Het is nauwelijks voor te stellen wanneer ik het fotoboek “Touched in Time” opensla. Daarin afgedrukt gebouwen, huizen en kerken, door de tijd aangeraakt en overhaast verlaten schijnt het. Boeken in kasten, een opgemaakt bed, gordijnen voor de ramen, een schemerlamp. Het lijkt dat de bewoner zojuist van bed is opgestaan, de deken heeft rechtgetrokken en naar de ontbijttafel is gegaan. Op die tafel beneden staan de borden opgestapeld, de oven voelt nog warm, de stofzuiger staat klaar en de knuffelbeer rust in de fauteuil. Maar de tijd heeft de taferelen ingehaald. Het is er niet netjes en opgeruimd. Er is verval van lang geen gebruik en gebrek aan aandacht. De kap van de schemerlamp hangt scheef, de gordijnen zijn gescheurd, er ligt rommel op de vloer, een gat in het plafond. Het zijn twee omschreven platen in het boek van Daan Oude Elferink. Stillevens die hij betitelde als “Rise and shine” en “The Collector”. Kamers die eertijds blaakten van schoonheid en rijkdom, maar nu zijn vervallen in armoede.
Op elke foto in het boek is het stil
Oude Elferink zoekt en bezoekt voor zijn werk als fotograaf verlaten gebouwen. Overhaast zijn de mensen eruit weg gegaan, want het huisraad staat er nog in de staat zoals het werd achtergelaten. Men is niet verhuist, maar gewoon vertrokken. Niet teruggekomen om nog iets te halen, of niet geplunderd om het beste te bewaren. Nee, de pop zit op bed en de nachtkastlade staat half open. Het kind was er net nog en zal zich nu wel wassen. Maar nee, het kind is allang verdwenen en is volwassen tegenwoordig. De pop droomt er nachtmerries onder afgebladderd behang en besmeurde wanden. Wat is dat toch dat mensen zo de schepen achter zich kunnen verbranden. Niet meer omkijken, het verleden blijkbaar in materiële zin niet missen.
Niet telkens is het verval meteen zichtbaar, zoals in de bepleisterde kerken, de immense trappenhuizen en een enkele slaapkamer. Wanneer het gebouw stevig ooit werd neergezet kunnen plafonds in tact blijven en bewaren de ruimten het geheim van leven. Staan de stoelen netjes om de tafel, is het meubilair nog pas afgestoft en de vloer gedweild. Het is er wel stil, heel stil. Op elke foto in het boek “Touched bij Time” is het stil, mysterieus stil. Is de tijd gestopt met tikken. Verzameld het interieur stof. Zoeken de zwammen houvast.

De platen stemmen niet pessimistisch
Oudheid en verval hebben een bepaalde schoonheid. Zoals het gerimpelde gezicht van de oude mens een leven uittekent. Een getekend leven gegrift in de huid. Een karakteristieke kop. Zo straalt een oud gebouw, vooral wanneer de tijd er vat op heeft gekregen, een gebruik van jaren uit. En natuurlijk, het verloop in tijd en ruimte maakt altijd een bouwwerk tot kunststuk. Maar wanneer het verlaten en zonder menselijk leven is, het niet meer wordt schoon gehouden en onderhouden, neemt de aftakeling bezit van het geheel. En juist die verloedering maakt de romantiek. Met name het verval geeft het leven weer. In stilte is de levenswandel van de gebruiker zichtbaar. Het is beklemmend en tegelijk opgeruimd in de zin van vrolijk stemmend. Want de platen stemmen niet pessimistisch, maar hebben een positieve uitstraling. Het esthetische karakter van exterieur en interieur is nog zichtbaar, hoewel weer en wind er danig in hebben huisgehouden.

Daan Oude Elferink struint stad en land af naar gebouwen die achter hekken en borden met verboden toegang schuil gaan. Waarvan de eigenaar afwezig is, al jaren. Niet in eigen land, want bij ons moet het schoon en proper zijn. Vooral landen als Frankrijk en Italië bewaren onbewust de vervallen rijkdom. De fotograaf zoekt een ingang, sluipt naar binnen en legt vast wat ooit door de tijd is ingehaald of eens door werklui zal worden afgebroken. Hij gaat vrijwel nooit alleen naar binnen, want dat is niet verantwoord mocht hij door de vloer zakken of worden gestoord bij het indringen.
Iedere plaat een evenwichtige structuur
Op de omslag van “Touched bij Time” prijkt een foto waardoor mijn ogen worden bedrogen. De plaat heeft een dubbele bodem, want niet het raam wordt gespiegeld in een plas water op de grond maar wat het spiegelbeeld lijkt is de etage onder die waar de fotograaf op staat – de hele vloer is namelijk weggevaagd. Die ruïne achtige tonelen komt Oude Elferink meer tegen en zijn afgedrukt in het boek. En ook de ruimtes die worden ingenomen door de natuur; het groen groeit weelderig door ramen en tussen muren, vloeren en plafonds. Er zijn riante trappenhuizen, devote kerken, verlaten theaters en een stoffig naaiatelier. Ik kijk in een woonkamer met een lege wieg, een onbespeelde vleugel, een opgezette zwijnenkop boven de schouw en nog een bodem wijn in de fles. Houten kroonluchters aan een balken plafond. De corridor in een gevangenis, de gedetineerden zijn allang geleden overgeplaatst. Ergens in een ontvangstruimte stuit ik op een heus kanon. Schoolbanken in een leeg klaslokaal, het krijtbord nog wel net schoon geveegd. Wat zou het mooi zijn nog te weten wat de meester schreef…

Ook buiten treft Oude Elferink verlatenheid aan, maar de natuur doet zich er tegoed aan. Kevers die zijn verlaten en in bezit genomen door mossen en algen, een auto nam de verkeerde afslag en is schijnbaar voor eeuwig tegen een boom gezet, de Austin kijkt blind het groen in. De fotograaf beschrijft zijn plaatsen van handeling kort en bondig, zodat ik iets van achtergrond en inspiratie op die plekken te weten kom. Het is een schitterende reeks van verborgen pracht. Van zichzelf hebben die gelegenheden al de vergane praal, zodat een foto ervan gemaakt sowieso onovertroffen is. Maar Daan Oude Elferink weet aan iedere plaat een evenwichtige structuur te geven. Iedere compositie is in goede verhouding en de fotograaf weet uitstekend gebruik te maken van het soms spaarzame invallende licht. Bladerend door het boek kijk in mijn ogen uit en smaakt het werk van deze fotograaf naar meer. Al is het alleen maar om de tijd even in de wacht te kunnen zetten.
Fotoboek “Touched by Time”, fotografie en tekst Daan Oude Elferink. Uitgave Daanoe, 2016.


Leave a Reply