hij kent maar vindt iets anders, begint opnieuw en maakt van niets iets. Hij boetseert met letters de herinnering tot waarheid, tot wezen en zijn. Met hem denk ik mee: eerst rustig kijken/lezen, dan wat schetsen en krabbelen, dan weer kijken/lezen, dan uitgummen/doorstrepen en, bij nader inzien, toch veranderen waarmee ik begonnen was. “Je moet geduld hebben. Zo begint het, op de tast.” Ik hang aan zijn lippen. Zo voelt dat, het scheppen. Er zijn zoveel zinnen in de schijnbare wirwar van zetting die binnen komen: “Dat de mens steeds weer daalt en de verkeerde keuzes maakt, maakt van de mens een mens”. In alle zakelijkheid en wetenschap moeten we creatief en speels blijven is het devies van Wieringa: vergeet niet te dansen. Alleen dan valt er te ontsnappen aan de rechtlijnigheid van technologie. “Wie danst, beweegt zich immers onvoorspelbaar.”
“Als dan het geziene op papier gedrukt staat wordt het beschouwelijk. (…) Maar die ene witregel die ik vond is misschien wel een van de mooiste regels.”
Bundel ‘Realiteitsreparaties’, poëzie van Menno Wieringa. Uitgeverij crU, 2020.

Geef een reactie