In mijn geordende boekenkast kan ik het boek “de schilders van Egmond” wegzetten bij de kunstboeken, maar het past ook uitstekend in de reeks geschiedenisboeken die ik er heb staan. De reeks “De schilders van…” cq “Schilderkunst in…” van Uitgeverij WBOOKS is zo gedegen samengesteld dat het zeker in de uitgaven over kunstgeschiedenis past. Niet alleen de kunst van plaats en streek wordt erin beschreven, maar ook achtergrondinformatie over historische gebeurtenissen in die contreien. Hoe die plek of omgeving zo is geworden zoals deze er nu bij ligt. ‘Vertel mij uw verleden en ik zeg wie u bent’, zoiets. Wie diep graaft vindt een rijke geschiedenis, op iedere plek. Dat maakt de genoemde serie zo interessant. En de toevoeging dat er zoveel inzicht met behulp van afbeeldingen wordt gegeven. Eigenlijk is dit andersom, het zijn kijkboeken met net voldoende tekst om mij te informeren.
De schilders van …
Had een ander boek – namelijk “de schilders van de Duin- en Bollenstreek” – uit de serie mijn interesse vanwege het contact met de uitgever over een te gebruiken afbeelding van het museum waar ik op dat moment werkzaam was, Egmond heeft mijn belangstelling daar ik meerdere malen in de abdij aldaar als gast heb mogen vertoeven. Maar andere titels kunnen mij ook bekoren, zoals “rondom de Bergense School” en “de schilders van Drenthe”. De uitgave “de schilders van De Ploeg” vond ik al in mijn boekenkast. Dit dankzij directeur/conservator Han Steenbruggen van Museum Belvédère, die tijdens zijn periode bij het Groninger Museum zich in deze schildersgroep heeft verdiept.

In het hier te bespreken boek lees ik dat de plaats Egmond al vroeg in de belangstelling stond en zo’n beetje het machtscentrum van de Hollanden was in de eeuwen voor de 19e. Het was een plaats met aanzien door de abdij in Egmond-Binnen en het Slot op de Hoef. De happy few van de 17e eeuw had er buitenhuizen. Het geslacht Egmont had veel in de melk te brokkelen. En nu nog klinkt de echo door, want koning Willem-Alexander stamt af van de graven van Egmond. Auteur Peter J.H. van den Berg beschrijft het rijke verleden en de adel die zich verlustigde aan deze kust, in de duinen en langs het strand.
Langs zee en achter duinen
Voor de reformatie maakten schilders van naam en schilders die onbekend zijn gebleven in de geschiedenis religieus getinte kunstwerken voor de abdij en de slotkapel. Later schilderden en tekenden zij gedetailleerd de ruïnes van abdij en slot na verwoesting door de geuzenleider in opdracht van Willem van Oranje. Daarna ook ontstaan portretten van de familie Van Egmont, belangrijke bewoners van het gebied en kloosterlingen. Landschappen, zee- en dorpsgezichten en het vissersleven mogen worden gemaakt zonder er een diepere zin aan te hoeven geven. En er is onderwerp en inspiratie genoeg in haven, langs zee en achter duinen. De landschapsschilderkunst neemt in heel Nederland een vlucht en Egmond gaat in die stroom mee.
Aan één stuk door is er sinds de 15e eeuw tot onze tijd in Egmond geschilderd. De schrijver vraagt zich echter af waarom de werken die in Egmond zijn ontstaan zo weinig bekend zijn. Dit raadsel kan ook hij niet oplossen. Want van alle kustdorpen is Egmond het minst bekend, terwijl alles aanwezig is wat een schilder zich zou kunnen wensen. Europees bekende kunstenaars bezochten rond de eeuwwisseling, de fin de siècle, de kustplaats. Er zijn veel kunstwerken ontstaan en er is genoeg van ondergebracht in diverse musea van naam over de wereld. Maar toch is Egmond geen ware schilderplaats geworden zoals Bergen en Laren dat wel zijn.

Painter of sunlight
Voor de Amerikaan George Hitchcock, ik kwam hem al tegen in de duin- en bollenstreek, is een belangrijk deel van het boek ingeruimd. De bekend geworden kunstenaar had met anderen Egmond op kunnen stuwen in de kunstgeschiedenis, maar dat is niet gebeurd. Wie de uitgave doorbladert zal zich afvragen wat hiervan toch de reden kan zijn. Hitchcock vestigt zich met zijn vrouw in de Egmonden, pacht er een stuk duin om een woonhuis met atelier te bouwen waar vele schilders van naam achter de ezels zullen aanschuiven. Zijn handel en wandel wordt uitvoerig besproken. Hij wordt een vernieuwer genoemd, geen navolger. Een ‘painter of sunlight’ met een diep ontzag voor de natuur die zijn onuitputtelijke inspiratiebron is. Zelf formuleerde Hitchcock het als volgt: “The true artistic mind seeks color, atmosphere, or fine lines, to fill out the beauty on the canvas which he feels in his soul, or to give adequate expression to he pathos in his mind.” Na zijn werkbare leven sticht Hitchcock de Art Summer School, een kunstkolonie in Egmond aan de Hoef, die een vijftiental jaren schilders uit binnen- en buitenland en plein-air in de duinen laat werken. Op het moment dat deze Egmondse school verdwijnt vertrekken ook de kunstenaars naar elders. Het dorp scheen een periode geen aantrekkingskracht meer te hebben en leek geen aandacht te krijgen. Maar toch bleven de kunstenaars komen, zoals onder meer uit Duitsland. Ze ontwikkelen een eigen stijl, maar het zal de faam van de eerdere kunstenaarskolonie zijn geweest die hen naar Egmond bracht denkt Van den Berg.

Egmondse abdij
Zoals gezegd is het boek rijk geïllustreerd met legio voorbeelden van kunst die in en rond Egmond door de eeuwen is gemaakt. Tekeningen uit het Evangeliarium van Egmond, derde kwart 9e eeuw, tot het zelfportret van Gerrit Halenbeek uit 1941. Met daartussen veel prachtige religieuze werken en afbeeldingen van abdij en kasteel. Anekdotisch en historisch verantwoord zijn de kerkelijke taferelen als een trouwerij, de preek, de koorleider; huiselijke taferelen en het werken op zee en op het land, in de duinen. Een extra hoofdstuk toont foto’s uit de oude doos: zo waren de Egmonden rond 1900. Een mooie inkijk in het dorp van toen.
Door de aanwezigheid van de Egmondse abdij kleuren schilderijen na de reformatie toch religieus, zoals de bijbelse taferelen die George Hitchcock schildert in de duinen van Egmond, de ‘Beate Maria’ en ‘Madonna of the fields’ van Gari Melchers. Maar na het hiervoor genoemde zelfportret zie ik uit latere jaren geen werken afgedrukt in het boek. Het lijkt alsof Egmond in de oorlog van de culturele kaart is geveegd en niet belangrijk genoeg geacht voor latere schilders er werk te laten ontstaan. Enkel vind ik realistisch schilder- en tekenwerk, geen nieuwe stromingen of abstracte composities. Geen experimenten of andere minder esthetische werken dan het huisje-boompje-beestje, het strand-duinen-zee. Maar misschien komt er een “de schilders van Egmond” deel twee waarin de na-oorlogse kunst tot in de 21e eeuw wordt beschreven.
De schilders van Egmond. Auteur Peter J.H. van den Berg. Uitgeverij WBOOKS, 2021.

Geef een reactie