“Deze werkperiode heeft me de vrijheid gegeven om mijn comfortzone te verlaten. Dat wil niet zeggen dat ik geen keuzes heb gemaakt. Ik wilde geen gezellig werk maken en ging uit van Vincent zijn zelfportretten, zijn achterdochtige blik om te proberen de moeilijk te duiden stemming neer te zetten. (…) Vincents rotsvaste overtuiging, zijn innerlijke drijfveer, zijn allesoverheersende intrinsieke werkethos, dat kom je niet vaak meer tegen. Dat werd mijn innerlijke drijfveer.”
Zich spiegelend aan Vincent, althans Van Gogh zijn inspiratiebron laten zijn in de coronawinter van 2021. In de tijd dat sociale omgang op een laag pitje staat kan Matijs van de Kerkhof koortsachtig werken aan een reeks schilderijen. Met dus Vincent als bron om uit te putten. In zijn werk ziet hij aanknopingspunten om verder te gaan in die reis, op de trip in de kunst. Als Vincent die op het eind van zijn leven overmatig productief is. Alsof de dood hem op de hielen zit, Vincent. Alsof de tijd hem opjaagt, Matijs. Bekende werken als sterrennacht, cipressen, zonnebloemen, zaaiers en spitters. En meerdere portretten. Voor Vincent zelfportretten, voor Matijs portretten van Vincent.


Van Gogh schildert zichzelf als introvert, de blik is naar binnen gericht. Er blijft afstand tussen maker en kijker. We zullen nooit weten wat er in hem omging, kunnen er alleen naar gissen door zijn brieven aan broer Theo. Matijs opent deze gesloten blik, pelt de huid eraf en toont wat er achter die ondoorgrondelijke oogopslag schuilt. Hij doet dat in zijn persoonlijk krachtige stijl, zo eigen aan Van de Kerkhof, daarin de streken van zijn inspirator volgend. Ook in het landschap en het stilleven legt Van de Kerkhof de emotie van Van Gogh bloot. Vincent schilderde wat hij zag, zette daar zijn gevoel tegenaan. Het werd geen realiteit, maar een expressieve impressie, een vertaling van de werkelijkheid. Zijn werkelijkheid die boven de zichtbare waarheid ligt. Matijs geeft daar een eigenzinnige draai aan. Maakt de kleuren complementair alsof ik naar een negatief beeld kijk.
Artist-in-residence
Van de Kerkhof komt van Nuenen waar Van Gogh na zijn verblijf in Drenthe op 30 jarige leeftijd opnieuw voor korte tijd bij zijn ouders intrekt. Het is een belangrijke en productieve periode voor hem, een kwart van zijn oeuvre ontstaat in de velden rond Nuenen en in het washok achter de pastorie waar zijn vader een atelier voor hem had ingericht. Maar het botert niet tussen Van Gogh senior en junior, Vincent zoekt een eigen onderkomen. Na de dood van zijn vader vertrekt hij naar Frankrijk. In Zundert, waar het geboortehuis tegenwoordig een museum is, ligt de jeugd van de kunstenaar. Van de Kerkhof is daar artist-in-residence, gast in het atelier van het Van GoghHuis. De schilder van nu treedt daar in de voetsporen van de schilder van toen. Er is een boek van gemaakt, van een deel van die productie want veel heeft ook niet de zichtbaarheid gehaald. Een onderdeel van het proces die andere dingen kunnen opleveren. Deze dienen dus als vingeroefeningen, schetsen om de manier waarop Vincent de verf in de vingers heeft gekregen te doorgronden. Niet dat Matijs op eenzelfde manier te werk is gegaan, maar hij is erop door gegaan.

Door de verf te empateren, de kleurvlakken steeds aandikkend zodat een overvloed aan kleur het doek dekt, schildert hij net als Vincent helderheid, spontaniteit en levendigheid. De doeken spreken door de verflaag en weten te ontroeren door expressieve schoonheid. Het resultaat lijkt zo gemakkelijk ontstaan, maar de werkwijze is een uitputtingsslag. Want al snel kan door het schijnbaar overmatig gebruik van verf het beeld worden dood geschilderd, dat de heldere kleuren vervagen in een mistige grauwheid. Het gevaar ligt op de loer niet het juiste moment te kennen om te stoppen – niet te weten dat het genoeg is, en af is.
Zelf opgelegde test in de kunst
In het boek “Buiten de tijd om leven” is ook oud materiaal opgenomen. Werk van voor de aanraking door Vincent. Daarin is een andere verfbehandeling gebruikt, in sfeer tegengesteld aan het empateren. Bij glaceren namelijk worden de kleuren dun over de drager uitgespreid. Er ontstaat een enigszins dromerige stemming. Het is niet de realiteit die in abstracte kleurvlakken is weergegeven, maar de werkelijkheid achter het zichtbare beeld. In eerder werk komt dit sprekend tot uiting. Het heeft al wel de kracht, maar heeft meer van de grens tussen toegelaten experiment en een negatieve droom. Zo zoals het beeld aangeeft waarmee het boek aanvangt. De kunstenaar gaat op de knieën voor de beproeving, zijn zelf opgelegde test in de kunst. Wat kan ik en welke stijl kan mijn denken aan. Een archaïsch landschap, een extatische filmstill, een dansfeest. Matijs wil zich de dingen herinneren op zijn eigen manier. In een serie zie ik de beweging in zijn geheugen. De lichaamstaal zonder persoonlijkheid. De mimiek is er, de actie, maar de gelaatsuitdrukking is weg gelaten. Zo zoals ik me uit mijn droombeeld van vannacht een voor mij bekend mens kan halen, aan het individu weet ik waaraan ik slapend dacht maar een gezicht zag ik niet. In houding en het gedrag schuilt het bekende. De dingen die Matijs zich herinnert lijken beelden van een trouwfeest te zijn.

En dan halverwege het boek is er de bos bloemen in vaas, de schilder herinnert zich zo de zonnebloemen van Vincent. Pasteus geschilderd in weelderige kleuren. De afgebeelde bloemen kunnen van elke origine zijn, maar ik zie er geen enkele helianthus in. Dat hoeft ook niet, Matijs hoeft de uitdrukking van Vincent niet te herhalen, domweg na te schilderen. Het is een aanleiding voor nieuw werk. De schaduw van Vincent waart door de verf, maar het is in positieve zin bij lange na geen Vincent. Zo lijken de portretten van Vincent op Van Gogh’s zelfportretten. Maar hebben het eigen expressieve karakter van Van de Kerkhof. Daarmee legt hij een verband in de tijd door de tijd heen, maar eigenlijk een relatie buiten de tijd.
Onvervalst
Dat glaceren en empateren gebruikt Van de Kerkhof ook wel samen in enkele doeken, vooral de portretten om er de dualiteit van Vincent in uit te drukken. De doeken met werkers op het veld – zaaiers, spitters, poters – zijn puur abstracte schilderijen. Een sterke versimpeling van het krachtige beeld van Vincent. In de eigen stevige zeggingskracht van Matijs. De sterrennacht heeft alleen in titel betrekking op dat beroemde schilderij, het is een pure persoonlijke interpretatie en heeft niets meer van doen met het voorbeeld. Dat zijn eigenlijk de meest tot de verbeelding sprekende werken van Matijs van de Kerkhof. Dat er geen lijn kan worden getrokken met bekend werk, maar dat het louter op zichzelf staat, onvervalst.
Tekstuele bijdragen in het boek zijn er van Ron Dirven, de directeur-conservator van het Vincent van GoghHuis in Zundert. Hij vergelijkt de verfbehandeling en de krachtige streken van Vincent en Matijs. “Het is niet in veel verf gebruiken gelegen dat men goed schildert”, citeert Ron Vincent, “maar om een grond goed krachtig te maken – om een lucht blank te krijgen moet men soms niet op een tube zien.” Van de Kerkhof was te gast in het Van GoghHuis en Dirven prijst zijn prachtige reeks schilderijen die in Zundert zijn ontstaan.
Eigenlijk te ijverig
Auteur online platform voor onderzoek, talentontwikkeling en inspiratie Witte Rook Esther van Rosmalen tipt de koortsachtige drift van Van de Kerkhof aan. De lust om te schilderen, te scheppen, te componeren. Ze laat Matijs het zelf vertellen. Dat hij buiten de tijd om leeft tijdens het schilderen in de bewuste afzondering. Alleen met zichzelf als gezelschap kan hij met onverdeelde aandacht dagen en nachten door schilderen. Fanatiek en maniakaal. Eigenlijk te ijverig. De creatieve explosie kost frustratie. Het vastleggen van de bezigheid van Vincent is niet de stijl van Matijs. Maar het is dat heilig moeten wat hem brengt tot een buiten hemzelf persoonsgebonden verzameling werken. In wezen is het Vincent, in zijn is het Matijs. Deze tweeslachtigheid maakt het werk zo interessant. Is Vincent bezig met een expressieve impressie, Matijs zoekt naar de grens van de zichtbaarheid, in hoeverre te abstraheren – wat heeft de toeschouwer nodig voor herkenning.

Kunstliefhebber, boekenmaker en schrijver Alex de Vries liet een korte biografie in het boek plaatsen. Door zelfstudie maakt Van de Kerkhof zich het schildersvak eigen. Wat hij schildert hoeft niet een prettig beeld op te leveren, vindt hij. Het moet uitdrukking geven aan zijn ego in combinatie met de omgeving waarin hij is. Hij werkt met het gegeven dat er veel in de wereld is waarvan we liever wegkijken. Matijs kiest ervoor om in het domein van de figuratieve kunst te werken, maar laat daarin beeld en kleur niet samenvallen met de werkelijkheid. Zijn werk vervreemdt het zichtbare beeld, spreekt mijn onderbewuste aan meer dan dat ik direct begrijp wat ik zie. Ook gaat De Vries, naast een levensbeschrijving, in op de manier van schilderen. De stijl en de werkwijze in de gebruikte techniek. In dat schilderen probeert hij volgens Alex een omgang met het leven te vinden. Het zijn aan te kunnen. Het leven te leven. Zo zoals voor Vincent het schilderen de drijfveer was om te leven. Totdat het omgaan met het leven niet meer ging. Toen was het punt, op het hoogtepunt. Van de Kerkhof zet deze punt niet, nog niet. Hij kan voort, lustig. Elk van zijn schilderijen is een bloem in een veld vol wilde planten. Ik mag er één plukken, maar zou een hele bos mee willen nemen. Het boek “Buiten de tijd om leven” illustreert hoe een eigenzinnig kunstenaar treedt in de voetsporen van het verleden. De confrontatie aangaat met een revolutionaire voorganger en zichzelf daardoor van binnenuit vernieuwd.
“Buiten de tijd om leven”, Matijs van de Kerkhof. Uitgeverij De Zwaluw, 2021.


Geef een reactie