Herinneringen opschrijven om het verleden niet te vergeten in het heden

Om het verleden maar niet kwijt te raken. De herinneringen niet te laten wegzakken in het moeras van het niet meer weten. Het zal je maar gebeuren dat je niets van vroeger meer terug kunt halen in je gedachten. Dat overkomt mensen, daar is een naam voor. Dat je weet dat het goed was en opwindend, maar dat het deksel op de schoenendoos vol beelden en woorden zo vastzit als een huis. Je kunt er niet meer bij, het is afgesloten -voorbij, over en uit. Sido Martens stelt daarom zijn verleden op schrift, omdat hij dit nu nog naar het heden kan halen. Gewoon om het voor zichzelf vast te leggen en te bewaren. Maar niet alleen dat, hij vindt zijn eigen geschiedenis zo belangrijk om het te boek te stellen. Want het blijkt zeker zo interessant voor mij om het te lezen, stel ik vast na lezing van de uitgave. Althans in de schrijfstijl die Martens hanteert. Dat is een lyrisch verhalen met veel oog voor detail. Kleinigheden die onbenullig lijken, maar het verhaal wel aantrekkelijker maken en meer inhoud geven. In “de Weemoeder” dompelt Sido Martens zich nog een keer onder in het lauwwarme badwater van zijn jeugd in de hoop zichzelf er niet definitief mee weg te spoelen, lees ik op de achterkant van het omslag. Zelf betitelt hij het als autobiografische fictie. Wat is werkelijkheid en welke is de fantasie. Waar ligt de grens, de lezer mag deze zelf zoeken en zijn pas tonen om in de illusie te verdwalen.

Een souffleur

Het boek vangt aan met een filosofisch getinte inleiding. Over brandende vragen in het leven, die nodig geblust moeten worden. Hij geeft er zijn eigen antwoorden op, want die heeft de schrijver paraat. Ik als lezer kan meegaan in die zienswijze, maar er ook mijn eigen tegenaan zetten of het als aanleiding zien om een mening te vormen. De vragen komen op door de herinneringen die zijn komen boven drijven omdat ernaar gevist is. Maar die vissen moeten eerst geschrapt en van kop en staart ontdaan, de graat eruit geritst. Dan zijn het hapklare brokken, maar pas wanneer ik het boek heb dicht geslagen. – het verhaal gelezen is. Bij wijze van spreken. ‘Er moet toch ergens een souffleur zitten die het script in handen heeft, een gebruiksaanwijzing voor het leven’, verzucht de schrijver.

Op een korte afstand kijkt hij naar zichzelf, zijn bezigheden en ervaringen. Hij stijgt boven zichzelf uit en schrijft over ‘de jongen’ en over ‘hij’, terwijl het voortdurend over hemzelf en zijn eigen herinneringen gaat. Slechts een paar keer in het boek zijn er bladzijden waarin de ik-figuur wordt opgevoerd. Dit zijn de meest emotionele delen van ‘de Weemoeder’. Dan legt de jongen de invloed van de gebeurtenissen uit zijn jeugd op het zijn in het heden van de man bloot.

Onopvallend opvallend

Alsof ik geen naam mocht hebben misschien”, vraagt hij zich af. Dat hij niet bij naam wordt aangesproken, maar ‘de jongen’ is. Hij denkt tekort te schieten, niet te voldoen aan verwachtingen. Volgens moeder is zijn enige kwaliteit van brood stront te kunnen maken. Wat hem in zijn verleden overkomt is herkenbaar voor de lezer die van dezelfde generatie is als de schrijver. Hoe hij leeft en wat hij beleeft is kenmerkend voor de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Soms lijkt het net alsof ik mijn eigen herinneringen zit op te halen. Het is zo treffend, typisch en typerend. Zijn verhaal kan op veel plekken de mijne zijn. Meanderende zinnen in zwierige teksten laten mij verdwalen in het eigen toen en destijds. Naar de jongen die ik was, ooit. Onopvallend opvallend.

Hij doorleeft al de dingen die een jongen van zijn leeftijd in die tijd onderging; stoeien met buurtkinderen, donderjagen met vriendjes, een eerste verliefdheid, amandelen knippen, kerstbomen fikken op oudjaarsavond en nog veel meer. Voetballen, honkbal, korfbal, kaatsen. Maar het sporten in een team lukt niet erg. “Te veel sociale druk, te vaak te angstig en te voorzichtig.” De jongen is een dromer, ligt graag in het hoge gras en kijkt naar de wolken. Hij voelt zich buitenstaander. Hoort eigenlijk nergens bij, alleen bij zichzelf.

Welhaast poëtisch beschrijft Martens de dingen om de jongen heen. De herinneringen blijken veelal rooskleurig te zijn. Maar dat kan zijn omdat hij over de waarheid fantaseert, het verhaal met zijn verbeelding aandikt en mooier maakt dan dat het in werkelijkheid was. De tijd kleurt het verleden. In elk geval leest het speels, wanneer Sido zijn regels componeert als tekstdichter. Ik lees over “oude dagen die verdwijnen om weg te kwijnen onder dekens van vergetelheid”.

Sido Martens, Ren Pen Producties, levensverhalen

Het boek is opgebouwd uit een reeks los van elkaar staande essays die als een doorlopende vertelling kunnen worden gelezen. Martens deelt deze korte verhalen beeldend in, al lezende zie ik het geschrevene zo voor mijn ogen gebeuren of althans in gedachten afspelen. Het boek kan zo een filmscript zijn over de lotgevallen van de jongen die geen naam mocht hebben. Er is weinig dialoog, maar een wereld aan handelingen en beschreven ervaringen. Dus een film met weinig tekst. Maar de indrukken zijn aanschouwelijk geplaatst, figuratief en expressief omschreven. Met een detaillering die weleens overbodig lijkt, maar daardoor zo schilderachtig is.

Het sterven van vader

Het verhaal lijkt wel van de hak op de tak te gaan, maar gedachten kunnen nu eenmaal alle kanten op schieten. De ene herinnering roept weer een andere op. En moet op dat moment daar beleefd worden om via een omweg terug te komen op het onderwerp zelf. Die afslag kan ook een uitleg zijn of bij een beschreven personage of voorval passen. Even van het pad af om snel op de rechte weg terug te komen.

Steeds komt het sterven van vader, op te vroege leeftijd, door de verhalen heen naar voren. Zijn dood wordt al in het begin aangekondigd. Al voor het ooit zover is. De vader maakt dan ook indruk op de jongen. De vader drinkt, dus de jongen wijst alcohol af. De vader is bars, maakt ruzie met de moeder. En dan bakt hij nog eenmaal oliebollen, zoals hij altijd deed. Er hangt een kerststal op zolder. Geloven doet de jongen net als de rest van de familie niet, maar tijdens de kerst zoekt de jongen naar een soort van troost, een houvast en doet hij aan bidden. En dan komt de schrijver tot een droom, dat hij in het graf van zijn ouders ligt. ‘In nergensland, zwevend tussen zijn en niet zijn, ijlend over de balustrade van hier en namaals’. De herinneringen aan vader komen boven. Steeds vaker mengt de ik-figuur zich in het verhaal en raakt de jongen meer op de achtergrond. De gedachten van nu komen in de plaats van de herinneringen van toen.

De jongen doet vakantiewerk, doet op school een klas nog eens over en gaat zich interesseren voor muziek. Zijn haar groeit tot over zijn kraag, hij wordt van school getrapt. Speelt gitaar, op een podium de blues, op de camping voor de tent. Welhaast in het slot van de memoires worden enkele bladzijden ingenomen door een keur aan popsongs, doorregen met enkele klassieke stukken. Bij iedere compositie is een gevoel dan wel emotie aangegeven. Het is een muzikale beschrijving van de ik-persoon. De ik-persoon, die net als de jongen, een dromer is, een laatbloeier, een buitenstaander. Op bongo’s mag hij dan spelen met een band aan het eind van de wereld, in Delfzijl. Deze plaats staat ook model voor de afsluiting van het boek. Het is geschreven op de dienstregeling in de wachtruimte van de bus: ‘van hier alleen nog maar terug’.

Boek ‘de Weemoeder’, reeks korte levensverhalen van Sido Martens. Uitgave Ren Pen Producties, 2020.

Sido Martens, Ren Pen Producties, levensverhalen

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *