Ze laat zich in haar werk inspireren door het Friese landschap, of beter het open landschap van het noorden van het land. Milly Betten heeft in haar schilderijen dat Friese land ontleed als een kunstzinnig patholoog-anatoom. Niet om de oorzaak van het ontstaan van land en water te vinden, maar wel om de zichtbare omgeving terug te brengen tot de essentie. Het wezen dat het er is, zoals het er is. Daar waar het in de basis om gaat. Eigenlijk is het geen terugbrengen tot, maar wel een uitdiepen van om op een hoger waarneembaar peil te komen. Meer te zien dan wat zich over het land uitstrekt. De ziel van het zichtbare gewaarworden. Waar gaat het nu eigenlijk om, wat is het wezen van de werkelijkheid. Die feitelijkheid aangevuld met waarneming vormt dan mijn waarheid.
Sneetje sloot, vakje weiland, plakje boerderij
Betten toont plattegronden van werelden, landkaarten van omgevingen. Echter de weidsheid wordt beperkt in begrenzingen. De karakteristieke horizon, de einder waaraan de rechtlijnigheid van de landerijen en sloten hangt, is in geen velden of wegen te herkennen. De schilder bepaalt haar zichtbaarheid van het landschap, stelt een diagnose van de tinten en kwantificeert vlak en lijn. De natuurlijke elementen en menselijke bouwstenen liggen losgesneden op tafel – een sneetje sloot, een vakje weiland, een plakje boerderij. Daaruit sorteert zich het schilderij. En de kleuren die het karakteriseren krijgen de ruimte. In het vroege werk is het plaatsen van de kleur meer belangrijk boven de vormen. Gaandeweg krijgt de vorm de overhand.
De vlakverdeling in het landschap is in steeds kleinere velden opgedeeld. Alsof er een raster over de werkelijkheid is getrokken. Betten kleurt keurig binnen de lijntjes, maar laat vlakken over elkaar schuiven waardoor er een speels element is in de strakke beeldopbouw. Het landschap lijkt versnippert, het beeld in scherven gevallen, de composities bestaan echter uit kleine vierkantjes in beweeglijke patronen. Het oog moet dan op reis langs de zich herhalende blokjes om de ruimte te onderzoeken. Dat is geen eenvoudige opgave, want de blik wordt heen en weer getrokken. Het ene onderdeel is niet meer belangrijk dan een ander detail. Het is een houvast zoeken in de structuur, in herkenbaar groen en blauw, in treffend geel en rood.
Regelmatige vlakken
De vijf schilderijen die op dit moment bij Museum Belvédère in een kabinet worden getoond zijn het begin van een serie. Milly Betten gunt zich hierin meer vrijheid. Nog wel is de opbouw overdacht, bedacht en niet spontaan of intuïtief. Het landschap laat zich nog steeds opdelen in regelmatige vlakken, die in speelse combinaties over de drager zijn verspreid. Maar niet zo in een zaaigebaar schijnbaar lukraak over de compositie verdeelt. Aandachtig is bepaald op welke plek wat het beste spreekt in het geheel. Laag over laag ontstaat een werk dat het resultaat is van wat Betten voor ogen had toen ze het landschap in ogenschouw nam.

In dit meest recente werk zijn de vakken nog steeds in uniekleuren geschilderd. Kaders zijn scherp afgebakend. De vorm en de kleur bepaald de plek. De huid is egaal en stil. Nu worden vakken ook meer ruig ingevuld, pasteus expressief. Binnen het schilderij is er dus een contrast, zowel in de vormen – rond en recht, als in de invulling. Net of de natuur ruimte krijgt in de maakbaarheid van de mens. Dat de speelse aard meer plaats krijgt. Maar ook komen gevels van bouwwerken duidelijker in beeld. Kon het eerst zijn dat ergens een muur was en verderop een dak zweefde, waarlangs op een andere plek ramen waren gesitueerd. Nu komt alles scherper in beeld en heb ik geen vragen meer bij wat ik zie. Het verhaal valt stil, want de boodschap is afgetekend. De compositie lijkt wel speels doordat vakjes kleur zich verspreiden over het beeld, maar het gekaderde onbevangen karakter is verdwenen.
Tussentijds, onderweg
Een kunstenaar moet door op de ingeslagen weg. Kan niet blijven hangen in ooit bedachte structuren en vormen. Er moet een groei zijn naar de ultieme compositie. Hoe het pad loopt daar naartoe is niet altijd even duidelijk. Er kunnen zijwegen bewandeld worden. Experimenten wijzen uit welke richting de kunst kan gaan. Betten bestraat haar eigen voetstappen. De tentoonstelling draagt als titel “Tussentijds”, omdat de schilder onderweg is. Onderweg in haar kunst, en doende nog met deze af te ronden serie. Onderwijl laat ze zien waar ze staat, hoever het is.

Het boekje bij de tentoonstelling noemt ze “Rooster op de dijk”. Want volgens eigen zeggen legt Betten een raster, een grid, op het landschap om dezelfde ruimte te scheppen als er is boven en onder de horizontale lijn die de lege omgeving tot landschap maakt. In dit traliewerk zet zij de omgeving niet vast, maar vult de elementen in die het open landschap van het noorden zo herkenbaar laten zijn. In het boekje zijn werken opgenomen uit verschillende perioden. Zo is er de groei te onderkennen, maar worden ook andere manieren van werken uitgelicht. Zo maakt Milly van gejut plastic installaties en objecten. Weggegooide gebruiksvoorwerpen die recyclen tot kunst. En ook geeft ze enkele voorbeelden van een zelf bedachte techniek, de combinatie handgemaakte tegels gevuld met bijenwas. De aardewerk vormen zijn simpele afbeeldingen van de gecompliceerde schilderijen. In deze wandobjecten is het landschap nog verder geabstraheerd en geworden tot beeldmerken. Logo’s van het landschap.
Tentoonstelling “Tussentijds”, schilderijen van Milly Betten bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen/Oranjewoud. Tot en met 5 december. Uitgave “Rooster op de dijk”, Milly Betten, 2021.

Geef een reactie