Het is geen kunst. Dat is het wel, maar het wil dat label niet aangehangen hebben. Als kunst is dat het de zichtbare en tastbare waarheid verbeeldt, is het werk van Fred Landsman geen kunst. Maar wanneer kunst is het uitdrukken van gevoelens door een scheppende activiteit en dat die schepping dan een verbeelding oproept, dan weer wel kan het werk het stempel kunst dragen. Of zoals Kant het definieerde: ‘een soort voorstelling die zichzelf tot doel heeft, maar niettemin de mentale beoefening van sociale communicatie bevordert’. Want ik heb het er nu ook over. En in de uitgave “Metamorfosen”, catalogus bij de tentoonstelling in Museum Belvédère, hebben Huub Mous en Han Steenbruggen het er ook over. En de bezoekers van de presentatie in de museumkabinetten zullen het er over hebben. Zij het stilzwijgend alleen of fluisterend onder elkaar. Want in de zalen hoort rust te heersen. Hoewel het werk van Fred Landsman zich van de muren schreeuwt, in stilte evenwel.
Aan de boorden van het Wad
Landsman zelf vindt zijn werk geen kunst. Dat betekent niet dat het zomaar iets is, niets voorstelt, te eenvoudig. Om het als kunst te zien wordt het kapot geredeneerd en dood bekritiseerd. Het werk is een ontlading van gevoelens, een uitbarsting van ervaringen. Letterlijk zo in beeld gebracht. De figuratie is voor de aanschouwer een confronterende gebeurtenis. Of zoals Landsman zelf zegt: ‘er vangt iets aan waar wij ons geen beeld van kunnen of durven vormen’. Dat beeld ontstaat voor hem aan de boorden van het Wad, in het hoge noorden van Nederland, in Holwerd. Van die weidse stilte is op zich een werkelijke voorstelling te maken; een verre einder met de hoge lucht erboven en het vlakke landschap eronder. Water en wolken, niets minder zegt meer. Het suggereert de realiteit. Maar de ervaring, het gevoel bij die onmetelijke rust is nauwelijks in beeld uit te drukken. Woorden kunnen dan nog toereikend zijn, maar hoe werk je emotie in beelden uit zodat anderen dat kunnen invoelen.


Fred Landsman laat zich decennialang door het waddenlandschap inspireren. Zijn uitdrukking in gouache en olieverf ondergaat door die tijd heen een evolutie, in de zin van dat het een geleidelijke vorming of omvorming heeft door gemaakt. Het beeld ontstaan uit of beter in de innerlijke ruimte, zijn binnenste – de ziel, het karakter zo u wilt, heeft een groei door gemaakt en is tot bloei gekomen. Van werkelijke realiteit tot een onbewuste werkelijkheid. Wat ik zie in Museum Belvédère en terug vind in de catalogus, is een overweldigende ervaring. Wanneer ik de glazen deuren van de westvleugel open druk is er een blikseminslag bij heldere hemel. Ik sta te trillen op mijn benen en loop meteen op het werk van Landsman toe. Het trekt me aan en stoot me meteen ook weer af. De vormen ontregelen mijn zienswijze, het verontrust mijn gedachte. Door de confrontatie zet ik liever een paar stappen terug dan dat ik toenadering zoek. Het werk is vreemd aan mijn gewenning, bevreemdend aan wat ik gewoon ben te zien.
Donderslag bij heldere hemel
Het werk zet een gevoel, de emotie, monumentaal neer. Het waddenlandschap is een machtig stuk natuur, maar in mijn voorstelling is het niet het beeld dat Landsman ervan schetst. Hij verbeeldt geen gebeurtenis als herkenbare voorstelling, maar laat de beelden zichzelf als belevenis voordoen. Het is die donderslag bij heldere hemel, die Landsman op linnen zet. Op doek dat zo groot is dat hij het met een armlengte nog kan beschilderen. Grote halen, een expressieve werkwijze. De beeltenis komt voort uit de kracht van het landschap, de spiegeling op het water, de creativiteit van de natuur. Als waarnemer wordt ik naar binnen gezogen in het beeld. De vlakken verdiepen zich en slurpen mij naar binnen. Ik val in de schijnbaar bodemloze put, het zwarte gat dat alles naar zich toe trekt. Er is geen licht aan het eind van de tunnel, of toch.

De vormen die figureren in het werk van Landsman zijn in de verte geïnspireerd op de menselijke gedaante. Maar hebben ook plantaardige elementen in zich. Ledematen als takken slaan grotesk om zich heen. De atmosfeer grijpt vast en maakt zich los, als in een schijnbare tegenstelling. De natuur is groots en maakt de toeschouwer klein. Een inspirerende ervaring om abstract uit te beelden. Wat ik zie op de dijk, uitkijkend over de met water dooraderde zandvlakte, heeft op zichzelf geen beeld nodig. De kunst kan de natuur niet aftroeven of voorbij streven. Maar Fred Landsman kan dit wel in zijn schilderijen, het is daarom ook dat hij geen kunst maakt. Hij ontstijgt in zijn werk de zichtbare werkelijkheid om er een excessieve afbeelding uit te maken. Een afbeelding waarin zijn beleving bovenmatig tot uiting komt. Het heeft ook wel de uitdrukking van een kop van een insect, met voelsprieten en telescoopogen, wanneer ik het abstracte beeld een werkelijkheid wil geven. En dan daarnaast is het ook de ingang tot de baarmoeder, het begin van het leven. Het Wad als kraamkamer van de gedachte. Imponerend en ontroerend samen. Overdonderend en meeslepend tegelijk. Dat zijn de gedaanteverwisselingen van Landsman ook, zuigend en boeiend. Het leven hervormt in een ruimtelijk vlak. De ruimte herschapen in ontroering. Het landschap raakte Landsman en ik ben getroffen door zijn hertaling.
Metamorfosen, Fred Landsman. Tentoonstelling en catalogus bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen/Oranjewoud. Tot en met 30 januari 2022.


Geef een reactie