In februari van dit jaar zag ik zijn werk voor het eerst. Het stemde me vrolijk in de lastige tijd waarin we toen zaten. De sociale armoede, het thuis werken, geen contact maken. Het bericht kwam binnen in mijn mailbox bij Museum Belvédère. De deuren van de tentoonstellingszalen bleven voor publiek daar steeds maar gesloten en er was op dat moment nog geen zicht op verbetering van die situatie. De kunstwerken die we als museum zo graag tonen bleven ontoonbaar. Hij, de kunstenaar waarvan ik de mail met bijlagen ontving, stelde ons – dat is het museum – de vraag naar zijn werk te kijken. Misschien dat dit werk eens kon worden getoond bij ons in het museum. Maar hoe knap gemaakt ook, met een grote dosis creativiteit, sluit het niet aan bij wat Belvédère aan kunst wil laten zien. Hoewel conservator Han Steenbruggen wel houdt van uitstapjes, het naast de museaal gebaande wegen lopen.

De ontvangen portfolio werd in het archief opgeslagen en deze digitale map met werken raakte vervolgens buiten beeld. Ik maakte daarop mijn laatste maanden vol bij het museum als collectiebeheerder en ging in mei met pensioen. Er kwam voor mij meer tijd om over kunst en kunstenaars na te denken. Om over literatuur, poëzie en auteurs te schrijven. Maar het werk van Tomas Schats bleef in de virtuele la liggen. Bekeken, maar onaangeroerd.
Wonderlijke beeldtaal
Totdat ik zijn naam voorbij zag komen in een Facebookpost van online vriend Jaap Rodrigues Pereira. Jaap is kunstverzamelaar en heeft onder meer werk van Olphaert den Otter in zijn bezit. Dat werk was onlangs te zien in Museum Belvédère, vandaar deze organische link. Pereira ziet Schats bij Object Rotterdam, een pop-up platform voor limited editions. Hij deelt deze ontmoeting met de wereld, dus ook met mij. Mijn blik ving opeens weer die wonderlijke, maar desondanks doodnormale, beeldtaal van Tomas Schats. In februari had ik al het plan opgevat er iets mee te doen, maar toen is het er niet van gekomen. Dus mijn digitale archief doorgespit en daaruit de email met bijlagen van Schats opgediept.

Tomas Schats maakt ruimtelijke cartoons in epoxy en foam, in beperkte oplage. Witte beelden met figuurtjes die een woord uitbeelden. Zo zou je de creatieve ingevingen kunnen omschrijven. Het is stoeien met taal om vervolgens te spelen met beelden. In zijn portfolio vind ik een steeksleutelhuis, een krabberhuis, een tanktube, een tocht-zolder en een beitelbad. En welke gedachte het woord duidt, zo is het beeld in de ruimte gezet. Een figuurtje duwt een documentmap, vormgegeven als een huis met drie verdiepingen, tussen twee huisblokken in “Multomap”. Een vader zwaait zijn kind aan de armen rond in “Draaiman”, het object kan zich in beweging zetten. Dat is ook het geval bij het genoemde “Tocht-zolder” waarbij een figuurtje uit het geopende raam hangt en de lange haren verwaaien. Het “Blaasbalghuis” heeft een dak als een omgekeerd geopend boek, aan weerszijden duwen figuurtjes lucht door de schoorsteen.
Kantig en strak
De figuren van Tomas Schats zijn niet meer dan ledenpoppen zonder uitdrukking, nodig om een handeling te duiden. Bezoek ik zijn website zie ik meer van deze mannetjes dartelen over en met gebruiksvoorwerpen. Kantig en strak, wiskundig helder uitgelijnd, in witte vlakken opgezet voor duidelijke en eenvoudige zeggingskracht. De kracht van een ruimtelijk pictogram. Verstild, bevroren in de activiteit. Zo zodat ik wacht op de finale klap, de hoogste zwaai, een uitgeknepen tube.


Als illustrator zet hij de ruimtelijke beelden om op papier. Of zal het net andersom zijn, dat wat in enkele lijnen op papier staat de ruimte kan halen. De tekeningen hebben meer details en onderdelen om een situatie duidelijk te maken. Het is beeldtaal bij geschreven woord, want een plaat zegt veelal meer dan tekst. Het kan iets meer begrijpelijk maken, maar het kan ook een humoristische kijk geven op de realiteit. Een beeldgrap, een cartoon. De stripachtige tekeningen, heldere overzichtelijke plaatjes in een strakke lijnvoering, spreken gestileerd in klare lijn en primaire kleur een duidelijke taal. Tekeningen met contourlijnen met vlakke kleuren ingevuld: what you see is what you get. De kunst van het weglaten. Even ter zake raak als de objecten dat ook zijn. Zijn deze objecten weergaven van het vrije werk, de illustraties duiden reacties op door een ander geschreven verhaal. Als illustratie bij, of beter commentaar op de tekst. Maar het plaatje kan heel goed spreken zonder woorden.
Toegankelijk werk
Schats heeft een vorm gevonden die aanspreekt. Die niet op het verkeerde been zet, omdat het meer dan duidelijk is. Met humor zodat het opvrolijkt en steeds weer een glimlach rond de mond zet. De woordgrappen zijn en de beeldhumor is telkens scherpzinnig gevonden. Het laat je anders naar de normaal geachte dingen en zaken kijken. In mijn bezem zie ik ook ineens een mannetje zitten. En in mijn boekenkast kan ook zomaar een figuurtje opduiken. Schats kan zowel vlak als ruimtelijk denken. Dat maakt zijn werk toegankelijk. Hij kijkt om de voorwerpen heen en ziet er ineens een handeling in, een actie die wezensvreemd is aan het ding. Want zulke kleine onpersoonlijke figuurtjes bestaan natuurlijk alleen maar in beeldschrift. Anoniem en gestript van detaillering, emotieloos en onzijdig. Bij Schats zijn ze gaan leven in de derde dimensie. En kunnen zelfs soms daadwerkelijk in beweging komen, de actie maken.

Voor het serieuze Museum Belvédère bleek de humor een te hoge drempel, hoewel er vorig jaar wel een tentoonstelling kon zijn van het werk van tekenaar Joost Swarte in combinatie met dat van illustrator Martin Jarrie. De strip neemt de kunst op de korrel. Het werk van Schats komt uit de schaduw van dat van nestor Swarte. Met een even gemoedelijke kijk op de omgeving. Het maakt de kunst een stukje leuker.
Werk van Tomas Schats is binnenkort te zien bij Galerie With Tsjalling in Groningen. Pun intended van 28 augustus t/m 2 oktober 2021. Website: tomasschats.nl


Geef een reactie