Virgula, een dichtbundel vol komma’s maakt een punt

Deze liedtekst van Alex van Warmerdam galmt door mijn gedachten wanneer ik de gedichtenbundel Virgula van Sasja Janssen lees. ‘Zie de mannen vallen, / weten zij dan niet / dat alleen een vrouw / kan balanceren op de rand / van een hoge houten wand / Tussen hemel en aarde / haar hoofd in de ijle lucht / denkt ze elke dag / aan beide zijden van de wand / spreekt men van de goede kant’. Ik weet niet waarom die op melodie gezette zinnen mij in deze door mijn hoofd echoën. Sluiten ze aan, passen ze bij, doen ze denken, geven ze aanstoot. Wat is het. Een wonderlijk spel van herinneringen. Dansende woorden, zingende zinnen. Strofen op de evenwichtsbalk van mijn emotie. Ik kan er geen vinger achter krijgen.

Te snel lees ik over de letters omdat ik denk de woorden te kennen. Maar deze staan wel in andere samenstelling dan ik na vluchtig lezen begrijp. Terug moet ik op mijn ongeletterde schreden en de zinnen nog eens overlezen, doornemen, uitpluizen. Eigenlijk moet ik ieder woord in elke zin wegen om te weten wat de betekenis is. Waarom staat het zo op deze manier daar. Ik struikel over woorden, volg zinnen nog nauwelijks.

Anagram van vulgair

Sasja Janssen maakt geen omhaal van woorden in haar gedichten. Er zijn geen hoofdletters, geen enkel woord is meer belangrijk dan het andere. Het is poëzie van vandaag, zonder scrupules, de harde realiteit. In haar bundel Virgula blijkt dat eens te meer. Virgula, dat is Latijn voor komma. Het houdt de stilstand tegen, het laat de gedachten en de taal voortgaan. “Ik verlang naar een punt”, laat Sasja weten, “maar dat mijn Virgula’s daar wel voor uit kijken die te zetten, ik dicht ze me toe, alsof de dood me op de hielen zit”. Kaftwoorden die nauwelijks verklaren. Wie is die Virgula, het dicht zich een menselijk figuur toe. Een anagram van vulgair. Maar de vervoeging heeft niet zo’n nare bijsmaak als in Caligula, de wrede heerser. Want Gula mag dan gulzig zijn het is ook de godin van de geneeskunst, vrouwe van de geboorte en moeder van de honden. Maar ik dwaal af. Er moet rust zijn, virgula, in mijn hoofd, in gedachten, na komma’s druppelt het punten.

Na een onrustige nacht slapen, de kauwen met kraalogen, berkenbomen en drie minnaars spoken door mijn dromen, doorvoel ik het opeens. Waar mijn honger naar de woorden van Janssen vandaan komt. In het Latijn staat vir voor man en is gula dus vraatzucht. Gulzig vreet ik me door de zinnen heen. Ik krijg maar niet genoeg van de regels. De gedichten verzwelgen mij. Het lijkt le grande bouffe, een grote schranspartij. Maar zo’n orgie is Virgula toch niet. Het is een smeltkroes van gedachten, lyrische indrukken bij het alledaags gewoon normaal. Ervaringen in metaforen uitgedrukt, andere en mooiere omschrijvingen die mijn gedachten bezig houden.

Het leven hoeft niet mooier gemaakt dan het is, eigenlijk. Misbruik voelt zo, smerig. Nieuw leven gaat niet over rozen en er is al helemaal geen roze wolk. Het dondert juist tussen de zinnen, het knettert in de regels, het voorspelt weinig goeds. Ik moet zelf dat vermaak maken. En dat is er, ook in de woorden van Janssen. Of eigenlijk tussen de regels door. De lege zinnen, waar ik even tot bezinnen kom, een komma verwacht, de virgula, geven mij stof tot nadenken.

Beeldspraak van de werkelijkheid

Sasja beschrijft wat ze voor zich ziet wanneer ze een emotionele ervaring heeft. Heel beeldend, zodat ik mee kan in haar afschuw, afweer en afkeer. Maar ook in gelukkige en tevreden momenten. Om de mindere tijd te doorleven is het vastklampen aan mooie dagdromen. Beeldspraak van de werkelijkheid. De omgeving mooier voorstellen dan deze is, om te overleven. Om de schade en schande weg te kunnen cijferen, uitschrijven, afschrijven. Ze neemt geen blad voor de mond, maar zegt de naakte waarheid, de ontklede realiteit. Om te begrijpen moet het boud, brutaal en bruusk omschreven.

De schrijver beeldt zich in een ander te zijn. De schizofrenie overwint de ongewenste handeling. Zo kan ze boven het moment zweven, er niet in de geest bij zijn. Maar de werkelijkheid is ongenaakbaar, harder dan de hardste steen, kouder dan de koudste windvlaag. In haar dromen is het zacht en warm. En Virgula is haar dagboek. Het dagboek dat traag gevuld wordt met woorden van betekenis. Na iedere komma houdt het even halt, staat de zin een moment stil. En bij elke lege regel kan het gebeuren zich verdiepen. Droom ik weg op de zinnen die zojuist gelezen zijn. Die stilte heb ik nodig om de betekenis te kennen.

Afwachting en verwachting

Het vulgaire van Virgula omwikkelt Sasja Janssen zodat de klank schoonheid heeft. Een wolf in schaapskleren. De beschrijving van een reis door iets wat liefde kan worden, maar meestal misbruik is. Het is verhalende poëzie derhalve. Het draagt als een melodie. Zacht hoor ik dan denkbeeldige muziek in mijn achtergrond. Het maakt niet uit wat, iedere emotie heeft een eigen tune, elke stemming een persoonlijke melodie.

In een volgend deel roept de ik een je figuur aan. Vertelt mij een verhaal van ik denk verlatenheid, afwachting, verwachting. De hoop op gezien te worden. Ondoordringbare persoonlijke herinneringen, die ik lees als buitenstaander om de binnenzitter te begrijpen. Ze is geen binnenvetter, maar kraamt alles eruit wat zich binnen in haar ontsluit. In abstracte woorden, niet omfloerst of omwonden maar uitgerafeld. Roept ze mij aan, moet ik haar kennen – leren. Ze wil niet zijn waar ze is, uit haar veilige comfortzone stappen. De gevangene breekt uit, de maan wordt nieuw. Ze is geschonden door het leven. Ontmand als mens, los gesneden van haar vrouwzijn. En ik zie het aan, ik lees de woorden. Nog eens en overnieuw. Mis weleens de context, van verbazing zie ik de essentie. Het herlezende krijg ik grip. Vat ik de woorden aan. Begrijp de zinnen die blijven wervelen in mijn hoofd tot vervelends toe. Het is een lyrisch schrijven, een dartelende vertelling. Tussen proza en poëzie balancerend. Op de wichelroede van mijn begrip.

Flamboyante woorden

En zoek ik dan Picasso’s portret van Madame Paul Éluard erbij, lees ik het schilderij. Vind ik de woorden in olieverf terug. Het canvas is haar papier. Zo kan ik de tekst volgen en deze poëzie aanvoelen. Ik begin in vorm te komen. De vorm van Virgula, het model. Dan doorzie ik wat haar triggered om tot deze stijl te geraken. Wat Sasja Janssen beweegt in flamboyante woorden mij aan het slot van iedere strofe tot extase te brengen. Dat ik naar adem snak en een moment rust krijg. Om dan door te moeten op het spoor van wellust in de taal. Het is een lust de poëzie van Sasja te mogen lezen. Niet voor ieder oog en elke gedachte gemaakt. Bijzonder wanneer je door de wellustige woorden kunt lezen, achter de zinnen kunt kijken laat staan tussen de regels door kunt lezen.

Er zijn tekenaars die me anders leren kijken, schilders die mij om de realiteit laten zien, fotografen zetten mijn ogen op scherp en deze dichter onderwijst mij echt te lezen. Door de woorden te dolen, te verdwalen in haar geest. Weer lees ik de bundel door en over, en raak ik in de ban van Sasja, van Virgula. In haar poëzie neemt ze bezit van mij. Steeds heb ik drang het boek te sluiten, want haar blik op de omslag achter biologeert mij. De vorsende ogen fascineren. Zoals haar taal hypnotiseert. Maar bij “waarna het weer begint te waaien” schrik ik op van mijn dagdroom. Voor de vierde maal las ik het en begreep het eindelijk. Ik kwam tot de punt, Virgula. Om terug te stuiteren in mijn realiteit, naar daar waar ik ooit begon. “de nacht dat ik werd bezwangerd, zachtroze was hij.” In overdrachtelijke zin. En door gaat het weer. Ik kom er niet van los. Sasja Janssen is hypnotiseur in taal en woorden. Ze houdt mijn aandacht vast. De kleine bundel kan voor mij jaren mee…

Gedichtenbundel Virgula, poëzie van Sasja Janssen. Uitgeverij Querido, 2021.

Sasja Janssen, Virgula, gedichten, Querido

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *