Natuurlijke confetti, het voorjaar van Amsterdam in woord en beeld

Je loopt er makkelijk aan voorbij. Het valt niet echt meer zo op. Ik bezoek de stad. Een noorderling in Amsterdam. Kijk vooruit en niet omhoog, geen neus in de lucht en geen blik naar de grond. Ik wil niet hooghartig lijken en zeker niet een bange wezel zijn in die grote stad. Bomen zie ik veel in de groene wouden en het coulisselandschap bij me thuis. Daar kijk ik niet meer van op, figuurlijk gesproken. Daarom zie ik het legioen bomen van het merk iep in de stad niet staan. Dat Amsterdam Iepenstad is valt mij pas op wanneer het voorjaar aanbreekt.

De uitgebloeide iepenbloesem zet zaad. Kan op reis naar een nieuwe bestemming. De straten, wegen en pleinen, daken en balkons, kleuren beige door al deze platte zaaddoosjes die als natuurlijke confetti op de stad neerdaalt. Onderweg om een nieuwe boom te maken, ergens. Maar de meeste blijven liggen op een onvruchtbare bodem. Vogels eten het op als welkome lekkernij, het verwaait in putten en riolen of wordt door de stadreinigingsdienst opgeveegd. In de drukte van wielen en banden wordt het tot pulp vermalen. In de regen is het drek en gedoemd te sterven nog voor het zich kan zetten.

Maartje Jaquet

Sneeuw in het voorjaar

Dat voorjaar is het moment dat kunstenaarsduo Tijdmakers een ode brengt aan de iep, ieder jaar weer van 21 april tot 21 mei. Dit (catch the) Springsnow is in 2012 gestart met een fototentoonstelling en brengt daarna kunstmanifestaties en poëzieroutes in de stad om de magie van dit prachtige natuurverschijnsel te vieren. De stad Amsterdam heeft de grootste iepenpopulatie ter wereld, lees ik in het weekblad Libelle opgetekend uit de mond van tuinvlogger Loes. In de rest van Nederland zijn ook wel iepen, maar deze hebben vaak de iepziekte. In de stad zijn ze daartegen op een natuurlijke manier gewapend en tiert de boom daarom welig langs de grachten.

Fotograaf Maartje Jaquet raakt geïnspireerd door deze bijzonderheid, het pak sneeuw in de lentezon langs de straten van Amsterdam. Als stadsfotograaf richt ze haar lens vooral naar de grond. De plekken langs de straat waaraan ik vooral voorbijloop, erlangs ga of overheen stap. De onopgemerkte details verstilt in de drukte van de stad. Al spiedend met de ogen, zoekend en turend door de lens van de camera naar deze terloopse kunst. Een vorm van readymade art eigenlijk, kunst die bij wijze van spreken voor het oprapen ligt.

Maartje Jaquet, Ronald M. Offerman

Scherp oog voor de kleine dingen

Voor de uitgave “Iepenstad”, in woord en beeld een ode aan de iepenzaadjes, heeft ze vele voorjaren achtereen de wervelende voortplanting van de olm in beeld gevangen. Het zijn bijzondere foto’s geworden met een oog voor detail en compositie. Het handzame boekje waarin een selectie van deze platen zijn terecht gekomen is geïllustreerd met gedichten van de vorig jaar aan corona overleden schrijver, kunstenaar en musicus Ronald M. Offerman. Het is daarom niet alleen aan de iep maar zeker ook aan hem opgedragen. Net als Jacquet dat heeft, had hij ook, een scherp oog voor de kleine dingen in de stad. Het detail rondom beschreef hij in rake zinnen en doordringende woorden.

Bij het lezen en bekijken van “Iepenstad” vraag ik me af wat er eerder was, de foto of het gedicht. Maar eigenlijk beantwoordt die retorische vraag zichzelf, want het is van weinig belang wat de volgorde van scheppen is. Toch lijkt het me dat Ronald Offerman zich liet leiden door de opmerkzame blik van Jaquet. De gedichte regels sluiten nauw aan op de afgedrukte foto’s. Bij de platen kun je de woorden bedenken. Bij de woorden zie je de beelden als vanzelf voor ogen. Karakteristieke details van de stad, gezien met een artistiek oog en een kunstzinnige blik. Door de dichter uitgelegd in eenvoudige en rake verzen. Een praatje bij een plaatje, relativerend – gewoon schrijven wat ik zie wanneer ik mijn ogen ervoor opendoe. Want vaak ben ik blind en doof, zie en hoor ik niet de bijzonderheden om mij heen. Of wil ik geen tijd besteden aan de schoonheid in het kleine, want ik heb het druk en ben haastig.

Iepenstad, Maartje Jaquet

Iepenstad” zet me stop, ik rem af, houd stil. Bekijk de vastgelegde iepenzaadjes. Lees de gedichten die het natuurverschijnsel oproepen. En terug in mijn eigen omgeving merk ik de lentesneeuw in het park op, de tuin als groene long van mijn dorp. De pracht van de natuur. Maar ook de droefenis, want van deze miljoenen zaadjes zullen slechts tientallen tot groei en bloei komen. Om daarna bij te dragen aan een nieuw pak lentesneeuw.

De kunst van het zaad

Maartje Jaquet ziet de kunst van het zaad. Het dartel spel dat ze spelen langs de straat. De vrolijkheid van nieuw leven. Het feest van het voorjaar. Er kan veel gevierd worden, want de zaadblaadjes kruipen overal tussen door en over, kleven vast en aan – en maken van zichzelf in de hoeveelheid of de enkele afdruk een natuurlijk kunstwerk. Ronald Offerman beschrijft de stilgezette gebeurtenissen vaak als in een romantisch gedicht. Het natuurverschijnsel verbindt hij met zijn eigen ervaringen in het leven. Herinneringen gemaakt, inzichten gedeeld. En als theatermaker en muzikant put hij uit de rijke collectie van liedteksten. Zijn gedachten leggen relaties met woorden van David Bowie en Nick Lowe.

Iepenstad, Maartje Jaquet, Ronald M. Offerman

De fotografie en de poëzie, het kan los van elkaar gedijen, maar is zeker samen sterk. Jaquet en Offerman beide beschrijven wat ze zien. En alleen zij als eerste hebben gezien voordat ik en met mij iedereen het zal kunnen zien. De opmerkzaamheid, de uitgave “Iepenstad” is een handleiding daarvoor.

Boek “Iepenstad”, fotografie Maartje Jaquet en poëzie Ronald M. Offerman. Speciale uitgave bij de 10e editie van de artistieke lenteviering Springsnow Amsterdam, 2021.

Iepenstad, Maartje Jaquet, Ronald M. Offerman

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *