Wil je als artiest of band je leven en zijn laten beschrijven, dan staan er rijen journalisten te trappelen om dat voor jou te gaan doen. Ze duiken maar al te graag in het verleden. Spreken met plezier diverse mensen om jou biografie uit de tweede hand samen te stellen. Want er zijn genoeg getuigen van jou wezen en handelen te vinden, en deze willen daar graag een boekje over open doen. Ook kan een fanatieke fan of een gedreven groupie worden ingehuurd om een gekleurd beeld te geven. De popgroep Fungus zat er niet op te wachten, op die beschrijving van opkomst, succes en afgang. Een vermelding op Wikipedia en in de Muziekencyclopedie leek genoeg. Toch is er een groepsbiografie gekomen, en wel een beschrijving van het wel en wee uit de eerste hand. Geen interpretaties of aannames dus, maar een ongekleurd verhaal van iemand die het dichtst bij het vuur zit – een muzikant in het heetst van de strijd. Ik lees in Fungus het verhaal van gitarist en mandolinespeler Sido Martens. Over zijn ervaringen als lid van folkrockgroep Fungus, of zoals hij het zelf noemt “mijn jaren als zwam”.
Kommetjes van Himalayaklei
Martens is geen getuige, maar juist ervaringsdeskundige. Hij schrijft geen verhalen waar de tijdgeest een dikke, zoete laag nostalgische overdrijving op heeft achtergelaten. “Meer een weergave van de soms turbulente gevoelens gedurende mijn muzikaal volwassen worden, want dat deed ik bij Fungus.” Het is dan ook een boek over Sido Martens zelf, meer dan dat het een biografie van de band Fungus is. De groei van langharige jongeman voor wie de hele muziekscene nog een onontgonnen wereld is. Tot een man die zijn wilde haren verloor en zijn weg in de muziek heeft gevonden, op eigen kracht. Fungus was door hun gebruik van instrumenten met een stekker niet van de geitenwollensokkengeneratie. Folk bleek namelijk “voorbehouden aan baardige types op gezondheidssandalen die linksdraaiende yoghurt aten uit door Nepalezen geboetseerde kommetjes van Himalayaklei”. Meteen al op de eerste pagina’s in het boek relativeert Martens deze beweging, waarvan hij zelf een aantal jaren onderdeel uitmaakte. Op zijn eigenwijze en humoristische manier van schrijven laat hij weinig heel van de ingedutte sfeer. Alles moet akoestisch, elektrisch versterkte instrumenten zijn verdacht – daarmee pleeg je heiligschennis. Het is daarom opmerkelijk dat Fungus op een goed moment wel de moed heeft om de gitaar in te pluggen. In het jaar 1974 draagt de groep met Martens een steentje bij aan de vaderlandse popgeschiedenis.

Met de song “Kaap’ren Varen”, een Top-40 hitje volgens Sido, is de toon gezet. Wel elektrisch versterkte volksmuziek, maar “geen band van gehaktstaven en hamburgers bij benzinestations tijdens met bier overgoten autoritten huiswaarts”. Drinkgelagen en orgiën gingen aan deze muzikanten voorbij. Geen groupies, geen goed gevulde kleedkamers. Geen seks en drugs, en zeker geen rock’n roll. De mannen waren vooral bezig met muziek, en in de brave folkscene was geen plek voor ontluisterend en onzedelijk gedrag. “We deden wat we leuk vonden. (…) Er zat geen groter plan achter dan ‘gewoon’ op onze manier muziek maken en uitvoeren, compleet met al onze beperkingen en mogelijkheden.” Fungus was een vriendenclubje dat lol heeft in wat ze doen, zonder een hitnotering in gedachten te hebben. Het overkwam hen, zoals het optreden tijdens Pinkpop hen overkwam en een korte tour naar Engeland waar drie optredens van uitvielen. In navolging van wat er overzee gebeurde binnen de suffe folk, namelijk het versterken van de akoestische instrumenten door groepen als Fairport Convention en Steeleye Span, ging Fungus dat hier ook doen. Het was een gat in de markt en sloeg in eerste instantie aan als ontheiliging en nieuwlichterij.

Sido, een verlegen onzekere jongen – een twijfelkont, heeft de tijd van zijn leven. De twee jaar dat hij deelneemt aan Fungus, zwam is, vormt hem in de muziek en in zijn bestaan. Het is de springplank om op eigen kracht en met eigen middelen verder te gaan. Het boek “Fungus, mijn jaren als zwam” is vooral het verhaal van Sido Martens. Zijn ervaringen met en in de band, en later solo als muzikant, componist, schrijver en producer. Het boek is ook te zien als plakboek, want het is rijkelijk geïllustreerd met foto’s, posters en krantenknipsels. Interessante toevoeging zijn de QR-codes. Door het boek heen staan er diverse van afgedrukt, waarachter een link zit naar filmpjes van Fungus tijdens Pinkpop en Nederpopzien bijvoorbeeld. Prachtige opnamen, een welkome aanvulling op de toch al luchtige tekst.
Vervoer per ‘volwassen’ bus
De hoofdstukken die de diverse jaren in onderdelen behandelen worden afgesloten met de agenda van dat betreffende jaar. Een archief zoals een verstokt fan deze aanlegt. Sido is onderdeel van het gebeuren, maar zeker ook fan. Praktiserend liefhebber. In zijn boek volg ik door de verhalen de groep tijdens optredens en bij het opnemen van albums. De diverse songs worden uitgebreid besproken, wat een heldere kijk in de keuken geeft. Na de eerste titelloze LP groeit de groep, wordt professioneler in muziekinstallatie en vervoer per ‘volwassen’ bus. Maar een mooie Fender Broadcaster moet Sido wegens gebrek aan geld aan zijn neus voorbij laten gaan. “Een echte rock & roller had desnoods zijn moeder verkocht om zo’n gitaar te hebben…”.

Op een gegeven moment is het voor Sido op. Hij blijkt niet opgewassen tegen het wereldje op en rond de bühne van een popgroep. Hij kondigt aan te willen stoppen met de band. Maar er liggen nog afspraken voor concerten en televisieoptredens, en er wordt nog een tweede LP opgenomen. “De verkering was uit, maar we bleven elkaar ontmoeten.” Sido voelt weinig begrip voor zijn situatie daar waar het het vele reizen, het tekort aan rust en de inzet qua tijd om zijn aandeel te leveren aan de band. De roem eist zijn tol. En Martens redeneert zijn status van ster kapot. De verhalen krijgen een persoonlijke tint en worden zelfs intiem wanneer Sido zijn tweede natuur beschrijft. Hij weekt los van de groep en zoekt een eigen weg verder. Dat gaat hem goed af. Hij voelt solo de artistieke vrijheid, alleen is hij eigen baas en dat werkt goed en maakt productief.
Drie variaties
In eigen beheer brengt hij een groot aantal platen, cd’s en boeken uit. De uitgebreide catalogus van zijn werk achter in het boek afgedrukt bewijst dat. Het geheel wordt afgesloten met ingezonden brieven van na aan de groep staande mensen, die hun eigen licht over de gang van zaken laten schijnen. Toch een inkleuring van het frivole en dartele geschrift. Bij het boek ingesloten vind ik een affiche die aangeeft dat de Fungus lp uit is. En, dat is bijzonder, een cd waarop Sido Martens drie variaties van de song “Kaap’ren varen” heeft opgenomen. Frisse arrangementen die het toch wat stoffige imago van het lied anno 2021 een actuele sfeer inblazen.

Het boek leest lekker weg, is licht verteerbaar, want Martens’ verteltrant zingt zoals zijn songs dat doen. Het zijn prettige en bij tijd en wijle humoristische verhalen om te lezen. Hij filosofeert een eind weg en relativeert zichzelf van het voetstuk af. Sido kan zijn gedachten eenvoudig op papier zetten, zodat ik als lezer hem op de voet kan volgen. De schrijver overdenkt voor hij gaat schrijven, maar soms lijkt het ook alsof Martens meteen zijn bespiegelingen opschrijft. Hij telt niet eerst tot tien, maar geeft direct en zonder omhaal van woorden zijn gevoel en beleving weer. Het is een bijzondere schrijfstijl, zo markant als Fungus dat in de eerste jaren van het bestaan was. De Martens van nu is allang niet meer de Sido van Fungus, maar in dit boek laat hij die jaren 70 nog eenmaal tot leven komen.
“Fungus, mijn jaren als zwam”, Sido Martens. Uitgave: Ren Pen Produxies, 2021.

Geef een reactie