Op het spoor van Peter Veen kwam ik doordat Annemieke Harkema zijn nieuwe uitgave deelde op Facebook. Zij heeft namelijk één van haar tekeningen beschikbaar gesteld voor het omslag: Binnendijk met buitendijk, kleurpotlood en houtskool op papier. Grensgebied. Je zou kunnen zeggen op de grens tussen werkelijkheid en fantasie. Maar dat is het niet. Annemieke Harkema laat haar fantasie niet los op de realiteit. Het landschap ligt er zo voor zoals zij het ziet daar aan de randen van Noord-Friesland, het overgangsgebied tussen land en water, aarde en lucht. Maar het beeld wordt abstract wanneer het zichtbare gist in gedachten en de potloodpunt het papier raakt.
Van de verhalen van Peter Veen is hetzelfde te zeggen. Het is waar wat hij schrijft, maar beter beschreven in beeldende woorden. Het grensgebied is er in zijn hoofd. Het gevoel tussen woorden en ervaringen. Tussen wat hij ziet en meemaakt, en welke woorden daarvoor gebruikt moeten worden. Het gebied tussen denken en doen, gedachte en verbeelding. Daarom past dit beeld van Harkema naadloos bij het beeld van Veen.
Spelen met woorden
Hij gebruikt zijn fantasie om werkelijkheden te beschrijven. Een soort van fantastisch realisme. Maar niet als gefantaseerd, als in een droombeeld, fictie. Het is wel zeker de waarheid. Niet verzonnen. Maar de gave van de fantasie, de verbeelding – het voorstellingsvermogen, gebruikt om boven de werkelijkheid te zweven en er betere woorden, een luisterrijke omschrijving aan te geven. De woorden dansen over het papier, de beschrijvingen swingen over de bladzijden.
Peter Veen speelt met de woorden. Een pas-de-deux met de werkelijkheid. En soms een pirouette wanneer het slot anders landt dan het begin de sprong begonnen is. Zijn gedachte danst over de velden ver weg, langs de boorden van de sloot op een steenworp afstand, over het tafelblad binnen handbereik. Hij zit stil voor zich uit te staren, lijkt het, maar van binnen borrelt en bruist het. Bij wat de ogen zien, de blik aanschouwt, dartelt en huppelt de geest om tot imaginaire woorden te komen. Een glimlach om zijn mond verraadt de show achter gesloten deuren. Een twinkel in de ogen zegt zoveel meer.

Het zijn herkenbare momenten en ervaringen door de dag. Het vergt wel een geconcentreerde blik om de alledaagsheid op deze manier tot een bijzonderheid te maken. Vooral de natuur in en om de woning, de leefbare habitat, krijgt een plek in Grensgebied. Er is ruimte voor alles wat krioelt, soms tot ergernis maar meestal om van te genieten. Om zo te kunnen schrijven dien je alles te horen, mee te pakken uit de omgeving. Dat kan een handicap zijn want de oren staan wijd open, de radar is altijd scherp gericht, de geest is altijd uiterst geconcentreerd.
Onzinnige drang
Uit het onbewust gebodene moet bewust een keuze gemaakt worden. Vandaar ook dat deze kleine bundel meer dan honderd verhalen telt. Want alles is genoteerd, elk moment is interessant in de bewoordingen van Veen. En typerend. Ook ik weet niet altijd links of rechts te kiezen en blijkt terug een nieuwe richting. Ook ik heb de onzinnige drang om alles te tellen. “Dat is het rare met hoofden, er moet altijd iets in.” Maar ook wanneer Veen niets weet te schrijven, er niets in hem opkomt, weet hij van dat niets toch iets te maken. Het kenschetst de ware kunstenaar. En soms bedriegen zijn ogen hem. Denkt hij twee jagers in het veld te zien, schijnen het zonnebloemen te zijn of verdwaalde maïsstengels, maar blijken het twee kabouters te zijn. Een nieuwe vertelling is geboren. De ree is een onbegroeid stuk boomstam. Optische illusie. Hoe herkenbaar.

Een lyrisch proza, welhaast een verhalende dichtvorm. Veen zingt zich door de teksten heen. Uitdrukkingen getoonzet in een beeldende taalvorm. Ervaringen melodisch beschreven. Nog meer ingedikt zal het kunnen verschieten in poëzie. De lyriek heeft het al, het ritme nog erbij aangevuld, dan zing ik zo mee op de melodie van bij en kever, kikker en grutto. Ik dorst naar deze taal, ik laaf me aan de woorden. Het verfrist het Nederlands. “Een windvlaag verkent de luwte waar ik zit, blaast rimpels op mijn thee.” Peter Veen weet het zo duidelijk en beeldend te omschrijven. Het komt me zo door de woorden voor de geest. Alsof ik er zelf bij ben, alsof ik het meemaak, doormaak.
Spanningsboog
Maar het woordbeeld maakt ook jaloers, ik zal zelf zo willen schrijven. De woorden kort en bondig vinden die omschrijven wat ik lees en er in mijn gedachten naklinkt. Geen ellenlange beschouwingen over een zojuist gelezen boek. Maar krachtig mijn kritiek meedelen aan een ieder die het weten wil. Dan hoeft de lezer niet lang geconcentreerd te blijven, maar kan ik voor een moment of twee de aandacht vasthouden. ’s Mens spanningsboog staat in deze tijd van voorstelling en weergave, het digitale tijdperk, meer dan strak gespannen en kan maar weinig attentie in één keer bevatten. Dus kort en krachtig is het devies.

De verhalen van Peter Veen zijn zeer kort. “Op het oog vaak heel gewoon, maar onderweg raken veel verhalen lichtelijk ontspoord”, lees ik op de achterkant van de door Uitgeverij Dizzend.nl verspreidde bundel. “Met daarbij een vleugje humor, een zweempje gekte, een tikje zelfspot en veel liefde voor de natuur.” Het is een juiste aanbiedingstekst. Het klopt, zoals die korte verhalen – een alinea lang, soms een halve pagina kort – ook kloppen, Want Peter Veen ziet in elke kleine gebeurtenis, ieder gering voorval, een verhaal. Een afgerond verhaal, met kop en staart en een verhalend middendeel. Precies zo zoals een vertelling in elkaar steekt. Gewoon juist geschreven, een kort verhaal. Exact dat moment van voorbij omschreven in nauwelijks een halve pagina. Het grensgebied tussen wat gezien is en daarna gedacht wordt. Niet meer, wel minder: straight to the point. Weg geschreven tot de essentie is omschreven. Doorstrepen wat overbodig is. Kill your darlings, maar houd je lievelingen in leven. Bij Veen versterken zijn verwoordingen juist de inhoud. Ik raak op slag verliefd op zijn beeldtaal.
Naast het beeldend taalgebruik, een positief verbloemen van de werkelijkheid, filosofeert de schrijver ook wel. Overpeinzingen om het bestaan te begrijpen. In bespiegelingen het leven te vatten. Te beseffen dat je er bent. En waarom je er bent. Wat het doel is van jou bestaan. Het Grensgebied bevat daarmee niet zomaar verhalen, enkele zinnen voor het slapen gaan. Om de dag te overdenken, gebeurtenissen samen te vatten in enkele regels – droombeelden om de nacht fluisterend te beginnen. De verhalen hebben een diepere grond. Een basis om het weten op te zetten. Het zijn een bodem te geven.
Grensgebied, Peter Veen. Zeer korte verhalen. Uitgeverij Dizzend.nl, 2021.

Geef een reactie