Nog geen leven lang maar wel een heel verhaal, dat je nauwelijks met droge ogen kunt lezen. Ook niet snel even vluchtig kunt doornemen. Bram’s dagboeken houden mij op het puntje van mijn concentratie. Bram Vermeulen schreef welhaast iedere dag in zijn boek, dus kan ik niet in een paar dagen al deze bevindingen en ervaringen tot me nemen. Dat zal ook niet eerlijk zijn. Bram deed er 20 jaar over, dan kan ik het niet in 20 dagen lezen. Dacht ik. Eigenlijk is het zoiets als een scheurkalender, voor elke dag een andere tekst. Alleen dan wel omkijkend terug in de tijd, de kalender van eerder, toen. De emoties, tegenslagen, de euforie, de liefde, de negatieve recensies, de bijna lege zalen, de waardering in België, het losmaken van Freek, de scheiding, de dochters, broer Jaap, moeder, de kunst, het schrijven, de vrienden, het leven – alles krijgt een plek in de dagboeken van Bram Vermeulen. In een kleine 16000 fragmenten tekent dit het zijn van Bram. 67 boekjes vol geschreven, 13000 pagina’s achter elkaar, door Just Enschedé gecomponeerd tot de uitgave “Het eeuwig jongenshart”. Het doet recht aan de mens Vermeulen.
Ik kijk figuurlijk verlegen weg
Just Enschedé was ooit manager van Neerlands Hoop, het duo en later de groep die de wereld van het cabaret in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw danig heeft afgestoft en aangeharkt. Het verleden dat Bram bij leven maar moeilijk van zich af heeft weten te schudden. In de ogen van vooral de pers bleef hij toch altijd de Bram van Freek. De tweede man, de aangever van de komiek. Los van de Hoop moet hij zichzelf uitvinden en de worsteling die dat geeft kan van dag tot dag, stap voor stap in het boek worden gevolgd. Met vallen en opstaan vindt hij toch een eigen weg. Eerst voor vrijwel lege zalen, maar later wanneer Vlaanderen hem in de armen sluit volgt Nederland schoorvoetend.
Die Just Enschedé dus, heeft de met de hand geschreven teksten op gelinieerd papier doorgenomen. Waarschijnlijk net zo beschroomd als dat ik zijn uittreksel daarvan nu lees. Of zoals een lezer van een bericht op Twitter op mij reageerde: ‘Ik las met ontroering en respect. De kracht van het boek is, dat Bram bij het schrijven niet wist dat iedereen over zijn emoties, angsten, frustraties, maar ook plezier, creativiteit en doorzettingsvermogen kon lezen.’ En zo is het, want vooral bij de intieme details waarbij Bram de innige liefde tot zijn vriendin haarfijn beschrijft neemt hij geen blad voor de mond; ik kijk figuurlijk verlegen weg. De slaapkamergeheimen zijn persoonlijke aantekeningen, niet voor allemans ogen geschreven. Maar Enschedé nam ze wel op in het boek, omdat ook deze handelingen naast het oeverloos filosoferen en de diepzinnige wereld- en levensbeschouwingen de mens Bram ten voeten uit tekent.

Als samensteller van het boek heeft Enschedé een keuze gemaakt, een compilatie van complete fragmenten. “Dat leek me de beste manier om Bram in al zijn overladenheid over het voetlicht te krijgen”, schrijft hij in zijn inleiding. Hij legde kenmerkende fragmenten op volgorde om de lezer met al de inzichten en uitdrukkingen niet plat te slaan en van het stuk te brengen. Om een leesbaar geheel te behouden, en dat is het geworden: een boek om deze mens beter te leren kennen. Meer te leren kennen dan alleen dat wat in de pers over hem naar buiten komt en is gekomen. De publieke figuur achter de schermen, in het diepst van zijn gedachten.
Alles aan hem was groot
Ernst Jansz, toetsenman en eens zijn begeleider, schrijft een emotioneel voorwoord. Een persoonlijke aanhef, het voorstellen van Bram: ‘Alles aan hem was groot. Zijn aanwezigheid vulde de ruimte. Zijn ferme stappen, zijn luide stem, zijn schaterende lach. (…) Zo zie ik hem: een dappere, soms in wanhoop, soms met machtige slagen tegen-de-stroom-in-zwemmer. Een onafhankelijk en soeverein denker.’ Just Enschedé zet Bram in zijn tijd met biografische gegevens en het waarom van deze uitgave. Hij opent ermee een leven. Niet met sensationele uitspraken waar de boulevardpers bovenop zal springen, maar met persoonlijke ontboezemingen die dus eigenlijk niet voor andere ogen dan zijn geliefde en naasten geschreven zijn.

Hij noteert zijn gedachten bij het leven, zijn leven. Denkbeelden zijn vrij, zijn schrijven is niet gebonden. Maar niet bedoelt ooit verder te komen dan het handschrift in de dagboekjes. De ogen van de dochters zullen er wel over mogen gaan, maar veel verder was het denkbaar niet de bedoeling. Veelal zie je in de strip of het beeldverhaal dat het dagboek een slotje heeft met een sleuteltje dat onvindbaar is. Maar Enschedé heeft de geheimen ontsloten, dat is op zich wel een zekere verantwoordelijkheid die hij daarmee op zijn schouders heeft genomen. Maar met goedkeuring van zijn door Bram zo geliefde dochters wordt de echte ongezouten mens Bram Vermeulen wereldkundig.
Zoveel is ijdelheid
In zijn dagboeken schudt Bram maar met moeite het verleden van zich af. Zijn geschiedenis die vooral door toedoen van de buitenwereld aan hem geplakt blijft. Daaronder gaat hij wel gebukt en verzet zich er hevig tegen, maar uiteindelijk weet hij zich te vermannen en kan erboven staan. Zo zodat wanneer het verleden aanklopt om hernieuwde samenwerking in een of ander programma, hij de deur waardig achter zich sluit, het is klaar, af en voorbij. Toch blijft de onzekerheid over zijn kunnen, over zijn wezen, over zijn dagboek. Zaterdag 1 juni 2002 beleeft hij dat kenmerkend in Mariakerke: “Al deze woorden, deze uitgeschreven gedachten. Waarom schrijf ik ze? Moet het gelezen worden. Arme kinderen die dit allemaal door moet ploegen. Zoveel is rust zoeken (door te schrijven), zoveel is therapie (mijzelf toespreken), zo weinig is literair (ikzelf ben meestal de hoofdpersoon, zonder enige afstand), zoveel is ijdelheid (het idee dat ik van belang ben), zoveel is luiheid (het blijven hangen in gewoonte), zoveel is wanhoop (heb ik wel bestaan), zo weinig is inzicht (oude gedachten herhaald). (…) En al die letters, woorden, zinnen kunnen niet op tegen glinsterende bewegende blaadjes in een boomtop. Tegen één blik op de wolken, 0p het gras. Alle inkt van de wereld kan één blik niet vastleggen.”

Hoort hij wel thuis in deze wereld van entertainment of is hij liever op zoek naar de geheimen van graancirkels in Engeland. En voortdurend is hij een bezige baas, met meerdere zaken tegelijk bezig. Zijn creatieve gaven vinden op meerdere vlakken een uitweg. Is Bram op tournee langs zalen en theaters dan zet hij het volgende programma alweer in gedachten op. Zo zit ik als lezer aan de wieg van nieuwe stukken, zie ik de eerste pogingen tot een lied, lees ik het leven door de gedichten van Bram. Dan moeten er liederen worden geregistreerd, komt er een serie op de televisie of via de radio, geeft hij een masterclass of schrijft een boek. De raderen draaien altijd door, er is nauwelijks rust. Op een gegeven moment neemt hij het penseel ter hand en kwast gevoelvolle kleurige schilderijen. Zijn kijk op de wereld met een cartooneske blik. Kunst met een schaterende grimlach. In woord en beeld noteert Bram de gedachten van het zijn, het wezen Vermeulen. Die bespiegelingen kunnen heel basaal zijn, maar ook filosoferend diepgaan wanneer hij de zaken op de Bram’s manier bekijkt en beschouwd.
Playlist en tijdijn
Het zijn niet alleen de nieuwe – vrolijke, onzekere, trieste, wellustige, creatieve – avonturen van Bram, maar zeker ook de mens in zijn tijd. Zowel de nationale als internationale wereld komt langs en tikt de verhalen aan. Onder meer de val van de Berlijnse muur, operatie Desert Storm, de Twin Towers en Pim Fortuyn beroeren de gemoederen in buiten- en binnenland en doorspekt de beleving van Bram. Natuurlijk, ik weet hoe het eindigt. In 1984 weet ik de toekomst al, weet ik al dat het in september 2004 zal zijn afgelopen. Dat kleurt wel het boek. In het begin speelt dat minder, maar tegen het einde van alles zoek ik onbedoeld tussen de regels door of hij dat levenseinde heeft voorvoelt. Ik denk het te lezen wanneer Bram de pijn in zijn schouder beschrijft en in het één na laatste gedicht schrijft over een afscheid: ‘Maar dan zou ik mij verwaaien / als wind met de wind / en ze daar beneden even / verkoeling geven.’


Het boek heeft tot slot nog een playlist en een tijdlijn waarin per jaar op rij de voornaamste resultaten van Bram’s activiteit in de jaren die zijn dagboek beslaat zijn gezet. Het jongenshart vermeldt verder dat er meerdere boeken zijn geschreven om verder te lezen over Bram, en geluidsdragers gemaakt om zijn creativiteit in te beluisteren. Bram is niet vergeten, dit boek herinnert mij daaraan, dus echt dood is hij nog lang niet.
Het Eeuwig Jongenshart, dagboeken van Bram Vermeulen. Samengesteld door Just Enschedé. Uitgave Nijgh & Van Ditmar, 2021.

Geef een reactie