Om een schilderwerk te kunnen doorgronden moet ik erin gaan wonen. Mij door de compositie laten opnemen, versmelten met het schilderij. Me laten leiden langs de lijnen en verfstreken die de schilder heeft getrokken. Zwerven in de vlakken, maar oppassen er niet in te verdwalen. Want dat kan gemakkelijk, vooral bij de abstracte kunst. Dat ik zo dwaal en dool in de expressie dat ik niet meer weet waar ik ben. De plek van het hier en nu kwijt ben. Van de andere kant gezien is dat een compliment, want dan heeft de schilder een doel bereikt. Heeft ervoor gezorgd dat ik zo in het werk zit dat ik de uitweg niet meer weet. Het boeit, houd me vast. Grijpt mij, het laat me niet meer los.
Voor de bundel “Lijfsbehoud” is dichter Peter van Lier in het door hem uitgekozen werk gaan zitten. Bij wijze van spreken. Heeft zich zo lang door het werk laten bekijken, dat zich er als vanzelf woorden hebben gevormd. Niet hij was de toeschouwer, maar het werk keek naar hem. Liet hem toe en Van Lier kon daaraan zijn literaire beelden geven. Het werk leidde hem door het beeld in de ruimte van de fantasie. Het nodigde hem uit zijn klanken te voegen bij hun kleuren.
Dansende woorden
Zoals het abstracte werk van de vier kunstenaars die hem integreerden niet gemakkelijk zijn te betreden, zo is zijn poëzie niet eenvoudig om te lezen. In de compositie die is ontstaan uit schilderij en gedicht, een nieuwe schepping, moet ik als lezer van de bundel gaan wonen om het mijn huis te maken. Het beeldend kunstwerk is opgenomen in de over het papier dansende woorden. Het is eigenlijk het hart ervan geworden. Die woorden verklaren het werk niet, maar geven er een andere inhoud aan. Misschien niet die duiding van de kunstenaar zelf, maar de ervaring die de dichter heeft bij het kijken.
De schilderijen hebben het een periode na voltooiing zonder de doordachte woorden kunnen doen. Maar na nu zal ik deze werken van Arjan van Es, Machteld van Buren, André de Jong en B.C. Epker niet meer zonder deze dichterlijke vrijheid kunnen zien. Wat was er eerder, de kip of het ei. Het is hier duidelijk dat de kip er was voordat het ei werd gelegd. De beeltenis gevormd in het schilderij was er al voordat de woorden eraan werden gegeven, het een totaalbeeld werd. Maar de jas past het lichaam. Is niet te groot en niet te klein, sluit perfect aan als een maatpak. Het omhulsel is haute couture.

Lijfsbehoud is een actueel gegeven. Wij worden op de proef gesteld door virtuele, virale, economische en klimatologische zaken. We doen er goed aan om onder alle omstandigheden zo menselijk mogelijk in leven te blijven. Lijfsbehoud is een levenskunst. Het redden van het eigen leven, daarvoor heb je ook een omgeving nodig die daar belang bij heeft. Het spreekt creatieve vaardigheden aan om jezelf met eventueel hulp van anderen uit lijfsbedreigende situaties te helpen. Ook Peter van Lier reikt de helpende hand. Zijn woord- en beeldgedichten tonen dreiging en bieden uitzicht. “een land van kaalslag / en telkens bottend / om het even” en “kus uit / lijfsbehoud / duchtig” of “grondsporen / zijn (naar vermogen) / altijd gul”
Samenspel van zintuigen
De woorden zwermen om het beeld. Vullen het beeld aan, daar waar het kader de beeltenis afsnijdt. Met werkwoorden slaat de dichter me om de oren. Ik moet me concentreren, gespitst blijven op beeld en woord. Werken om mijn gedachten in beeld te krijgen, in te blikken. Het dichten lijkt soms te zweven, gaan mijn ogen tussen mijn oren zitten. Zie ik scherper wanneer ik de woorden hardop uitspreek en terug hoor. Het is een samenspel van zintuigen. De ogen zien het beeld, de oren horen de woorden, nadat de mond de letters heeft geproefd.

In Museum Belvédère hangt werk van de vier genoemde kunstenaars. Enkel de werken van B.C. Epker, uit de serie Dutch Constellations, vind ik terug in één van de kabinetten. Er is zelfs een heel kabinet mee ingericht. Van de overige kunstenaars is ander werk zichtbaar. Een drietal lijnportretten van Ajan van Es, twee abstracte portretten van André de Jong en één groot schilderij van Machteld van Buren uit de vaste collectie van het museum. Voor de kunstenaars geen probleem, maar voor de lezer van de bundel een misslag. Op hem (of haar) wordt nu een beroep gedaan zelf met woorden aan de slag te gaan om het getoonde werk te duiden. Peter van Lier geeft een voorzet. Ik probeer met mijn poëtische kennis, opgedaan in de bundel, klinkende klanken aan de werken te geven. Zo kan “Lijfsbehoud” naast dichtbundel ook nog handboek zijn om anders naar kunst te kijken. Kunst geen verhaal geven, het niet historisch te duiden. Maar kunst woorden geven, een eigen gevoel uit te drukken.
Dichtbundel “Lijfsbehoud”, woordgedichten van Peter van Lier bij beelden van B.C. Epker, André de Jong, Machteld van Buren en Arjan van Es. Uitgeverij crU, 2021.

Geef een reactie