“Jan Mankes was een zeer gevoelig en een zeer persoonlijk kunstenaar, die de dingen aanschouwde met een open klaren blik, en die bij de groote waarde die hij hechtte aan vorm, aan kleur, aan stofuitdrukking, toch een geestelijk element in zijn werk wist te leggen, waardoor het boven de uiterlijke schoonheid ons de stille ontroering gaf die slechts van een waarachtig kunstwerk kan uitgaan”, schreef beeldend kunstenaar Reinier de Vries in een essay daags na het overlijden van de schilder. Bij leven kreeg Mankes al positieve waardering voor zijn werk, maar in de dood werd hij als het ware de hemel in geprezen.
Gedachten en gedichten
Auteur Rémon van Gemeren maakte een gedegen levensbeschrijving, een goed onderbouwde biografie. Maar ook een vertelling in historisch perspectief, want niet alleen wordt de kunst van Jan Mankes besproken ook wordt de tijd van toen en worden de mensen en kunstenaars in zijn omgeving breedvoerig belicht. Vooral is er veel kennis door de portretten die Annie Zernike na het overlijden van haar man Jan Mankes over hem heeft geschreven. Die mijmeringen zijn wel enigszins gekleurd, maar haar liefdevolle herinneringen geven desondanks een bijzondere inkijk in leven en werk van deze bijzondere schilder en tekenaar. Ook de geraadpleegde literatuur, waarin anderen schrijven over met name Mankes’ werk, dragen veel materiaal aan voor dit boek. En dan zijn er nog de brieven die Jan Mankes schreef en de map met zijn dagboekaantekeningen, levenswijsheden en notities, gedachten en gedichten. Daarnaast de recensies van tentoonstellingen en kritieken op zijn schilderijen en grafiek, het heeft allemaal vruchtbare grond gegeven om de uitgave ”Jan Mankes, schilder van tederheid” op te zaaien en te doen groeien en bloeien.
Van meerdere kanten krijgt de lezer inzicht in het leven en tot het werk van deze kunstenaar. Voor velen denkbaar een onbekende wetenschap, omdat de inhoud van diverse geschriften voor het grote publiek verborgen zijn gebleven. Rémon van Gemeren is niet over één nacht ijs gegaan om Jan Mankes uit de vergetelheid te houden, hoewel zijn werken ruimschoots in de belangstelling staan. Terwijl Van Gemeren de kunst van Jan Mankes pas onlangs, in 2016, heeft leren kennen en waarderen. Het heeft hem niet belet om een uitvoerige beschrijving te maken. De inleiding begint met deze ontboezeming: “Wat mij het meest aanspreekt in Jan Mankes, is de bezieling waarmee hij leefde in de luwte van de samenleving.” Met dit boek haalt hij de schilder uit deze luwte. De uitgave leest als een roman. Er is veel tekst en enkele, in mijn exemplaar slecht afgedrukte, schilderijen en tekeningen. Maar de woorden zijn dermate informatief en onderhoudend, dat het prettig lezen is. Vooral door de afwisseling van citaten van onder meer Jan Mankes zelf en Annie Zernike.


De aangehaalde brieven geven een goed idee van de mens Jan Mankes. Met dat schrijven laat de kunstenaar veel van zichzelf, zijn gedachten en overpeinzingen zien. De mens daardoor te kennen, verbreedt de kijk op zijn kunst. Vooral nadat hij kennis heeft gemaakt met zijn latere vrouw Annie weet hij zijn levenswijsheden duidelijkheid te geven. Jan wil zich meten met haar, de eerste vrouwelijke dominee en door studie uiterst belezen en vrijzinnig modern mens, en gaat mede op haar aanwijzen opbouwende literatuur doornemen. De eendere geesten komen op eenzelfde golflengte. Het vormt zijn kijk op de wereld en op de kunsten. Maar Mankes laat zich door welhaast niets en bijna niemand van de wijs brengen, hij blijft bij zijn eigen stijl van werken, door en tegen alle stromingen in die aan het begin van de twintigste eeuw over de kunsten waaien.
Dieper dan een leven
De biografie volgt Jan Mankes op zijn levensweg van Meppel naar Eerbeek, via Delft, Beneden Knijpe en Den Haag. De lezer zit door de gedetailleerde beschrijving van handel en wandel bij wijze van spreken nagenoeg wekelijks aan tafel bij de familie Mankes. We leren vader, moeder, kinderen en hulpen in de huishouding zowat persoonlijk kennen. En later wordt de prille liefde tussen Jan en Annie nauwkeurig gevolgd. Eerst de afwijzing, daarna een verlegen toenadering. De verloving, niet lang daarna het huwelijk en gezinsuitbreiding. Alle acties worden scherp gevolgd en beschreven als in een dagboek. Bij deze gedeelten in het boek zal ik mij best een voyeur kunnen weten. En dat is het meest interessante aan deze biografie – het gaat verder dan de kunsten, dieper dan een leven.
Jan Mankes is een dwarsgelovig denker. Hoewel hij geen kerkganger is, bleef God voortdurend de leidraad in zijn leven. En voelt hij Zijn nabijheid in eenzaamheid. Jan is een gevoelig en beschouwend mens met een grote liefde voor de natuur. De natuur als in dieren en planten, maar ook de menselijke natuur spreekt hem aan gezien zijn tedere portretten van de mensen die hij om zich heen en in zijn hart heeft. Hij wil geen mooie kunstwerken maken, want dat is niet zo moeilijk vindt hij, Mankes wilde bezielde kunstwerken maken.


De kunst van Jan
Van Gemeren bouwt zijn boek op in hoofdstukken die zich afspelen op de plekken waar Jan Mankes op dat moment woonachtig is. Zo vinden we de jonge Jan in Meppel, zijn geboortedorp. Later zal hij een Friese kunstenaar genoemd worden, maar dat is dus gezien de biografische gegevens onjuist. Daarna volgt een periode in Delft, waarna het gezin van Beint Mankes aan Het Meer in Beneden Knijpe terecht komt. Dit zijn vruchtbare jaren voor de kunst van Jan. De beschrijving van Het Meer wordt dan ook onderbroken door het intermezzo “de kunst van Jan”, waarna de lezer eerste rang zit bij de kennismaking en het samengaan van Jan en Annie. Steeds nog woont Jan bij zijn ouders in. Om zelf een onderkomen te hebben en zelfstandig te leven en te werken verhuizen Jan en Annie van het platteland naar de grote stad. Den Haag brengt hen midden in de culturele smeltkroes. Het opent zijn blik en Jan’s kunst bloeit op, hij wil geconcentreerd werken. Maar al snel wordt de stad benauwend. Gezien zijn lichamelijke gesteldheid moet de lucht fris en open zijn, na enkele omzwervingen belandt het paar in Eerbeek. Daar probeert Jan wel andere technieken uit met wisselend succes, maar valt toch steeds weer terug op het schilderen. De kritieken op zijn werk zijn wisselend, maar de positieve kijk voert toch telkens de boventoon. Terwijl Jan bedlegerig is krijgt hij nog diverse tentoonstellingen met vooral zijn grafische werk. Steeds heeft hij hoop op genezing van de tuberculose, maar moet het leven uiteindelijk menselijk gezien vroegtijdig opgeven.
In een naschrift somt Van Gemeren nog de familieleden op en hun sterfdata. Het leven dat Annie moet leiden zonder haar Jan wordt belicht. Er wordt in het boek gesproken over een mogelijke lesbische verhouding, maar zekerheid is hier niet over. Het postscriptum eindigt dan ook veelzeggend met deze zinnen: “Zij was zijn enige liefde. In haar graf rust het geheim of hij dat ook voor haar was.”
“Jan Mankes. Schilder van tederheid. Een biografie”, Rémon van Gemeren. Uitgave WBOOKS, 2020 (2e druk).

Geef een reactie