“Wat soesto!” verbindt verleden met heden. Niet alleen van het boerenbedrijf, maar zeker ook van de schrijver van het theaterstuk. Wie anders dan een boerenzoon kan zo duidelijk de verandering in het leven en de wereld van de agrariër neerzetten. Het is vol bravoure en speelse levendigheid gedaan. Opstandig en berustend. Zelfstandig en afhankelijk. De lange tekst, welhaast als monoloog op de planken gebracht, lijkt de apotheose in leven en werken van Freark Smink. Hij zet er mee een uitroepteken achter zijn loopbaan als theaterman. Maar dat wil niet zeggen dat er na “Wat wou jij!” een punt staat achter ’s mans carrière. Als acteur sterf je in het harnas, als toneelspeler op het podium. De kunstenaar kent geen pensioen. Het werkbaar bestaan loopt tot de dood het zijn van het leven zal scheiden.
Op dit moment kan de voorstelling “Wat soesto! [Wat wou jij!]” niet gespeeld worden, omdat de theaters dicht zijn vanwege de lockdown. Daarom lees ik het boek, de theatertekst op papier. Dan ken ik de speellijn, het script. Maar daardoor mis ik wel de mimiek van de spelers. Vooral in het geval van de moeder van boer Frâns, die minder zegt en meer uitdrukking heeft, is dit een gemis. Daarom is het te hopen dat de deuren van de theaters snel weer open mogen en kunnen. Zo zodat Freark Smink en Klaasje Postma onder regie van Jos Thie verder kunnen met hun reeks van voorstellingen.
Boerenbedrijf en boerenleven
In het boek, dat tevens een overzicht geeft van de vele rollen die Freark Smink met Tryater en solo op de planken bracht, gaat Geert Mak uitgebreid in op de rol van Frans als boer door zijn verleden naast het tegenwoordige heden te zetten. Er is door de jaren nogal wat veranderd in dat boerenbedrijf. Tegen het produceren van voedsel wordt anders gekeken nu. Het gaat de burgers wanneer puntje bij paaltje komt minder om het welzijn van de boer dan om het geld in hun beurs. Ze betalen te weinig voor melkproducten en het vlees, de boeren worden permanent afgeknepen door de supermarkten. Ieder ander kabinet heeft tegengestelde regels waar de boer zich aan dient te houden.

In het verleden was de boerencultuur nog overzichtelijk met een gering aantal vee en genoeg boerenland. Voldoende groot om de omgeving te voorzien. Maar bij een groeiend aantal inwoners van het snel dichtbevolkte Nederland dagen er voor de boer problemen aan de horizon. Het is niet meer zo’n romantisch leven als dat het vroeger leek te zijn, dat boerenleven. Altijd fris in de buitenlucht, iedere koe kende hij bij naam en elke roep van iedere vogel kon hij onderscheiden en benoemen. Nu zit de boer meer binnen achter de computer om zijn zaken overeind te houden. De koeien worden gevoerd en gemolken door robots. Er is nauwelijks nog persoonlijk contact met de dieren.
Gezicht Friese theater
In de uitgave van Bornmeer schrijft Bouke Oldenhof over de persoon Freark Smink. Over de acteur en over de auteur. Voor “Wat soesto!” heeft Smink eerder een volledig script afgeleverd, en wel voor de voorstelling “Zelle”. Ook daarvan bracht hij de tekst solo op het toneel, met dien verstande dat muzikant Hoite Pruiksma het harmonium bespeelde en een kleine mimische bijdrage toebedeeld kreeg. Smink was de eigenzinnige dominee, zoals hij nu de weerspannige boer is. In beide rollen kruipt hij met huid en haar. Zoals iedere rol die Smink in zijn leven speelt met grote overtuiging is neergezet. Oldenhof loopt de loopbaan van de acteur na. Zijn naam is rondom bekend in de Friese toneelwereld. Smink stamt uit de generatie acteurs die bijna een eeuw lang het gezicht van het Friese professionele theater hebben bepaald. Een foto-overzicht geeft beeld aan dat gezicht.

Dan volgt in het boek nog het volledige script van de voorstelling. In het Fries, want dat is de memmetaal van Freark Smink. De taal waarin het boerenleven juist zo levendig is verwoord. De tekst is dan nog vertaald in het Nederlands door Hedwig Oldenhof. Een uitstekende vertaling die recht doet aan de oorspronkelijke tekst. Maar wie de Friese taal machtig is zal beamen dat het origineel meer uitdrukking en emotie heeft.
Script voorstelling
Boer Frâns is boer van vader op zoon, maar die lijn schijnt bij hem te stoppen. Zijn zoon heeft minder trek in het werk, ook al omdat het zo in negatieve zin is veranderd. Karakteristiek voor deze door de tijd getrokken grens is de uitspraak dat de voornaam Marten en Frâns afwisselend overgaat van generatie op generatie. De zoon van deze Frâns heet dus Marten, maar die zoon heet Patrick. Zijn eigen leven neemt Frâns van de hak op de tak door. Als in een tv-film moet je er je aandacht bij houden, wanneer er in het heden meermalen uitstappen zijn naar het verleden. Aan het begin ligt hij als negenjarige languit in het lange gras dat naar melk ruikt. Waarin welig de wilde bloemen bloeien en er een kerkkoor aan diverse vogelgeluiden te horen is. Aan het eind van de voorstelling wordt daarop terug gegrepen, is het weiland strak geschoren en steekt er geen bloem meer boven het maaiveld uit. De lucht is stil, er is nauwelijks een vogel te zien en al helemaal niet meer te horen.

Frâns kan niet met zijn autoritaire vader door één deur, liever bestiert hijzelf de boerderij. De moeiten en de lasten wisselen af met de vreugde en de moed die deze boer in zijn bedrijf heeft. Het werken met de dieren, het bewerken van het land. Door deze getuigenissen uit de eerste hand is het een vermakelijke en onderwijzende voorstelling. Van hilarisch tot pijnlijk schrijnend, maar oprecht en haarscherp. De toeschouwer, in mijn geval de lezer, krijgt een inkijk achter de schermen.
Famous last words
Aan het slot heeft boer Frâns nog een vraag aan zijn publiek. Een paar vragen over hoe het nu verder moet. Wat doen de boeren verkeerd dat hun het leven onmogelijk wordt gemaakt, zo vraagt hij zich af. Er moet goedkoper worden geproduceerd, en gezonder, milieubewust, diervriendelijk. “Waarom vindt u vlees fout en vreet u zich op zaterdag wel vol met frikandellen in de voetbalkantine? Wêrom moatte wy ús fan jo oan de strengste miljeuregels hâlde en fleane josels, foar jo plesier, trije, fjouwer kear per jier nei alle hoeken fan de wrâld?”
En dan de famous last words: “Myn pake wie boer, myn heit wie boer en ik bin it. It hâldt net op. It hâldt net op. Der komt in dei. Dat myn bern grutsk op my binne. Dat ik boer bin.” Er komt een dag. Dat mijn kinderen trots op mij zijn. Dat ik boer ben.
Wat soesto! [Wat wou jij!]. Theatertekst Freark Smink. Met essays van Geert Mak en Bouke Oldenhof. Vertaling van de oorspronkelijke Friese tekst in de Nederlandse taal door Hedwig Oldenhof. Uitgeverij Bornmeer, 2021.

Geef een reactie