De proloog van DE BRE-KE-BEEN, een bundel met gedichten en tekeningen, plaatst mijn gedachten precies op dat gevoel als waar poëet Alex de Vries de voorzet toe geeft. Kunstenaar Roland Sohier kopt daarbij doeltreffend in met een eerste bloederige gouache. Het is het hartfalen van De Vries zelf wat hem ertoe brengt de voorliggende dichtbundel vol te schrijven met littekens, valpartijen en breuken in zijn leven. Zijn ervaringen met tegenslag van vroeger tot nu, van kind tot volwassene. Sohier brengt daarbij de woorden herkenbaar en veelzeggend zelfstandig in beeld.

Als kind lijkt Alex in de wieg gelegd voor het ongeluk. Het kind heeft zich in de baarmoeder gekeerd rijmt hij. Alles is anders dan normaal daar in het dorp langs de verlengde vaart. “Het sterven liep er op het leven af.” In dit vers zet hij meteen de toon voor het boek. Om meteen daarna de proloog af te sluiten met een lugubere vooruitblik, een naargeestige toekomst.
Plat gereden kat
In zijn jonge jaren heeft De Vries pijnlijke ervaringen. Is het domme pech wanneer zijn moeder de deur goed aanklemt waar zijn vinger nog tussen zit? Of is het karma wanneer zijn voet tussen de spaken van vaders fiets komt en uit elkaar wordt getrokken. Oorzaak en gevolg, wanneer hij zich waagt op een kleed dat hem een boot lijkt en er een nat pak haalt. “Er was verwijt noch straf, enkel droge kleren. Mijn moeder begreep dat mijn fantasie groter was dan de werkelijkheid.”

Niet alleen is er lichamelijk letsel, zeker ook emotionele schade. Zijn grote fantasie laat hem inbreken en dan is leedvermaak zijn deel – het knijpt in de ziel. Nadat de buurman onder de trein komt kan hij met de buurjongen geen plezier meer maken, want na dit voorval kunnen ze niet meer zorgeloos en vrij zijn. Een andere schok is het zien van een door een vrachtwagen plat gereden kat. Zinnen verzetten zich niet door een wandeling langs akkers en boerderijen, het drinken van gezoete koude thee: “dorst werd niet gelest met die dode kat erbij.” Het tekent het leven van een kind dat zorgeloos moet zijn, het zorgt voor littekens in de zachte nog ongerimpelde huid. Het brengt onverklaarbare fantoompijn binnen, want wanneer een deur sluit komt een vergeten verleden naar voren. Altijd blijft hij met de gevolgen van onoplettendheid in gevecht.
ABAB ABAB ABA ABA
Rampspoed is zijn deel. Alex is een echte brekebeen. In grappig opgebouwde verzen knalt hij tegen een lantaarnpaal, springt van de trap met zeventien treden, valt van de ladder, wordt door een militair aangereden, fietst in het prikkeldraad en krijgt nog eens een duim tussen de deur. Zinnen lopen door over de regels, maar laten zich toch keurig rijmen: ABAB ABAB ABA ABA herhaalt zich telkens weer. Deze dichter lijkt zijn benen ook te breken over woorden, te struikelen over kwatrijn en terzine. Maar is geen stuntelaar of sukkelaar, geen knoeier en zeker geen beunhaas. De sonnetten zingen zich door de bundel heen. De versmaat in het prozagedicht is ritmisch in balans. De poëzie laat zich vrolijk lezen, hoewel de aanleiding – de inspiratie – een sombere kant heeft.

“Ik denk met gêne terug aan al die domme ongelukken / Die ik me volkomen onnodig op de hals heb gehaald. / Hals und Beinbruch gewenst weet ik dat mislukken / Eerder voor de hand ligt dan dat er succes wordt behaald.” Maar dan later, tegen het eind van de bundel, is het ongeluk niet dom meer. Is het een hart dat niet langer wenst te communiceren met de bloedbanen. Voeding, stress – oorzaak, gevolg? Alex schrijft voor ontslag te nemen, te gaan doen wat leuk is en de dagelijkse dingen weer zin te geven om voort te bestaan. Maar het zwaard van Damocles blijft hangen. En valt. “Een hartinfarct is een zwarte kater. / Van het sterven ben ik geen slachtoffer. Ik ben de dader.”
Aanschouwelijk en tastbaar
En dan wordt de bundel welhaast een dagboek. Alex rijmt zijn wederwaardigheden en bezoeken aan het ziekenhuis aan elkaar. Ik krijg inkijk in zijn leven van vallen en opstaan. Van negatieve uitslagen die in positiviteit worden weggeschreven. In zijn gedichten relativeert Alex de Vries zichzelf als brekebeen. Het dient als troost voor lezers waarvoor het leven ook pech in petto heeft. Roland Sohier vond in de teksten aanleiding om figuratieve gouaches te maken. Deze uitdrukkingen kunnen zonder de woorden een eigen leven leiden, want ze hebben wel de aanleiding maar spreken voor zich. Iedere tekening heeft een eigen titel die niet altijd overeenkomt met het gedicht dat er naast staat afgedrukt. Het is wel een zelfde idee, maar kan ook goed een andere betekenis hebben. Ze maken een en ander aanschouwelijk, tastbaar. Maar kunnen ook de tekst tegenwerken, omdat ik daarbij voor mezelf al een beeld vorm. Andersom kan de tekst het beeld in de wielen rijden. Dat kan. Maar samen geeft het een best beeld, maakt de bundel compleet. Is het een uitgave voor op mijn nachtkastje, om bij slapeloze nachten weer eens te lezen over de pech van de ander die op de mijne lijkt. Ik slaak een zucht van verlichting en draai me glimlachend op de zij.
DE BRE-KE-BEEN, Alex de Vries (24 gedichten), Roland Sohier (18 tekeningen). Uitgeverij De Zwaluw, 2021.


Leave a Reply