Wanneer ik in een zaal vol mensen sta. En iedereen praat luidruchtig met elkaar. Dan kan ik makkelijk horendol worden. Geluiden bestoken mij van alle kanten. Ik hoor hier en daar en van overal flarden tekst. Woorden die in zinnen passen, maar zinnen die bij andere woorden horen. Verhalen die in fragmenten en brokstukken tot me komen. Stukje bij beetje is de strekking te doorgronden, maar nauwelijks te volgen. Ik word er stil van en houd me spoedig afzijdig. Weggedoken in mijn mobiele telefoon probeer ik een samenhang te ontdekken. Een perspectief voor mijn verblijf in het rumoer. Het gemurmel en geschreeuw, de belangrijke stemverheffing en het roddelende gefluister. Het kan mij niet bijzonder boeien. Het heeft geen inhoud, omdat het geen eenduidig kader heeft.
Knip- en plakwerk
Wat nu, wanneer het gesproken woord als geprinte tekst in fragmenten voor mij op tafel ligt. Dat flarden verhaal op de regel zijn uitgesneden en hun weg moeten vinden in een nieuwe context, een gewijzigde content. Knip- en plakwerk kan echter tot verrassend resultaat leiden. In de zaal klinken en echoën de woorden in de zinnen tot een kakofonisch verhaal. Een levendig kabaal, een krioelend lawaai. Hoe anders is dat op papier. Waar de wanden ontbreken, er geen plafond is. De gronding blijft, en de kaders – maar soms lopen betekenissen van papier af. Geschreven woorden kaatsen niet terug zoals klanken tegen muren botsen. Gelezen woorden klinken hoogstens door in het hoofd, de geest en de gedachte – als het goed is.
Maar op papier is die stampei wel transparant. Hoewel bij elkaar gevoegde snippers tekst die op een andere plek rijmen vervreemdend kunnen werken. Achter de bedoeling is in eerste instantie geen vinger te krijgen. Het is een abstract verhaal, een technische samenvatting. Geen handleiding voor het leven, zoals een roman of sonnet dat kan zijn. Schijnt het, kennelijk. Kijk ik langer, lees ik nog eens, dan blijkt het wel een leidraad. Een instructie hoe mijn leven te benaderen. Mijn emotie te doorgronden. De zinnen verwoorden mijn diepere gevoelens, komen bij de grond van mijn wezen. Het rumoer op papier heeft verband, terwijl deze in de ruimte ver te zoeken is.
Gedichten met smoel
Dat blijkt mij uit de poëtische bundel “Controversiële diersoort”. Een bloemlezing aan positief verknipte gedichten. Want ze zijn wel gek, maar niet gestoord, hoogstens enigszins maf. In mooie bloemstukken zijn de woordbeelden samengebracht door allesmenger en publicist Arnoud Rigter en dichter en theatermaker Sieger Baljon in een uitgave van Uitgeverij Opwenteling. De uitgever die gedichten met smoel laat verschijnen. En houdt van dichters die hun zoetste dromen tot kraakheldere taal laten karamelliseren. Opwenteling maakt graag combinaties tussen beeld en tekst. Die uitgeverij verwelkomt mij in een tegendraadse poëzie-collectie. Een selectie die staat voor belichaming, schuring, spel en non-conformisme, zoals mij geschreven is in een aanbiedingsbrief gaande bij een gestuurd recensie-exemplaar.


De diersoort mixt scans van oorspronkelijke bundels met vers werk en flarden gedachten. Gedichten van gevestigde auteurs zijn onderling verknipt en tot een nieuw geheel gemaakt. Pagina’s zijn uit bestaande bundels genomen en al of niet smoezelig in deze bundel opgenomen. Maar waarom zou men dat doen. Waarom zal een dichter zijn tekst in delen scheuren en de gaten dichten met andere woorden in zinnen en regels. Dat is, zegt Opwenteling, om de vruchtbaarheid van grilligheid te onderzoeken, om bloeddorst in de vorm van een dekhengst, omdat de mens een controversiële diersoort is. Dat standpunt is aanvechtbaar, maar de twist brengt het experiment juist op een hoger peil. Want de uitkomst is meer dan invoelbaar. Het resultaat is uiterst bijzonder. Flarden emotie komen tot mij. Want vooral in poëzie ligt de ontroering er dik bovenop. Mijn bewogenheid is erin onder woorden gebracht. De dichters hebben de formulering gevonden waarvan ik nooit had kunnen dromen. En juist doordat er bij het verknipte karakter meerdere denkers tot een samenhangend geheel komen, komen de verwoorde bewoordingen extra hard binnen. Ik lees mijn wezen in de diersoort. Deze mens ben ik. Ik had het zelf niet beter kunnen verwoorden.
Geen citaten opschrijven
En waar vind ik dan mijzelf. Op welke pagina’s kom ik mijzelf tegen. De dichters verwoorden mijn gedachten. De zinnen zijn veelal aha-erlebnissen. Oja-ervaringen van zo dacht ik maar ik kon de juiste woorden niet vinden. Ik tref soortgelijke ervaringen aan als die ik ondervond eens ooit, maar dan anders gesteld en omschreven. Uit de wirwar van zinnen komt eenzelfde standpunt naar voren als die mij in het leven heeft gezet. Het bestaan met een korrel zout nemen. Wel ernstig en serieus, maar met veel humor en relativering. Ik zal geen voorbeelden noemen, geen citaten opschrijven, want ieder vers is een rake verwoording. Anders steekt de een met kop en schouders boven de ander uit die onder het maaiveld blijft zitten. Ik vind namelijk nergens halfbakken gedachtes uitgeschreven. Ik, en met mij u allen want de bundel zal breeduit gelezen mogen worden, moet het elastisch vlies doorprikken, een vinger achter het graniet wurmen, om de abstracte teksten te doorzien. Maar dan sluiten ze aan op het zijn, passen ze in mijn beleving. Deze diersoort zit niet gevangen, maar komt los uit de kooi van vooroordelen en vermoedens. Zo zoals de dichters in de bundel terecht onder woorden brengen.


Want niet alles is wartaal of beter verwarde taal. Luister ik op halve kracht naar mijn eigen stem, die de gelezen woorden hardop uitspreekt, dan mis ik een essentie. Ik moet verdorie mijn gedachten er met de voelharen bij slepen. Me concentreren op de versnippering. Pas dan onderken ik de dispositie van mijn teengeheugen. Het is niet uit een dikke duim gezogen, dat voel ik aan mijn water. Vooral in deelstuk 2 vliegen mij de woorden als kogels om mijn oren. Afgevuurd, verdwaald en bij elkaar gepakt. Uitgepuzzeld, samengesteld zoals een stuk gedraaid horloge. Je houdt altijd schroefjes over na demontage en montage. Maar in deze bundel past alles weer feilloos in en aan elkaar. Wel in een gewijzigde samenstelling, dat dan weer wel. Maar die versmelting geeft nieuwe inzichten, heeft interessante overdenkingen. Niet meteen krijg ik een vinger achter de ezelsoren. Maar op andere plekken staat het zwart op wit, duidelijk uitgeschreven. Het is een bundel vol waarheidsgetrouwe fantasie. Dromen erin zijn geen bedrog. Abstracte emotie is realistisch verwoord. En zelfs wanneer de kop niet bij de staart past en de romp bij een ander lichaam hoort, dan nog is de uitkomst zo klaar als een klontje. De dichters hebben geen monster van Frankenstein geschapen, maar een aantrekkelijke femisapien geknutseld. Het experiment is geslaagd, maar heeft bij tijden een hoge drempel. Dit is poëzie voor geletterden. Het is een belezen dichtbundel.
Het moet gelezen worden, want de taalvondsten zijn niet gering. Dat abstracte denkbeelden zo tastbaar worden dat ze eenvoudig invoelbaar zijn is een hoogstand. Zelf lezen valt te overdenken, dan kunnen de woorden indalen. Maar luisteren valt te overwegen. Tijdens een poëzieavond wanneer de dichters hun eigen woorden opdreunen en uitzingen. In deze tijd van virus en vaccinatie is dat schier onmogelijk, dus heeft Opwenteling een alternatief gevonden. Van de dichters is een filmpje geschoten waarin ze een deel, een flard, van de bundel lezen. Dan kan het kwartje vallen door een intonatie, een stemwisseling, een klemtoon. Dan hoor ik het geschrevene zoals het zou moeten klinken volgens de schrijver. Dat staat dan wel weer mijn eigen interpretatie in de weg, maar dat zij dan maar zo.
Controversiële diersoort. Tegendraadse poëzie-bloemlezing. Diverse dichters. Samenstelling Arnoud Rigter en Sieger Baljon. Uitgeverij Opwenteling, 2021.

Geef een reactie