De kunst van het ontwerpen van de gebouwde omgeving. Dat is wat op dit moment de vloer van Kunstlokaal No.8 inneemt en de wanden er aanneemt. Het neemt de ruimte letterlijk over. De kleine bouwvormen door Rob Vollewens samengesteld uit doosjes van diverse formaten in allerlei afmetingen, bevolken het lokaal en klampen zich vast aan de muren. Driedimensionale objecten waar de ruimte tijdelijk woont, omdat de inhoud ervan is verdwenen en dus plek geeft aan nieuw vluchtige materie en ander stof tot overdenking. Karton dat dienst deed om theezakjes, vitaminepillen, medicijnen, mobieltjes en andere levensbehoeften te bergen. Omhulsels die na gebruik veelal in de oudpapierbak belanden of achteloos langs ‘s mens levenspad dwarrelen, worden door Vollewens hergebruikt om iets gelijkend aan een leefgemeenschap te bouwen.

Onpersoonlijke eenheden
Een schuilplaats voor de gedachte, want merkbaar leven is er niet. Een zichtbaar verlaten model voor een groter geheel, dat gelegenheid laat aan mijn fantasie. Er is overwogen geschoven met volumes en beschouwend geschapen. Het is niet zomaar een collage van aaneen geplakte doosjes, zoals de stad ook niet in één dag is gebouwd. Vollewens vermaakt de doosjes tot onpersoonlijke eenheden. Kwast de zijden transparant wit, blauw en zwart. De oorsprong valt daardoor minder direct op.

Op wanden in het lokaal heeft Rob Vollewens dynamische kubussen getekend. Ruimtelijke vierkanten die over elkaar lijken te buitelen, langs elkaar te schuren, met tijd en ruimte te spelen. Iedere vlakke constructie is een uniek kunstwerk, dat van voorbij gaande aard is. Want wanneer de tentoonstelling tot een einde komt en plaats maakt voor een nieuwe opstelling wordt de tekening gewit. Wel vormen ze hier en nu een naadloze overgang naar de kleurige werken van Jan Willem Maris. Zijn inspiratie ligt net als bij Vollewens in de ommuurde ruimte, de gemodelleerde essentie van het gebouw.

Van donkerte en terug
Eerst construeert Maris dummy’s, driedimensionale sjablonen, van bouwwerken. Zo kan hij de ruimtelijkheid van zijn schilderijen doorzien, afwegen en uitwegen. Een plein met veelkleurige gevels in Barcelona staat onder meer model voor de studie naar omvang, de zoektocht in omtrek. Deze vormgeving kan hij kleurig en diepzinnig vertalen met olieverf op doek. Niet de daadwerkelijke gebouwen aan het plein heeft hij geschilderd, maar de doosvormen in zijn model. Die hoofdzaken van hoogte, breedte en diepte zijn vertaalt in een handzaam ruimtelijk model om de omvang te bevatten, en verwerkt naar beeldende schilderijen in het platte vlak.

Vlakken laat Maris oplichten om de omgeving te weerspiegelen in wat reflecterende muren en glazen gevels kunnen zijn. Gebouwen als decor voor een sfeer. Om een leefomgeving te reflecteren. De grootsheid wordt tot doosvorm, zoals Vollewens het al modelleerde. Het licht streelt in heldere tinten langs de vlakken. Er openen zich deuren en ik kijk binnen. Schaduwen glijden langs wanden. Het is een spel met licht en donker. Een abstractie meer en een realiteit minder. Het is niet het huis dat ik zie, het veilige onderkomen dat ik doorvoel, maar een wandeling van schijnsel naar donkerte en terug. De werken zijn daarom “lightning” of “light spots” getiteld, maar ook zie ik “shelter” want de omklede ruimte biedt een veilig heenkomen. Een schuilplaats voor mijn denkend zijn. Onderdak voor mijn verbeelding. En richt ik dan mijmerend en fictief verdoofd mijn blik opwaarts, zie ik lijnconstructies zweven boven mijn hoofd aan de zoldering. Mijn zinnen zijn begoocheld.
Expositie “oord en verblijf”, werken van Rob Vollewens en Jan Willem Maris bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 25 april 2021.

Geef een reactie