Niet alleen in de achternaam hebben ze verwantschap, maar ook in de manier waarop de wereld door hen wordt bekeken. Hoe ze deze ervaren en begrijpen. Het is daarom niet verwonderlijk dat De Gebroeders Miedema de nieuwe dichtbundel van Joris Miedema hebben voorzien van passende illustraties. De drie beeldend kunstenaars die als broers de groep Gebroeders vormen beschouwen de omgeving niet vanuit hun ratio, maar vanuit de intuïtie. Op gevoel dus niet met verstand. De tekeningen ogen raadselachtig en transcendent. Fabeldieren staan symbool voor het avontuurlijk dromerige van het leven. Het element dat de huidige mens allang is kwijt geraakt.
Voor de bundel “De oneindige oester” grijpen zij naar ongedetermineerde plantaardige figuren. Menselijke wezens zweven gewichtloos in het door hen gevormde onmetelijke decor, als is het het gehemelte van het heelal. De werken schijnen onlogisch opgebouwd, iedere broer heeft een eigen inbreng in het geheel. Een persoonlijk handschrift dat aansluit bij de anderen, want ze zijn van hetzelfde bloed. Één voor allen, allen voor één. Drie zielen, één gedachte. Het resultaat in deze context heeft veel weg van de schilderwerken van de heer Jh. Bosch.
In de morbide tekeningen zie ik het absurde van de poëzie die deze bundel bevat terug. Maar woord en beeld mogen dan luguber en bizar zijn, het te lezen en aanschouwen haalt wel de wellust van het leven bij mij naar boven. De zin in het bestaan. Het omschrijft het zijn vanuit een gezichtspunt die ik nauwelijks eerder heb vermoed. Hoewel een figuur als de heer S. Dalí het toen al heeft voorvoelt hoe meneer J. Miedema het zou verwoorden, later, nu – er is niets nieuws onder de zon, het wordt enkel voortdurend in volgende generaties anders omschreven of in beeld gezet.
Vrienden die ik nog niet had ontmoet
Joris Miedema heeft een fantastische hand van schrijven, dat is een gave zo niet een bijzonder talent. Al meteen door het eerste vers zet hij de toon en ben ik verkocht: “de verte rolde terug, de verste schapen, koeien / vrienden die ik nog niet had ontmoet / bruidstaarten, verjaardagskaarten, boekingen / van vakanties van pas vele jaren later”. Hij blikt in de toekomst, die er misschien niet zal zijn. Een weemoedige kijk, die in het vervolg en de rest van de bundel vaker doorklinkt.

Op meerdere bladzijden in de bundel gaat het over die zekere dood, het sterven ooit. Ook komt de familie in beeld. Zijn vader vooral, waarmee hij afrekent door de strijdbijl te begraven. Zijn slippers te passen, omdat deze voor hem zijn ingesleten. Herinneringen blikken door de woorden. Joris is erbij wanneer zijn vader het leven laat voor wat het is. Andere woorden kiest voor het onvermijdelijke van het bestaan, het sterven. Maar ook zijn eigen levenseinde schrikt niet af, maar wordt beeldend onder woorden gebracht. En het zelfgekozen levenseinde: “ze vallen door oneindige lucht / weten de grond / ook in zichzelf / niet te bereiken / omdat deze er / nooit is geweest”.
Ik zag mijzelf meer als een uit elkaar gedreven rund
De gedichten die hij voortbrengt hebben het surrealisme van genoemde Dalí. Argumentatie van de inspiratie is namelijk niet voldoende, de ingeving kan niet enkel in het keurslijf van de poëzie gedrongen worden – de klassieke vormkernmerken en stijlmiddelen voldoen niet voor het omschrijven van het onderbewuste en de beleefde droombeelden. Het leven is meer dan een sonnet of ballade. Miedema probeert over de grenzen van de rede te gaan. Hij laat zich niet inperken en beperken tot wat redelijk aanvaardbaar is in taal en verwoording.

De beeldspraak, door Miedema gebruikt om zijn wereld te beschrijven, is een middel om de omgeving en de gebeurtenissen daarin vanuit een ander gezichtspunt te bekijken. Er als het ware boven te vliegen als een vogel of van onder te bekijken als een muis. Hij maakt de realiteit fantastisch, maar blijft met beide benen op de grond. De stijl is niet zweverig, maar slaat juist de spijker op de kop. Het verduidelijkt voor mij het doen en laten, zijn en mijn existentie. “ik zag mijzelf meer als een / uit elkaar gedreven rund dat de / kudde eerst in zichzelf moest gaan / zoeken”.
Ik heb een dood kind gevonden in mijn kledingkast
Niet zomaar wat letters gesorteerd, woorden op een rij, maar weloverwogen het leven beschouwend. Zoals in een film die je vaker ziet je meer details opmerkt, zo ontdek je in deze poëzie na meerdere keren lezen een diepere achtergrond. “met tentakels van nietsontziende nietigheid”. Deze poëzie heeft tijd nodig om in te dalen. Om zich in mijn brein te vestigen. “ogen zo leeg als schone glazen bier”. Miedema belt bij me aan, ik doe open. Hij komt niet alleen bij me op bezoek, maar gaat in mijn hoofd wonen. “tanden zo wit als lege vellen papier”. Zijn zinnen vormen een verhaal op zich. Wanneer ik de bundel heb gelezen, dicht doe en in de boekenkast zet onder de M, blijven zijn woorden bij me. “ik draag mijn verdomhoekje naar een andere plek in huis”.
Door zijn woorden zie ik mezelf, dat kan, maar dan moet ik eerst wel leren lezen. Wat lees ik eigenlijk? Wat maak ik op uit de letters die woorden vormen en achter elkaar geplaatst regels ofwel zinnen zijn. Opnieuw dan de woorden wegen. “ik heb een dood kind gevonden in mijn kledingkast / ze lag onder een luik / waar mijn schoenen op stonden”. Miedema probeert het levensraadsel voor mij te ontrafelen, een vinger achter het bestaan te krijgen.
Op zijn manier geeft hij antwoorden op mijn vragen, onbewust maar wel overwogen. Hij diagnosticeert het leven, snijdt het open en legt een detail tussen twee glasplaatjes onder de microscoop. Zoekt de ingewanden, beent de botten uit – maar slaat het met zijn woorden niet dood. Hij zet de onderdelen van het leven op een rij, schudt ze door elkaar, haalt het kaf uit het koren en ordent opnieuw, ernstig maar met een verruimende blik. Het leven wordt leefbaar door de woorden van Miedema, de zorgen worden bij wijze van spreken weggeblazen, overschreeuwt door zijn fantasie. “de gordijnen zitten potdicht / er hangt een lichtstraal met obesitas / aan de lamp / de straal is zo zwaar / dat hij de stekker bijna / uit het stopcontact trekt”.
Poëziebundel “De oneindige oester”, Joris Miedema. Uitgeverij Opwenteling, 2022.

Geef een reactie