Na 50 jaar door stad en land getrokken te hebben als singer-songwriter houdt hij het wel voor gezien. Nee, dat klinkt negatief. Na 50 jaar uitvoerend muzikant te zijn geweest is hij gedwongen te stoppen met liveoptredens. De leeftijd en een eerder opgelopen mankement in de gezondheid dwingen hem ertoe niet meer op een podium te stappen. Maar de muziek als zodanig raakt Egbert Meijers niet kwijt. Op de schaal van Richter heeft hij niet veel beving veroorzaakt, maar in Grolloo is hij een local hero en in Austin een graag geziene gast. Als geboren en getogen Drent zet hij zich daarnaast met hart en ziel in voor het behoud van de taal en de aandacht voor cultuur.
Vanuit de country en bluegrass muziek stapt hij de wereld van de blues in en die jas past hem zeer. Nederlandse en Engelse teksten en later vooral in de eigen moerstaal het Drents. Dat is wanneer twee Amerikaanse muzikanten hem voorleggen hoe hij het zal vinden wanneer zij in het Nederlands zouden zingen over de polders. Want Egbert zingt tot dan in het Engels over hun bergen van West-Virginia. “Don’t write what you don’t know because they know it when you lie.” Meijers herinnert zich deze uitspraak van zijn muzikale held Mickey Newbury: Weet wat je schrijft en spreek de taal van je publiek. Dus ontstaan er diverse liedjes in Drentse spraak. Een dialect dat van zichzelf al zangerig klinkt, harmonieus en welluidend. Het is vooral emotie waarover de zanger schrijft. De liefde is een geliefd onderwerp, maar ook het protest is scherp hoorbaar. Vooral de situatie van minderheden zet Meijers aan tot schrijven. De oorspronkelijke bevolking van Amerika heeft zijn hart, bijvoorbeeld.

Derksen schrijft het voorwoord
Hunebed en heideveld staat in Nederland symbool voor bluesmuziek. Wie Drenthe zegt denkt aan Harry Muskee. Cuby en de Blizzards zet de arme provincie van Nederland op een voetstuk. Arm, niet in de zin van natuur en cultuur, want daarin is het een rijke landstreek. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat Egbert Meijers zich aangetrokken voelt tot de blues als zijn manier van uiten in de muziek. Hoewel country ook naadloos past bij de landelijke sfeer van deze provincie. Daar de blues minder frivool is kan de zanger hier zijn maatschappelijk ei beter in kwijt. Volgens Johan Derksen verdient deze lokale held na de vijftig muzikale podiumjaren een boek. Meijers zelf is de samensteller van de uitgave “Tussen Grolloo en Austin”, oude kameraad Derksen schrijft het voorwoord.
Voor het boek werden vrienden, collega’s en fans gevraagd op te schrijven wat zij met en dankzij Egbert Meijers hebben meegemaakt. Deze bijdragen worden door de hoofdpersoon zelf verzameld en tot een uitgebalanceerde uitgave geordend. Alles wat hem na aan het hart gaat wordt erin besproken, dat is ook geen wonder wanneer je er zelf de hand in hebt. Maar het is niet de bedoeling zichzelf op een voetstuk te plaatsen. Het boek is een document, een kroniek van een periode in de tijd. Want bij het leven van Meijers komt ook de stand van de wereld aan de orde. Ingrijpende gebeurtenissen inspireren tot het schrijven van indringende en persoonlijke liedjes. Dat mij dat niet eerder is opgevallen. Egbert Meijers is de Boudewijn de Groot van Drenthe en de Bob Dylan van de lage landen.

Begaafd liedjesschrijver, begenadigd gitaarspeler
Naast de getuigenissen die de man Meijers betuigen zijn een drietal interviews met de muzikant zelf opgenomen. Daarin spreekt hij over zijn carrière in de muziek en daar buiten. Hoewel het boek geen biografie heet te zijn, gaan de schrijvers in hun teksten wel degelijk door het leven van Egbert Meijers. Hij wordt neergezet als een bijzonder en veelzijdig mens, een zachtaardig en gevoelig persoon. De loftrompet wordt veelal voor hem gestoken, want hij is niet alleen een begaafd liedjesschrijver en een begenadigd gitaarspeler maar ook een begiftigd sociaal bewogen mens. Gaandeweg lezend is het wel vanzelfsprekend dat de figuren die met hem te maken hadden en hebben zo euforisch zijn. Uit zijn teksten spreekt een diepe waardering voor het leven, ondanks dat hij daarvan de negatieve en trieste kanten ook wel inziet en bezingt.
Vrijwel iedereen die een bijdrage voor het boek levert geeft ook een liedtekst aan die hem of haar in het bijzonder aanspreekt. Zo is het niet alleen een levensbeschrijving in scenes met Meijers als hoofdrolspeler, maar ook een liedboek dat uitnodigt op zoek te gaan naar de muziek van de zanger. Een speurtocht op internet levert een schamel resultaat op en ook Spotify heeft maar een enkel lied uit een verzameling Drentse liedjes van anderen. Dus is het zaak een geluidsdrager met Meijers’ muziek aan te schaffen. Diverse mogelijkheden vind ik in een aan het boek toegevoegde discografie beschreven. Het Engelse ‘Bluebonnet Blues’ en het Drentse ‘Waorum de wereld braandt’ vind ik op bol.com, hoewel de CD Hal Ruinen sterk goedkoper is. Maar goed. Dan klinkt de vriendelijk warme stem uit de speakers, enigszins omfloerst, zichzelf begeleidend op gitaar of in een groep met piano, bas en slagwerk. Soms denk ik een deuntje van een accordeon te horen, het instrument waarop Egbert zijn muzikale loopbaan is begonnen.

Liederen over het werk op het platteland
Egbert Meijers bezigt niet alleen de oorspronkelijke taal van zijn provincie, maar interesseert zich ook voor de geschiedenis – het ontstaan van Drenthe. Hij koestert zijn afkomst, hoewel hij er ook met weemoed op terug kijkt. Egbert zou boer worden in lijn van zijn vader, maar had daar weinig trek in. De boerderij werd daarop verkocht, een herinnering die aan hem blijft knagen. Hij schrijft meerdere liederen over het werk op het platteland, als ervaringsdeskundige. Het schept een band met Texas, niet alleen door de muziek maar ook met het landleven. In Amerika voelt Meijers zich thuis en voor zijn muziek krijgt hij daar erkenning, Hij voelt zich thuis onder gelijken en wordt gewaardeerd en geaccepteerd. In Nederland gaat het daarentegen veel meer om uiterlijkheden, niet om de inhoud.
Met zijn humanistische en impressionistische liedjes geeft Meijers via tekst en muziek blijk van zijn identiteit. “Als het ware ruik je de omgeving en de sfeer waarin de liedjes zijn ontstaan”, lees ik ergens in het boek. “Egberts’ muziek is sfeervol, bluesie, aangrijpend en direct. (…) Maar één van de mooiste aspecten van Egberts’ muziek is dat het soms een gevoel van weemoed en melancholie oproept.” De muziek vereist aandacht om begrepen te worden. De teksten komen uit zijn hart en getuigen van een sterke sociale betrokkenheid. Het houdt de mens maar al te vaak een spiegel voor, zijn werk is misschien daardoor wel nooit een commercieel succes geworden. Het gaat ergens over, de teksten hebben een verhaal en vatten een emotie.

Godfather van de Drentse steektaalmuziek
Buiten de muziek om is Meijers actief in het sociale gebeuren van Drenthe. Hij staat aan de wieg van diverse festivals en neemt initiatief om de Drentse taal te beschermen en de blues van Harry Muskee in de schijnwerpers te houden. Onder vele meer komen het muziekspektakel Ode an de Oa, streektaalmuziekfestival Muzem! en de Drentse Bluesopera uit zijn pen. Egbert Meijers is een culturele duizendpoot. Het boek toont dat in de verhalen die over hem worden verteld. En zijn kracht in het schrijven van liederen met inhoud blijkt uit de vele liedteksten die in de uitgave zijn opgenomen. Egbert is er van overtuigd dat een gedicht, lied of proza in de streektaal meer raakt dan in het Nederlands wanneer je in die streektaal bent opgegroeid. Hij is de godfather van de Drentse steektaalmuziek. De teksten in Meijers’ moudertaol zijn dan ook onvertaald afgedrukt, omdat een vertaling naar de leesbare landstaal afbreuk zou doen aan het gevoel en de boodschap. Het Drents laat zich overigens uitstekend lezen, de woorden dansen door je hoofd. Het is een levendige en speelse spraak.
“Tussen Grolloo en Austin” is een compleet overzicht van leven en werk van Egbert Meijers. Hij heeft zijn hart en ziel in de muziek gelegd, maar ook in het wezen van de provincie Drenthe. Naast de verhalen en teksten completeren foto’s en andere memorabilia het beeld van de muzikant Egbert Meijers. Een laatste hoofdstuk is voornamelijk geschreven over bleusheld Harry Muskee, dat is opgehangen aan de song ‘Windows of my eyes’. Hierin schrijft Meijers dat dit lied over het verlies van de liefde van Cuby ook een egodocument, geschiedschrijving en blues ineen is. Zo lees ik ook het boek, als een document van deze mens Meijers, de biografie van zijn leven en van zijn muziek.
Tussen Grolloo en Austin, Egbert Meijers 50 jaar liedjes met hart en ziel. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2021.

Geef een reactie