Monumentale kimono’s van Hans van Hoek maatje te groot

Eigenlijk is het kabinet van Museum Belvédère te klein voor het grote werk van Hans van Hoek. De kabinetten in de westvleugel van het museum hebben namelijk het formaat van een grote huiskamer. Zo was het de bedoeling van de oprichter, want hij wilde “zijn” schilders een eigen zaal geven, een eigen kabinet. Zij werkten en werken, meest als autodidact, in de eigen huiskamer en zitten in die krap afgemeten ruimte boven op hun kunst. Zo zou dat in het nieuw te bouwen museum ook moeten zijn. Dat het bij de bezoeker die sfeer oproept. Met die opdracht ging de architect destijds aan de slag. De bezoeker zal de kunst van dichtbij moeten kunnen bekijken. Want de werken van de schilders, waarop bij het tot stand komen van het museum is gebouwd, zijn in verhouding van tegenwoordig klein van formaat. Geen museale afmetingen, maar handzame schilderijen en tekeningen, een stukje grafiek.

De kosmische ruimte waarin wij leven

Anders is dat dus met de vier overmatig grote werken van Hans van Hoek. Museaal worden deze genoemd, monumentaal. Daarvan moet je afstand kunnen nemen om ze in vol ornaat te kunnen beschouwen. Jawel, hoewel het schilderijen zijn verbeelden deze gewaden. De kimono om precies te zijn. Dat is de traditionele Japanse jurk die zowel door vrouwen als mannen wordt gedragen. Het bedekt het gehele lichaam. Je kunt er als het ware in wonen. Van Hoek beschouwt het dan ook als “de kosmische ruimte waarin wij leven”.

De vier monumentale schilderijen die in Belvédère hangen zijn onderdeel van een serie in dit thema waaraan de schilder nu al meer dan 35 jaar werkt. De expressief beschilderde doeken zijn in door hemzelf handgemaakte lijsten gezet. De lijst is niet het kader van het werk, maar onderdeel van het schilderij. Niet het werk begrenzend, maar juist ruimte gevend. Onlosmakelijk één geheel met het doek. Het vormt de ruimte waarin de schildering acteert.

Ambachtelijk proces

Op de website van zijn galerie lees ik dat Van Hoek met uiterste zorg en concentratie aan een schilderij begint. Hij gunt zich tijdens het schilderen de tijd voor overdenking en reflectie, en de tijd om het werk af te krijgen, te voltooien. In een korte film zie ik hem dat doen. De eerste opzet tekenen, afstand nemen. In grote gebaren de ruimte van het doek verkennen, afstand nemen en afwegen. Dan expressief een kleurlaag aanbrengen binnen de lijnen van de eerste opzet. En terug op de stoel, kijken, nadenken, overwegen. Zo, totdat het resultaat door hem naar waarde geschat kan worden. Dan volgt een nieuwe fase, lees ik verder. Met de hand schaaft, kapt en beeldhouwt, schuurt, polijst en kleurt Van Hoek de monumentale lijst in een tijdrovend en ambachtelijk proces.

De bezoeker die dicht op het werk gaat staan, want afstand nemen is in de begrensde ruimte van het kabinet nauwelijks mogelijk, ziet de moeite die de schilder zich heeft getroost op zijn zoektocht naar inzicht, verlichting en spiritualiteit. De vorm van het gewaad moet ontdekt worden, want deze valt niet meteen op. Is deze ruimte in het gezichtsveld afgebakend, dan kan het spel van kijken beginnen. Van Hoek geeft veel kansen tot eigen invulling van symbolen die hij schildert op doek en beeldhouwt in hout. Vooral wanneer de figuren uit het beeld verdwijnen, de samenhang enigszins in evenwicht is, wordt de schildering meer boeiend.

Relaties en verbindingen

Met een abstracte invulling van het gewaad door lichtval en kleurschakering, kan ik mijn gevoel beter laten spreken. Het schilderij “es werde licht” is volgens het begeleidende tekstbord geïnspireerd op het oratorium “Die Schöpfung” van Joseph Haydn. Een helder licht vanuit de hemel dat de duisternis op de aarde splijt. Licht in de schepping, op de vierde dag. Het door Van Hoek spiritueel bezielde kunstwerk krijgt van hogerhand een religieuze ingang. Zoals Haydn zich geïnspireerd wist en de bijbelse eerste wereldse dagen liet klinken, laat Van Hoek zijn licht schijnen in dit kunstwerk. De vierde dag komt voor mij tot leven. Het schilderij is het museum in bruikleen gegeven, als opmaat tot schenking. We zullen het in de toekomst dus meermalen in de opstelling en de inrichting kunnen zien. Ik ben benieuwd op welke manier de conservator het dan zal relateren aan ander werk in de collectie. Er zijn overigens de laatste tijd voldoende qua formaat grote werken in het bezit van Belvédère gekomen. Dus er zijn volop relaties te leggen en verbindingen te maken.

Hans van Hoek, Museum Belvédère

Terug naar het kabinet zoals ingericht met de vier monumenten van Van Hoek. Want zo mogen deze schilderijen toch wel betiteld worden, als monument. Het zijn gedenktekens in het oeuvre van deze schilder. Ze herinneren aan het moment van inspiratie. Wat mij betreft is “verborgen in wit” in dit kwartet overigens het meest stijlvol en sprekend tot mijn verbeelding. De schilder zegt niet teveel in dit schilderij, maar net voldoende om goed aan te slaan. Er heerst een zuivere schoonheid onder die kimono. Een innerlijke rust, een stilte die verborgen is van het lawaai en de drukte buiten dit lichaam. Een diepe concentratie. In deze context ook een licht dat straalt van boven, het zwart – het stille water met de diepe grond – gehuld in een witte draperie. Weergegeven in eenvoud. In deze compositie heeft Van Hoek het juiste pad gevonden op zijn zoektocht. Zijn spiritualiteit is hier inzichtelijk gemaakt. Een zucht van verlichting?

Kabinetpresentatie “Vier kimono’s”, schilderijen van Hans van Hoek bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen / Oranjewoud. Tot en met 27 maart 2022.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *