Bij het openslaan van het fotoboek “Gift of time” vraag ik me af wie die voorname huizen, monumentale kerken en dat intieme theater zo overhaast heeft verlaten. En waarom zijn de schepen verbrand en is men met de noorderzon vertrokken. Wat is de reden dat de gebouwen in onbruik zijn geraakt terwijl de inventaris onaangeraakt aanwezig is gebleven. Of lijkt gebleven te zijn. Gedekte tafels, de ketel nog op het inmiddels gedoofde vuur, opgemaakte bedden, klaar voor gebruik. Maar alleen de tijd woont nog onder deze daken. En heeft plafonds gebroken, wanden afgebladderd, meubilair met spinrag belast. Ook heeft wel de natuur een hand meegeholpen zag ik in een ander boek van fotograaf Daan Oude Elferink, namelijk “Touched by time”.
Het onderwerp voor beide boeken is dezelfde, maar blijft ondanks de vele variaties op hetzelfde thema uiterst merkwaardig en aandachtig boeiend. Oude Elferink bereist diverse buitenlanden op zoek naar het soort van optrekken hiervoor beschreven. In deze “Gift of time” spreekt verval nog weer tot de verbeelding. Want het verrast me wat mensen achterlaten om onbekende redenen. Wat is er gebeurd, waarom zijn de plekken zo overhaast verlaten. Was het een aardbeving, een overstroming, een vulkaanuitbarsting. Of zat de belastingdienst de bewoners op de hielen, was er geschil over een erfenis, namen spoken uit eerdere eeuwen de macht over. En waarom kwam men niet meer terug, nooit. Door een aardbeving bijvoorbeeld kan een gebouw zo uit de voegen raken dat het de eigenaar verboden wordt erin te gaan om spullen te halen. Dat is een verklaring. Maar het blijft merkwaardig de rijen bedden in de slaapzaal te zien, de rijen klapstoelen in de filmzaal, de verstofte inmiddels old-timers geworden oude auto’s gestald in kelders. Het is een vreemde ongeziene wereld.

Het kippenvel staat op de armen
Herinneringen zijn er gemaakt, maar nooit afgemaakt. Over spoken gesproken. De ruimten lijken niet zo verlaten dat er nauwelijks een schaduw langs de wanden gaat, het is er ook zo spookachtig en gruwelijk stil. Die sfeer weet Oude Elferink prachtig door zijn lens te pakken. In een schemerige kerkzaal treft de fotograaf een aantal gestalten zittend in de kerkbanken. Wat de onder een laken verborgen mensengestalten voorstellen wordt niet duidelijk, ook Oude Elferink beschrijft dat niet. Maar de rillingen liepen hem wel over de rug bij de ontdekking. Het kippenvel staat mij op de armen. De foto’s vertellen het verhaal en ik verwonder mij, zet er mijn eigen horror filmbeelden tegenaan.
Oude Elferink beschrijft meer vondsten die hij – gelukkig maar – niet op beeld in het boek zet. Zo vindt hij in een donkere kelder van een verlaten school voor diergeneeskunde glazen potten in diverse soorten en maten met delen van dieren op sterk water. Een kelder van een kerk staat vol met doodskisten waarvan de deksels missen, terwijl de menselijke resten zichtbaar zijn. In het lijkenhuis van een uitgestorven ziekenhuis liggen klemmen en scalpels op de ontleedtafel. Bloed en haar kleeft nog aan de instrumenten.

Onwerkelijke beelden
Vreemd en verontrustend, maar het weerhoudt de fotograaf er niet van op zijn missie te blijven. Juist dit soort van vreemde omgevingen is wat hij zoekt, hoewel hij ook prachtige platen maakt van andere fotogenieke plekken. Ieder gebouw heeft een eigen verhaal. Het is voor Daan Oude Elferink niet heel belangrijk precies te weten wat dat verhaal is. “Ik vind dat de fantasie heel belangrijk is in mijn werk”, appt hij mij desgevraagd. “Wanneer je alle details weet gaat dat verloren. De fantasie is mooier dan de realiteit. Vooraf wil ik vooral liefst zo weinig mogelijk weten. Ik wil blanco naar binnen en het allemaal zelf ontdekken.” En hij vindt het belangrijk dat de kijker naar zijn werk ook de fantasie gebruikt.
Het zijn onwerkelijke beelden. Er is niet aan geënsceneerd. Geen meubilair verplaatst of een extra behangrol afgetrokken om een mooiere plaat te krijgen. Oude Elferink treft het zo aan, zet zijn toestel in stelling en wacht op de juiste natuurlijke lichtval. Wel zorgt hij voor de meest tot de verbeelding sprekende compositie. De juiste positie om de gewenste situatie als illusie af te beelden. Want de geschoten ruimten lijken een droombeeld, een waanvoorstelling, zinsbegoocheling. Dat had zo kunnen zijn wanneer niet de tijd vat heeft op de ruimte. En alles er nog zo bij zou staan, liggen en hangen zoals het ooit was. Op de foto’s zie ik ruimtes in die voornaam en vol rijkdom waren, maar door de tand des tijds deze zijn verloren. Het is een verlepte schoonheid. Een verschoten heerlijkheid. Verbleekte pracht en praal.

Op de foto’s, die in kleur op zwarte bladzijden zijn geprint, is de schaduw van deze weelde en welvaart even terug van toen naar nu. Ik vergaap me, niet alleen in de monumentale trappenhuizen, gotische kerkzalen en overdadig gelambriseerde huiskamers. Maar ook door de manier waarop de fotograaf het in beeld heeft gebracht. Het is een aangenaam fotoboek om in te bladeren, stil te staan bij de in verval geraakte schoonheid. Ik zou het readymade kunstfotografie kunnen noemen, art trouvé. Het is er zoals het wordt gevonden. Daan Oude Elferink vindt het achter de ‘no entry’ bordjes en de gesloten deuren. Het enige souvenir zijn de foto’s. De vastgelegde herinnering, het verzameld aandenken. Want hij volgt deze code: “Take nothing but pictures, leave nothing but footprints”.
Platenboek “Gift of Time”, fotografie van Daan Oude Elferink. Uitgave Daanoe, 2014.


Leave a Reply