Donderdag 30 september hoopt kunstenaar Jentsje Popma 100 jaar te worden. Daar diverse mensen uit de Friese kunstwereld van mening zijn dat al te lang wordt gewacht om de éminence grise een overzichtstentoonstelling in het Fries Museum te geven, wordt met dit eeuwfeest extra aandacht aan Popma gegeven. In de zomer is er een tentoonstelling in de Grote Kerk Leeuwarden, terwijl in het najaar in de Radboudkerk van Jorwert een verkooptentoonstelling met werken van Popma zal plaats vinden. En er is een boek, Jentsje Popma kunstenaar met een missie. In dat boek veel voorbeelden uit zijn omvangrijke oeuvre. Een tweetal schrijvers gaan in op leven en werken van de eeuweling. Na een rijk kunstenaarsleven legde Popma zijn palet en penselen zes jaar geleden aan de kant. Hij doneerde zijn atelier, materiaal en kunstwerken aan de Stifting Nijkleaster met de intentie de realisatie van een fysiek kloostergebouw midden op het Friese platteland. Met de bouw van dat gebouw waar stilte, bezinning en verbinding de centrale noties zullen zijn is dit jaar begonnen.
Ruimtelijke werken onder de slopershamer
Popma deelt met Nijkleaster het verlangen naar een plek waar mensen die in geestelijke spanningen verkeren tot rust en bezinning kunnen komen. Hoewel de kunstenaar niet uit een religieus nest komt, hij liet zich op latere leeftijd dopen, waren godsdienstige thema’s leidraad in zijn werk. De kunstenaar is een zachtaardig mens, maar staat wel op tegen onrecht gedaan aan de kunst en zijn werk. Diverse van zijn ruimtelijke werken, in opdracht gemaakt veelal via de 1%regeling, gingen onder de slopershamer omdat gebouwen zijn verkocht en een andere eigenaar en bestemming kregen. Ingezonden stukken naar kranten van zijn hand logen er dan ook niet om, tot aan de rechter heeft hij zijn gelijk gehaald. Een goed voorbeeld daarvan is het reliëf in chamotteklei, nu aan de gevel van de Bisschop Müller Stichting destijds gemaakt voor de Katholieke Nijverheidsschool voor meisjes in Leeuwarden. Het Anker wordt gezien als een afspiegeling van de levensloop van Jentsje Popma. De keramische wandsculptuur werd in 1965 door hem aangebracht en in 1990 door hem gerestaureerd. Eigenhandig redde hij het werk maar amper van de slopershamer. Het was zo beschadigd dat hij een nieuwe versie maakte. Nog wel herkenbaar, maar volgens zijn door de tijd gewijzigde opvattingen.

Jentsje Popma is klassiek geschoold en eigenlijk in zijn hele oeuvre dat ook gebleven. Met twee kunstdiploma’s op zak verliet hij in een tijd dat er stevige veranderingen optraden in de kunst van de academie. Hij had geleerd dat kunst dienend moet zijn, niet autonoom. Maar de tijdgeest is zijn tegenstander, oprukkend modernisme zet zijn klassieke en traditionele vorm van kunstenaarschap als achterhaald en ouderwets aan de kant. Maar de kunstenaar houdt vast aan zijn eigen principes. Hij blijft geliefd onder vakbroeders en -zusters om zijn ruimhartigheid en inlevingsvermogen. Niet in de laatste plaats omdat hij werk koopt van beginnende kunstenaars, collega’s waar nodig met materiaal helpt, zijn atelier uitleent en bemiddelt bij instanties. Hij betrekt collega-kunstenaars bij monumentaal werk en speelt opdrachten door. Popma ondersteunt nieuwe initiatieven.
Biografische inzichten
Zowel historicus Erik Betten als freelance tekstschrijver Susan van den Berg gaan in het boek in op leven en werk van de kunstenaar. Betten beschrijft het vanuit maatschappelijk perspectief en artistieke context. De verschillende aspecten van Popma’s werk worden behandeld door Van den Berg. Maar beide aspecten kunnen niet los staan van biografische inzichten, dus stippen de auteurs de levensloop aan en kan de lezer in de twee hoofdstukken dezelfde voorvallen in lijn tegenkomen. De derde tekst is die van emeritus predikant Jan Henk Hamoen. Hij is eindredacteur van het boek en beschrijft in zijn bijdrage de bijzondere band tussen Popma en Nijkleaster.

Het leven van Popma staat in het teken van de kunst. Ooit had hij als droom meesterschilder te worden. Ik en de andere lezers met mij mogen uitmaken of hij dit inderdaad geworden is. Aan de hand van het boek blader ik door zijn oeuvre, waarvan het betere beste is opgenomen. Geen gemakkelijke keuze om uit een rijk werkbaar leven de meest aansprekende voorbeelden te selecteren. Tekeningen, beelden en reliëfs, ramen en schilderijen. Popma is een veelzijdig kunstenaar. Naast werken in het atelier geeft hij les aan kunstacademie Minerva en maakt daarvoor eigen lesmateriaal. Daarin blijft hij trouw aan zijn academische principes. Op een klassieke manier met anatomische kennis naar schildermodellen te werken. Zijn portretten ademen dan ook een nuchtere werkwijze van waarnemen en weergeven, observeren en registreren. Wat zijn geestesoog ziet daarvan maakt hij een visuele vertaling. Op latere leeftijd mengt Popma elementen van impressionisme met het expressionisme, maar zijn werk blijft altijd gekoppeld aan de realiteit. Abstract wordt het nooit, de figuratie wordt versimpeld. Naast zijn ruimtelijke werk en de glaskunst is hij altijd blijven schilderen. In de reeks van portretten en naakten vallen de landschappen het meest op.
Productielandschappen
In 1985 stopt hij met lesgeven en een jaar later voltooid hij zijn laatste kunstwerk in de openbare ruimte: Piet Paaltjens in Leeuwarden. Hoewel de restauratie van Anker in 1990 zijn echte laatste ruimtelijke werk is, hij maakt noodgedwongen een heel nieuw werk naar de oude tekening. Daarna is hij definitief vrij schilderend kunstenaar. En profileert zich gaandeweg als voorvechter van milieu- en landschapsbescherming. Door middel van landschapschilderijen drukt hij dit uit. Van den Berg noemt het ‘schuldige’ landschappen. In het door hemzelf als ‘productielandschap’ betitelde werken zie ik geen stinkende sloten of verloederde natuurtaferelen, maar toegankelijke landschappen in frisse kleuren. Het is de omgeving zoals het was, maar gaandeweg uit beeld verdwijnt wanneer er niets aan behoud wordt gedaan. Popma ziet zijn werk niet als eerbetoon aan de natuur, maar als een aanklacht: Gods schepping is bezoedeld geraakt.

De kunstenaar haalt zijn voldoening uit wat hij heeft bereikt en gedaan: “Een overzichtstentoonstelling hoeft voor mij niet, omdat ik zo oud geworden ben. Als ik kom te overlijden, dan weten ze over tien jaar niet meer wie Jentsje Popma is.” Ik trek dat in twijfel, want de herwaardering voor zijn werk neemt serieuze vormen aan. Het is een omvangrijk oeuvre wat hij zal nalaten. Zeker te rekenen tot de parels van de Friese kunsthistorie. Naast andere grote namen zal zijn naam niet vergeten worden. Ook al niet dankzij dit boek dat tot stand kwam met steun van Stifting Nijkleaster. Ik eindig met de laatste woorden van voorzitter Alex Riemersma: “Dat de lezer en kijker van dit boek en de tentoonstelling (opnieuw) getroffen wordt door zijn kunst en geraakt wordt door de gemeenschappelijke missie van Jentsje Popma en van Nijkleaster.”
Jentsje Popma, kunstenaar met een missie. Tekstbijdragen van Erik Betten, Susan van den Berg en Jan Henk Hamoen. Inleiding van Alex Riemersma. Uitgave Noordboek, 2021.


Geef een reactie