De bollenstreek lijkt bij uitstek volop inspiratie te geven voor kunst en aan kunstenaars. De kleurenpracht wil en moet op doek. Maar de eigen schilders van de lage landen laten tulp, hyacint en narcis links liggen. Pas wanneer schilders van over de grens de kleuren op hun palet weten te vinden, wagen de Nederlanders zich aan de velden die jaarlijks tijdens de bloei duizenden mensen weten te boeien.
In de reeks “schilders van” bij uitgeverij WBOOKS te Zwolle zijn meerdere titels verschenen. In een handzaam 20×20 centimeter gebonden formaat laat de uitgever Nederland cultureel gezien in kaart brengen. Van Staphorst tot Volendam via de Veluwezoom naar Domburg en Egmond. Details uit de rijke kunstgeschiedenis van de lage landen. Kleine tentoonstellingen op papier met veel kunstwerken en weinig woorden. Althans net genoeg tekst om op een informatieve manier het onderwerp te beschrijven. In mijn kunststukje krijg ik uit de serie de “Duin- en Bollenstreek” onder ogen. Kunsthistoricus Werner van den Belt en journalist Bob Hardus beschrijven de geschiedenis van de bollenvelden vanuit het eigen vakgebied. De historie van de kunst in de streek in leesbare taal geschreven.
Religieus devote tulp
In vroeger jaren, eeuwen geleden staat geschreven, was er geen sprake van bollenvelden. Wel kregen de destijds kostbare bloembollen afgesloten compartimenten binnen de aangelegde botanische tuinen van welgestelde mensen toegemeten. De tulp werd oorspronkelijk gekweekt voor apothekers, artsen en kooplieden. Later werd deze verhandeld en steeg de bloem snel in waarde. De religieus devote tulp werd symbool van immoreel gedrag, egoïsme en hebzucht. Er ontstond een heuse tulpmanie in de eerste helft van de 17e eeuw. Een windhandel voor snel geldelijk gewin. Op kopergravures staan de weelderige tuinen afgebeeld.

Niet alleen bloembollen staan centraal in het luchtig geschreven boekwerk, ook de ruime geschiedenis rondom dit onderwerp wordt belicht. Zo laten de auteurs weten dat de ooit door Napoleon geroofde kunst de kern wordt van de koninklijke collectie. Directeur van deze eerste openbare kunstcollectie is daarvoor redder van de Keukenhof, een kasteel dat als de meeste landhuizen is verwaarloosd en op de nominatie staat te worden afgebroken. Hij draagt bij aan de groei van de collectie en hangt ook de muren van het kasteel vol met Hollandse Meesters. “We kunnen dus met recht stellen dat de bakermat van onze Nederlandse kunstcollecties zich in de huidige Duin- en Bollenstreek bevindt”, proef ik de trots. En zo is de cirkel rond.
Velden vol bloemen
De schilders van de Haagse School leggen zich in eerste instantie toe op het vissersgenre en het duinlandschap. Zij zijn daarin op zoek naar natuurbeleving en vinden inspiratie in de dramatiek van het gewone leven. De beleving van de streek komt evenwel van buiten. Het heeft aantrekkingskracht op schilders van elders die wel de schoonheid van de bollenvelden ontdekken en kunnen verwerken. Vincent van Gogh bijvoorbeeld was de eerste kunstenaar die een bollenveld naar de werkelijkheid schilderde. Althans dat schilderij wordt aan hem toegeschreven hoewel het ongesigneerd is. Het werk toont als een echte ‘van Gogh’, maar Hardus en Van den Belt blijven er vaag over.
De Franse impressionist Claude Monet op zijn beurt was diep onder de indruk van de enorme velden vol bloemen, die een gekmakende kleurenpracht bezaten. Zo werkte de streek magnetisch op de kunst van meerdere buitenlandse schilders. De Nederlanders waagden zich echter nog niet aan de volle primaire kleuren van de bloemen. De Zeeuw Anton Koster was de eerste Nederlandse schilder die zich vol overgave wijdde aan de vertaling van de kleurenpracht van de bollenvelden naar het doek. In het boek staan dan ook een groot aantal schilderijen van ‘de Rembrandt van de bollenschilders’ afgedrukt. Nog allemaal realistische werken, waarin de bloem aan de soort te herkennen is. Koster wordt dan ook naast colorist chroniqueur van de ontwikkeling van de bollenteelt genoemd.

Felle kleuren van tulp en hyacint
Het schilderen van bollenvelden was geen vanzelfsprekendheid door de felgekleurde bloemen die niet aansloten bij de heersende trend in de laten jaren van de 19e eeuw. Maar juist in het abstracte metier konden de felle kleuren van tulp en hyacint tot bloei komen. Allengs wordt de realiteit dan ook losgelaten en krijgen de bloemen van de bollenvelden een meer abstracte invuling. Een kunstenaar uit China ziet de velden vanuit de lucht wanneer hij aan komt vliegen op Schiphol. Hij is erg onder de indruk en vertaalt deze kennismaking met Nederland in systematisch opgezette kleurige materieschilderijen. Anderen zetten de velden naar hun hand en in eigen stijl, zoals Reinier Lucassen en Theo Lohmann. Het bekende Hollands Glorie van Jan Cremer zet zich af tegen het bekrompen Nederland. Dick Beutick buigt zich over de kenmerkende horizontale lijnen om daarna in stijl van Mondriaan’s boogiewoogie het beeld op te bouwen in kleurige vierkantjes, alsof de bloemen liggen uitgestrooid.
Uiteraard is de duin- en bollenstreek een dankbaar onderwerp voor de fotografie. Tegenwoordig is dat de amateur die een ritje op de zondagmiddag langs de velden doet. Met de camera in de aanslag, want de familie moet op de foto tussen de tulpen. Eerder was het de professionele fotograaf die al vroeg met de toenmalige technieken de kleuren wist vast te leggen. Eerst een uitsnede in de werkelijkheid. Later, in de nieuwe tijd na de oorlog, worden de velden tot monochrome abstracties. Marcel van der Vlugt bijvoorbeeld portretteert bloemen alsof het gezichten zijn, met eigen karakter en de schoonheid van verval. Bijzonder is de vertaling van Andreas Gursky, in scheervlucht lijkt hij over de gekleurde bloemlijnen te vliegen.

Panorama Mesdag
Een laatste hoofdstuk gaat over de panorama’s binnen de kunst van de kuststreek. Met Panorama Mesdag als enig overgebleven rondom-schilderij uit de tweede helft van de 19e eeuw. De grote schilderingen waarin je als bezoeker je kon wanen in het landschap werden vooral aangewend tijdens internationale land- en tuinbouwtentoonstellingen. Het decor was ter promotie van de Nederlandse handel en wandel. Alle details van het land samengebracht op een cirkelvormig gespannen doek. De moderne varianten op het panorama brengen heden en verleden samen.
De bollenvelden blijven een enorme aantrekkingskracht houden. Niet alleen in de kunst en door de kunstenaars, die met innovatieve technieken de natuurlijke schoonheid in kleur en fleur kan vastleggen. Waar de schilders eerder in het atelier hun impressie van de streek konden vastleggen, kon men later nadat de verf in tubes kwam en plein air werken. Met veldezel tussen de bloemen de kleurenpracht op doek zetten. En mag Monet dan gek worden van de felle kleuren, de kunstenaars is het toch gelukt deze naar waarheid en in schoonheid vast te leggen. Het boek van “de schilders van de Duin- en Bollenstreek” laat dit smakelijk vorm gegeven zien.
De schilders van de Duin- en Bollenstreek. Auteurs Werner van den Belt en Bob Hardus. Uitgeverij WBOOKS, 2021.

Geef een reactie