Verhalen uit de eerste hand. Van getuigen, ervaringsdeskundigen en mensen die het in hun erfenis hebben zitten. Het A-woord wordt vermeden, niet in het boek Auschwitz (en andere verhalen), maar wel in de familie van schrijver Hans Citroen. Als telg van een Joods geslacht trekt de oorlog een zware wissel op zijn leven. Het is een nauw zittende jas, opgehangen aan de kapstok van de concentratie- en vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau. Nu is dat kampcomplex een museum, is de geschiedenis er een bezienswaardigheid. Voor toeristen, buitenlanders en hoogwaardigheidsbekleders. Men wil er graag op de foto met in de achtergrond een barak, de spoorlijn of een wachttoren.
Telkens in het handzaam gebonden boek, het kan zo in de binnenzak als reisgids naar toen en daar, is wel de lijn naar die oorlog gelegd. Hoewel het voetbalspel als aangename verandering van spijs het boek er verteerbaar op maakt. Niet licht te verwerken, want Hans Citroen snijdt nogal heikele onderwerpen aan. Auschwitz als kamp waar duizenden joden zijn vergast. Voor Citroen heeft de plek een bekende klank, omdat zijn opa er was ondergebracht maar het leven er niet heeft gelaten. Hij kan er later nog over praten met zijn kleinzoon, wanneer deze de leeftijd er voor heeft. “Mannen onder elkaar, mijn opa en mijn pa. Ze hadden het in de beslotenheid van de auto altijd over de oorlog. Vanaf de achterbank luisterde ik als toekomstig man mee. Met rode oortjes. De oorlog, wat had ik die graag meegemaakt.” Later komt Hans erachter dat Auschwitz nu gewoon een stad is waar mensen wonen. Hij vindt er zijn vrouw Barbara, zodat de plek meerdere betekenissen krijgt en gevoelens oproept.

De oorlog is een rode draad door het boek en de verhalen heen. Steeds duikt die duistere periode uit de geschiedenis als veelkoppig monster uit boven het maaiveld van de tekst. Hans Citroen is kunstenaar, schrijver en onderzoeker. Met aandachtig beschouwen komt hij tot gedetailleerde beschrijvingen opgediept uit zijn herinneringen. Hij onderzoekt zaken die onder de mat lijken geveegd, en wil het naadje van de kous weten over dingen die in de doofpot zijn gestopt. Zo vallen bijvoorbeeld de dichter Jan Campert en de politicus Wim Aantjes in zijn boek van het hen door de autoriteiten aangemeten voetstuk af. Blijken ze niet zo vaderlandsgetrouw als dat de geschiedschrijving ons wil doen geloven. Het zijn geen onthullingen, maar Citroen zet de feiten nog eens nauwkeurig op een rij om de vervalsing uit te poetsen. Ook de Hollandse misdrijven in de oorlog van Nederlands-Indië komen in Auschwitz boven tafel. Hoewel de geschiedenisboeken hier vaag over zijn, omschrijft Citroen deze oorlogsmisdaden – want dat zijn het – klaar en helder in zijn boek. Het wint geen doekjes om de historie, maar licht juist een dikke tip op van de sluier die de foute geschiedenis van Nederland probeert te bedekken met de mantel der liefde. Een zwarte bladzij bij wijze van spreken, maar Citroen maakt er een witte pagina van bedrukt met zwarte letters die er niet om liegen.
Televisiefilms en radiodocumentaires
Het boek Auschwitz (en andere verhalen) is niet zomaar een avonturenroman, maar juist een geschiedenisboek. De historie gezien door de ogen van een naoorlogs kind. Die ook oog had voor voetbal en andere zaken die het leven leefbaar maken, en het boek leesbaar. Maar het A-woord duikt in zijn leven te pas en te onpas op. Het verpest thuis de sfeer, en zet Hans aan tot het van zich afschrijven van dat verhaal waarover lang gezwegen is. Veel van de verhalen zijn van horen zeggen. Opgetekend uit de mond van opa. “Opa’s Joodse afkomst was nooit bijzonder. Dat veranderde tijdens de bezetting. Na 44 jaar onopvallend Nederlanderschap moest hij een gele ster dragen met het woord Jood erop.”

Vertellingen veelal uit de eerste hand. Overleveringen en verklaringen van getuigen, die de bloederige gebeurtenissen gekleurd kunnen hebben ingevuld. Citroen speurt naar de waarheid, naar hoe het er precies aan toe gegaan is. Niet de heroïsche daden van de enkeling, maar de moed van groepen die in opstand komen tegen de overheersers. Met zijn Poolse vrouw bezoekt hij later regelmatig Auschwitz. Zij is in dat stadje geboren – hoe toevallig wil je het hebben. De verhalen van opa Hartog trekken Hans onwillekeurig naar die plek toe.
Hans Citroen werkt mee aan televisiefilms en radiodocumentaires die op locatie in Auschwitz en omgeving worden opgenomen. Bedoelt om ook in het millennium en voor het nageslacht de aandacht vast te houden, de gedachte aan de gebeurtenissen op het plaats delict levend te houden. Sommige onder ons ontkennen het ten stelligste, plaatsen het zelfs tussen aanhalingstekens als zou het nooit hebben plaats gevonden. De cold case wordt door de tijd ingehaald; het beton vergruist, in de massagraven zwemmen eenden, botten versplinteren, prikkeldraad breekt af, kamppalen verrotten. Niet lang nog dan is het vergeten, voorbij, geschiedenis. “Hoe kon de Judenrampe zo in de vergetelheid zijn weggezakt? Wat was er met die houten barakken van Kamp Birkenau gebeurd? En wat was eigenlijk de bedoeling van die barakken? Zaten daarin de Joden te wachten tot er plek voor ze was in de gaskamers? Het leek me onwaarschijnlijk. Wie niet kon werken werd dezelfde dag nog vergast.”

In een gesprek met zijn vrouw wordt duidelijk dat de omgeving na de oorlog geen weet heeft van de vernietigingskampen, weinig wisten van wat daar was gebeurd. Het besef dat de Europese Joden daar in grote getale zijn vergast kwam pas later. Het kamp is nu een museum waar toeristen in bussen naartoe worden gebracht. Auschwitz is nu een trekpleister, een Europees Mekka, je moet er geweest zijn, ooit. De toeristen maken met hun houding en mimiek van Auschwitz echter de meest verschrikkelijke plek van de wereld. Barbara voelt zich een paria wanneer ze vertelt dat het haar geboorteplaats is. Ook wanneer ze naar het buitenland gaat om te studeren reageert men vreemd en afwijzend: dat je daar kunt wonen. Maar het is gewoon een Poolse stad als alle andere, waar je een gelukkige jeugd kunt hebben.

Voor opa en pa Citroen is Auschwitz een verschrikking waar zo weinig mogelijk over gesproken moet worden. Voor zoon Hans is het een plek om te bezoeken uit nieuwsgierigheid. En voor zijn vrouw Barbara is het een thuiskomen. Heel verschillende ingangen voor een plek die zo’n beroerde nasmaak heeft gekregen. Het maakt het boek tot een interessant en onderhoudend werkstuk. Ook al omdat de schrijver in het boek andere verhalen toelaat, die de zwaarmoedige teksten verluchtigen. De lezer even laat ademhalen, mij een denkpauze geven. Maar al snel wordt de draad terug opgepakt en duikt Citroen weer in de historie. Hij heeft een zwierige trant van schrijven die de zure appel tot sappige peer maakt. Maar houdt wel de verschrikkingen van de geschiedenis in het oog.
Auschwitz (en andere verhalen). Korte verhalen van Hans Citroen. Uitgave: ALM Publishing Rotterdam, 2020.

Leave a Reply