Een enkeling ervaart (de) lockdown als een straf. Een beknotting van (de) persoonlijke vrijheid. Zo kijken zij naar (de) van hogerhand opgelegde beperkingen. Want hogerhand dient oplossingen aan te dragen om de pandemie om te buigen tot epidemie, en uiteindelijk als een plagerige volksziekte af te doen. Een jaarlijks terugkerende ziekte waarvoor een prik voldoende lijkt het (voor dat moment) af te wenden. Maar een gegeven waar we op den duur wel mee moeten leren leven.
Ik schrijf ‘een enkeling’, want het is statistisch gezien (altijd) een kleine groep die het hardst schreeuwt. Het meest luid roept dat alles niet klopt en dat het anders moet dan dat het gaat. De zwijgende of in elk geval minder luidruchtige meerderheid ondergaat de in hun ogen hoognodige maatregelen gelaten. Een virus moet onder de knie gekregen worden voordat het ons onder de duim heeft. Dus staat het sociale leven even op een laag pitje. Gaat de samenleving in lockdown – is daar geen goed Nederlands woord voor? nee, natuurlijk niet, het is een wereldwijds issue. En gaan we in quarantaine, dat is een goed Hollands woord voor een gedwongen afzondering bij een besmettelijke ziekte. In isolatie om het virus te keren wanneer het (precies) ons lichaam heeft gekozen te besmetten.

En dan, de kunstenaar werkt over het algemeen in afzondering. Een zichzelf opgelegde apartheid om inspiratie ongemengd tot beeld te maken. Natuurlijk is er beïnvloeding, want het atelier is geen onbewoond eiland. Maar de kunstenaar werkt het best professioneel alleen om voor hem of haar unieke beelden te scheppen. John van de Rijdt is zo’n createur die in eenzaamheid werkt. Hij plaatste zichzelf al eerder buiten de groep. Dus niet alleen schildert hij op zichzelf, ook isoleert hij zich vrijwillig van de kunst en haar kunstenaars. Al vroeg in zijn loopbaan wijkt hij uit naar een dorp in de provincie Groningen, weg van het rumoerige westen, buiten de smeltkroes van de wereld waar het allemaal gebeurd en waar je gezien moet zijn. Maar Van de Rijdt doet daar zelf gekozen niet aan mee. Daardoor kan hij tot een individueel eigen handschrift komen. Een kunst die ontstaat zonder te hoeven voldoen aan verwachtingen, want hij heeft geen overeenkomst gesloten met een stijl of isme. Je buiten de groep plaatsen betekent dat je niet wordt opgemerkt en men dus ook niets van je verwacht. De kunst kan dus in relatieve beslotenheid groeien, de stijl als outsider bloeien. Komt het naar buiten dan is het verrassend, omdat de vormgeving buitengewoon is.

Lockdown
“Mijn identiteit is, als ik achterom kijk naar mijn leven, een zelf verkozen niet meedoen, maar toch. Nu is het anders, in quarantaine, wereldwijd!”, schrijft Van der Rijdt in het boekwerk dat verschijnt bij de tentoonstelling van enkele van zijn werken in Museum Belvédère. Deze schilderijen, acryl op linnen, zijn ontstaan tijdens de eerste en tweede lockdown. Worden getoond, maar zijn niet zichtbaar in deze derde lockdown. Ze hangen daar in dat kabinet, maar het museum is gesloten. John verzekerde mij bij de onofficiële vernissage, toen alles nog onder voorwaarden open was, dat ik mijn verhaal dezer dagen moest schrijven omdat het werk.nu actueel is. Niet wetend dat Nederland na enkele weken opnieuw in isolatie zou gaan.
Het museum is dicht, maar het boek ligt er, de platen zijn zichtbaar, het werk kan in milieuvriendelijke druk en met een bijzondere Japanse vouw- en bindwijze bekeken worden. Maar wie de schilderijen bij Belvédère of elders gezien heeft zal beamen dat de reproducties de helderheid daarvan missen. De kleuren worden benaderd, maar slaan dood op het papier waar ze levend blijven op linnen. De abstracte werken zijn gestapelde vlakken of een stramien van gekleurde lijnen. De stapelingen geven het idee van kleurstalen. Of als een frequentieverdeling in een histogram. De notitie van creativiteit tijdens de vergrendelde dagen; koude kleuren blauw en groen voor sombere tijden, rood en roze bij positief scheppende momenten. Het uitlezen van de staafdiagrammen leert dat de lockdown weinig goeds brengt. Maar het werk van Van der Rijdt is daarmee dan weer in tegenspraak: een best resultaat in quarantaine!

Schilderstijl groeit
Anders is het met de rasters, die een datum als titel krijgen. In de of eigenlijk onder de elkaar kruisende lijnen zet Van de Rijdt geometrische vormen. De patronen hebben veel weg van weefsels, het linnen waarop de werken zijn gecomponeerd. Er zijn heldere kleuren gebruikt, die in verschillende experimenten elkaar blijven kruisen. Improvisaties en variaties op het thema. Interessante vormgeving, intrigerende compositie. Onderhuids glinstert het leven. Ritme, vorm, kleur en structuur dansen op de voorgrond, met de doorleefde aanwezigheid van alle lagen eronder; lees ik op zijn website. De gelaagdheid leert mij kijken, laat mij anders kijken – maakt mij bewust van mijn manier van kijken. Want Van de Rijdt werkt niet volgens een vooropgezet plan, hij tekent zijn schilderijen niet eerst uit om het idee daarna op linnen vorm te geven. Op basis van improvisatie en intuïtie ontstaat de compositie, waarbij elke handeling een nieuwe volgende lijn of kleur(vlak) oproept, waardoor het werk de specifieke gelaagdheid krijgt.
En dan groeit de schilderstijl verder, niet belemmerd door invloeden van buiten. Het landschap van Van de Rijdt heeft stroken van sfeer, stemmingslijnen trillend in de atmosfeer. De dunne kleurstrepen worden in andere werken brede verfbanen die een kerk op en een wolk boven de einder van Kantens brengen. Het Groningse dorp waar de schilder begin jaren 80 van de vorige eeuw de relatieve stilte van het noorden opzoekt. Waar zijn werk ongedwongen kan botten en bloeien. Zonder kruisbestuiving, als hermafrodiet bevrucht de kunstenaar zichzelf. Stijlen worden door elkaar gebruikt wat een dummy of mal voor volgende werken kan zijn. Maar de kunstenaar grijpt toch weer terug naar het vertalen van doorleefde dagen. En dan is de ontwikkeling te onderkennen. Want de staven in het diagram zijn het vlak vullende stroken geworden. Wat daar nog uit gaat komen zal de tijd leren. En of de lockdown blijft inspireren. Het project lijkt vooralsnog afgesloten, want de anderhalve rol linnen die aan het begin van de corona-periode in zijn atelier stond is afgerold en op. De 33 m2 stof bepaalde het aantal schilderijen en de tijdsduur van de onderneming.

Zielentijd
In het boek heeft John van de Rijdt tevens enkele teksten van eigen hand laten opnemen. Filosofisch getinte essays, zoals de schilderingen ook levensbeschouwelijk zijn. Ten eerste een verantwoording van de reden waarom dit werk en dit boek er is. Dan onder meer gedachten over tijd: arbeidstijd, vrije tijd en zielentijd. Bespiegelingen van de enkelvoudige mens en het toekomstige leven, al het opgeslagen licht en de ervaring van het landschap. De maatschappelijke weerstand tegen het gelijkheidsprincipe, het verticaal en horizontaal denken, meen ik terug te zien in het stramien van de schilderijen. In dat werk staat de kunstenaar in zijn centrum, in al die kruispunten opgeteld tot een veelvoudig middelpunt. Hij is een onderdeel geworden van het nieuwe geheel, om zijn eigen woorden in mijn mond te nemen. Het, in dit geval zijn werken, is een kosmopolitische entiteit in verscheidenheid geworden.
En er zijn nog een tweetal boomgedichten aan de uitgave toegevoegd. Abstracte poëzie die wat mij betreft verwoorden wat in verf tot verbeelding is gekomen. Niet letterlijk, maar wel dezelfde sfeer pakkend. Eenzelfde stemming rakend. Een vrolijk en levend gevoel. Tintelend in de mond, dansend over de tong. “Even zo lang mijn hart klopt / verlang ik / dat daarbuiten de tuin / de vreugde / ooit ook / weer / zo / zal / zijn” en “daaronder in de schaduw / zuig ik mijn longen vol van boven / naar beneden en blijf ik even”. …met mijn beide benen met m’n voeten op de wortels.
in quarantaine, schilderwerk en tekst John van de Rijdt. Uitgave Stichting Horus, 2021.— Kabinetpresentatie tot en met 27 maart 2022 bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen-Oranjewoud.

Geef een reactie