Beroemdste monumenten van Drenthe in divers perspectief gezet

Nederland is feitelijk begonnen in Drenthe, lees ik in een tekstbijdrage van het fotoboek “Ode aan het hunebed”. Fotograaf Karin Broekhuijsen is voor deze uitgave langs de Hunebed Highway getrokken en heeft sfeervolle platen geschoten van de toch nog vele kunstmatige rotsformaties die Nederland rijk is. De door mensenhand gestapelde keien liggen daar al eeuwenlang in de van oorsprong armste provincie van Nederland. Maar juist door deze megalithische bouwwerken en de weelderige natuur, het heide landschap en de zandruggen, heeft Drenthe een natuurlijke rijkdom. Hunebedden horen onlosmakelijk bij Drenthe. Voor de Drent de gewoonste zaak van de wereld, maar voor de recreant hebben de hunebedden een speciale aantrekkingskracht. Door hun ouderdom, door hun in nevelen gehulde geschiedenis en het feit dat dit deel van ons land er vol mee ligt.

Eeuwenoude bouwwerken

Veel weten we niet van de hunebedden. Je kunt erover filosoferen, maar niet alles met zekerheid weten en ontdekken. De keienconstructies houden zelf deze mystieke uitstraling in leven. Ze roepen veel vragen op en zijn een bron van verbeeldingskracht. De uitgave “Ode aan het hunebed” verhaalt over deze eeuwenoude bouwwerken, ooit gebruikt om de doden in ter ruste te leggen. Natuurlijk zagen ze er in de tijd van het Trechterbekervolk, de hunebedbouwers, heel anders uit. Wat ons rest is het imposante geraamte van de grafkelder, maar destijds werd het opgetrokken als een heuvelconstructie. Deze informatie en meer lees ik in het boek. Het licht een tip van de sluier op, maar veel blijft toch verborgen. Dat wat in de geschiedenis is weggezakt over het hoe en waarom van deze prehistorische bouwwerken houdt juist het mysterie in stand.

Interessant zijn de tekstbijdragen van Grieta Spannenburg en Reinout van den Born aan het boek. De weermensen, lange tijd verbonden aan Meteo Consult, schrijven op een luchtige manier over dit zware onderwerp. Maar het meest belangrijke onderdeel van het boek zijn uiteraard de foto’s van Karin Broekhuijsen. Voor dag en dauw trekt zij de velden in om het hunebed in een ontwaken te betrappen. De werkelijk prachtige platen brengen de steenhopen ongedwongen in beeld. Van afstand beheersen ze het landschap. Dichterbij komt het imposante karakter tot uiting. En op de hurken zittend voor een steen komen de korstmossen tot leven. Karin houdt van het licht – de dageraad en de schemering. Maar ook de nevel rond de bouwwerken en de lichtval van de zon door de takken van omringende bomen. Indrukwekkend zijn de platen wanneer de fotograaf door de knieën gaat en zware bewolking of oude eiken in het decor zet. Het geluid van het verleden echoot erin door. 

Realiteit in beeld

In ieder seizoen is Broekhuijsen te vinden in het Drentse landschap. Daarom staan in het boek de hunebedden in de sneeuw, in het felle zonlicht, tussen afgevallen blad en in het bloeiende gras. Karin brengt de realiteit in beeld, ik herken wat ik zie. Maar meer nog legt ze haar gevoel vast, mijn emotie bij de werkelijkheid. Wat zij voor mij heeft gezien, ervaar ik in de foto’s van het boek. Het zonlicht zoekt de tijd, het verleden heeft hier eeuwigheid.

Karin Broekhuijsen, hunebed, Drenthe

Alle hunebedden zijn genummerd. Op een landkaart achter in het boek zijn die nummers terug te vinden en zo kan ik, als bezitter van de uitgave het gebruiken als handboek om de grafmonumenten op te zoeken en te bezoeken. Op een trip over de Hunebed Highway. Eigenlijk is “Ode aan het hunebed” een catalogus bij de tentoonstelling die geen einddatum kent. Een schier eeuwigdurende expositie van kunstige bouwwerken. Hoewel de foto’s al veelzeggend zijn worden de hunebedden in het boek per exemplaar en standplaats beschreven. En bij iedere beschrijving staat een quote van Karin wat haar het meest heeft aangetrokken of aangesproken. En voor mij springt het tweetal in Rolde er het meest uit. Ik bewaar daar jeugdige herinneringen aan. D17 en D18 liggen naast de begraafplaats. En dan is de combinatie snel gelegd: twee beelden van begraven, in twee verschillende tijdperken.

Gerestaureerd en geconserveerd

Het hunebed is de poort naar dat verre verleden. Het toont iets van de voorvaderen, maar deze geven hun geheimen daarmee niet prijs. Er is onderzoek naar gedaan om het ontstaan en het bestaan van de ordelijk gestapelde keien op te helderen. Architectonisch ordelijk, dat zijn de meeste overigens allang niet meer, want scheefgezakt in de tijd of door menselijk toedoen. Pas in de vorige eeuw werd de historische waarde van het hunebed ingezien. Daarvoor zijn er vele gesneuveld omdat de mens het natuursteen voor andere doeleinden kon gebruiken, zoals kerkbouw en dijkverzwaring. Wat er nu nog rest wordt zorgvuldig beschermd en bewaard. Gerestaureerd en geconserveerd.

Karin Broekhuijsen, hunebed, Drenthe

Het hunebed is een publiekstrekker, maar soms is dat publiek wel al te brutaal. Bordjes bij de steenhopen vertellen historie en waarde, en vragen de toerist er voorzichtig mee om te springen door er vooral niet overheen te lopen. Want het hunebed heeft veel eeuwen weten te doorstaan, dat mag als bijzonder worden gekenschetst. Hoewel de bouwwerken nauwelijks in de schaduw kunnen staan van wat ze ooit geweest moeten zijn, kleuren ze het landschap en geven ze kracht en uitstraling aan de provincie Drenthe. Dwalend door dat landschap doemen de hunebedden vaak uit het niets op. In de schaduw van bomen of vrij in het veld, groen van het mos of wit van de sneeuw. Al eeuwenlang, duizenden jaren onderdeel van deze omgeving. Speelbal van de tijd, die onverstoorbaar doortikt en alsmaar meer zijn sporen nalaat. Oh, als de hunebeddden eens konden verhalen wat er rond hun historische herkenningspunt allemaal is gebeurd en heeft plaats gevonden. Ik zou in stilte en ademloos aan de voet zitten luisteren. Maar bezoek ik nu één van de vele keihopen, dan hoor ik het verleden er fluisteren, dan voel ik de kracht van toen. Die ervaring lees en zie ik terug door tekst en fotografie in “Ode aan het hunebed”. Niet alleen een lofzang op het verleden, maar zeker aan het heden – het natuurlijke Drenthe van nu. Zoals Martijje het op het schutblad dicht: “Kom maor hier en wees vort van de wereld / Kom maor hier, raok de draod maor evenpies kwiet / Kom maor hier en kiek wieder as daj kieken kunt / Verlies jezölf maor evenpies in de tied.

“Ode aan het hunebed”, fotografie Karin Broekhuijsen. Tekstbijdragen Grieta Spannenburg en Reinout van den Born. Voorwoord Hein Klompmaker, voorzitter Hunebed Highway Business Club. Nawoord Harrie Wolters, directeur Hunebedcentrum. Uitgave Koninklijke Van Gorcum, 2019.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *