Brothers in arts. Met het penseel als wapen. Kwast, doek en paneel het strijdtuig. Palet in de aanslag met verf op scherp schieten. Ten strijde trekken met kleur en vorm tegen de gevestigde kunstorde. Om de balans uit evenwicht te brengen. Eigenzinnig, tegendraads. Want het doet er niet toe wat je schildert, maar hoe je het schildert. Broeders in de kunst. Een vierspan voor de kar van het uiten. Om de wagen te trekken werken ze samen, maar wel op een eigen figuratieve weg. Dat is spannend, het geeft spanning. Friends in art and beyond. Persoonlijk zichzelf, maar een groep in de kunst. Samen hand in hand, zoals de vijf van Leeuwarden op de finishlijn van de Elfstedentocht in 1956. Toch laten ze zich niet verleiden tot elkaars stijl en techniek, echter zitten ook niet als los zand bij elkaar. Vinden de een in emotie, zoeken de ander in verbeelding.
Een eigen houding
Expressief en kleurrijk is het beeldmerk van zowel Horst Dijkstra en Anne Feddema, als van Henk Krist en Eddy Sikma. In het boek “Vierspanning”, vier Friese schilders. Ze hebben het er met elkaar over, dat spreekt. Al ruim 25 jaar lopen ze met elkaar op, schuimend langs de kaden van Leeuwarden. Het is een vrolijk viertal, een monter dubbel stel. Zo staan zij in de kunst, dat goed in de levenslustige verf zit. Bekeken vanuit diverse gezichtspunten, verschillende standen, een eigen houding. De een met een cynische grimlach, de ander met oog voor de kleine schoonheid. In letterlijke en figuurlijke landschappen staan de persoonlijke verhalen opgetekend. Humor, ironie en droombeelden. Kracht en spanning van kleurgebruik en vormentaal.
Het boek laat het kunnen van de groep zien, de kunst van de vier schilders. Zo zijn ze beeldend aanwezig. Diverse teksten tonen de achterkant van die kunst, de persoonlijkheden die zich in beelden uiten. Ieder heeft een voorstelling in een interview. Vier kunstenaars, vier gesprekspartners. Een individueel beeldend uiten, een eigen geschreven tekst. Want de kunstenaars zijn een identiteit, maar ook de schrijvers zijn dat met een eigen invalshoek in de kunst. Zo zijn het speels en levendige verhalen, die het kunnen en zijn van de kunstenaars beschrijven. Kunstenaars in het geschreven woord hebben zich dan nog gebogen over een afzonderlijk kunstwerk en er in hun stijl een essay aan gewaagd. Vrije literaire reacties in de vorm van poëzie en proza. Zo krijgt het beeld in een ander vakgebied een denkbeeld.
In een Friese context
In een voorwoord gaat historicus Bert Looper in op de Friese kunst in de brede zin van het woord. Kunstenaars die aansluiting zoeken in de wereld om hen heen. Met cultuur en cultuurmakers in andere tijden en streken. Bezig om grenzen te verleggen en te doorbreken. “Niet vanuit een Friese context, maar wel in een Friese context. Vierspanning laat zien hoe vrij en creatief cultuur in Fryslân is in de verbinding en wederzijdse inspiratie van Europese regio’s, disciplines en generaties: Friese zee is Europese zee!”

Vervolgens gaat kunstcriticus en -curator Anna Tilroe langs de huizen en ateliers van de vier schilders, die al jarenlang studie maken van het licht en hoe het de wereld kleurt en vormt. Elk met een andere perceptie, die vier vrienden, een beleving waardoor ieders inhoud anders is maar niet tegengesteld. Het is in onze ogen niet het gangbare beeld van de wereld. Want kunst zaait twijfel, volgens Tilroe, “weten wij wel wat werkelijkheid is? Kloppen onze ideeën daarover wel? Of baseren wij ons daarbij op collectieve afspraken?” Met deze en andere vragen bevraagd zij de kunstenaars. En beschrijft in eigen woorden wat ze ziet, opmerkt en aanvoelt in de schilderijen die ze in de verschillende ateliers ziet.
Vierspanning, het boek, geeft een nagenoeg compleet beeld van leven en werken van de vier kunstenaars. Schilders die “op hun eigen wijze schilderkunstige middelen en trucs inzetten om het platte vlak open te breken en ruimte te creëren voor hun visies en verhalen”. En Tilroe gaat verder, en ik citeer haar met genoegen. “We weten heel goed dat de zonsondergangen van Eddy Sikma, de desperate mensfiguren van Henk Krist, de grijnzende mutanten van Horst Dijkstra en de heerlijke tuinen van Anne Feddema gewoon verf op doek zijn en alleen in ons hoofd bestaan. Het zijn illusies, maar daarmee niet onschuldig. Ze bewerkstelligen immers telkens weer dat we bereid zijn om met die illusies mee te gaan.”

Op mijn manier mocht ik ook eens meegaan met de illusies van Krist, Dijkstra en Feddema. Het landschap van Sikma was voor mij een droombeeld, een visioen achter mijn oogleden als ik deze tot spleetjes toeknijp wanneer ik langs de velden ga of op de boot naar een eiland sta. Ik kende zijn kleurig geblokte havens van de galerie en het museum, van het bestaan van deze in het boek opgenomen expressieve wadlandschappen, vennetjes en slenken had ik geen weet. Ik kan me erin verliezen, verdwalen, erin opgaan.
Wat te doen op aarde
Met een mate van naïef aandoende bewogenheid penseelt schilder Henk Krist zijn werken. Mensfiguren bevolken een figuratief abstracte realiteit. Ik zag hulpeloze blikken in “Wat te doen op aarde”, in 2009. Het was toen een aanklacht tegen het uitzichtloze zijn van de wereld, dacht ik. In de blik schuilt het verhaal, dat wordt onderstreept door de handeling en het gebaar. Het zijn veel muzikanten die een plek in de eeuwigheid van Krist krijgen. En muziek is toch overwegend een bezigheid om je blij bij te voelen. De musici van Krist spelen alle de blues en gaan duidelijk gebukt onder die melancholie in driekwartsmaat. Een bezieling in mineur en daarmee prachtig in verf uitgevoerd. De geportretteerde mensen staren gelaten voor zich uit, de blikken staan op oneindig, de beweging is stil gezet. Het figuur is figurant in de opvoering van het toneelstuk dat leven heet. Het leven is in de ogen van Krist theater, waarbij achtergronden niet anders zijn dan toneelkleden en decorstukken. Wat te doen op aarde, speel het spel en vermaak de wereld. Maar het vermaak is dat van de pierrot, ernstig en met de traan nader dan de lach.

In het “Selskykje” liet Horst Dijkstra zichzelf aan mij zien. Niet fysiek of tastbaar in beeld, maar tussen de verfstreken door kon ik zijn wezen herkennen. Ik schrijf augustus 2020. In het werk las ik het verhaal dat hij in de kunst niet wil vertellen. Zijn kunst heeft geen boodschap. Het is er en wil er zijn, het is goed wanneer de maker er tevreden over is. Het is een zoektocht, want het beeld is niet meteen voor ogen zoals het in de geest gezien is. Het schildersvak is een avontuur. De historie blijft in lagen in het schilderij aanwezig, is gearchiveerd. Want totdat het juiste beeld is ontstaan gaan er diverse aan vooraf, wordt het kunstje alsmaar over gedaan. Ieder paneel heeft een eigen verhaal, want Dijkstra is wel een verteller. Een verhalenverteller zonder boodschap. Hij stoeit met menselijke emoties en relaties, bekijkt de wereld met een grote dosis humor. Relativeert de werkelijkheid, een glimlach kan ik niet onderdrukken. Zijn naïeve manier om abstractie in het realisme te brengen is grillig en bij tijd en wijle potsierlijk.

Meerdere malen wandelde ik mee met Anne Feddema. Hij is een kundig schilder schreef ik in 2016, maar had daarvoor al verschillende keren kennis gemaakt met zijn werk. In “eden en daarbuiten” zag ik hem terug liggend in het hoge gras, fluitend naar de flora en de fauna in eigen tuin. Die schoonheid zet hij op in expressief prachtige platen. Feddema is geen bioloog, hij determineert de planten in zijn tuin niet en noemt ze nergens bij name. De juiste weergave van de begroeiing van zijn hof doet er niet toe, wel belangrijk is het gevoel dat hij bij het onderwerp heeft. In de verscheidenheid van het terrein dient zich altijd wel ergens een vondst aan, een detail dat liever onopgemerkt was gebleven. Met een breed gebaar op groot formaat, maar in getoonde kleinere werken overtreft hij zichzelf. Daarmee is hij terug bij af, in dat handwerk terecht gekomen waar hij goed in is. Gewoon schilderen – doek op de ezel, palet aangemaakt, inspiratie en verven – heel normaal.

Langs ‘s Heeren wegen
Vijf jaar later neemt Feddema mij aan de hand mee door zijn wereld. Ik voel me, zolang ik de composities mag bekijken, zijn hond aan de riem die met hem meegaat op tocht. Al wandelend beleeft hij de vorm, het ritme en de kleur in de omgeving. In “kuierljocht” droomt Feddema zich de wereld nadat het is gezien. Feddema beeldt zich in een hoek of aan de rand van de beeltenis af als wandelaar met hond, de pet op, of als schilder, achter de ezel of tekentafel. Als een persoonlijke handtekening onder het werk. Maar het draait niet om de man met hond of de man achter ezel, het is het moment van gaan. Gaan langs ’s Heeren wegen, als eenzame monnik in stilte genietend van de natuur. De details worden opgemerkt wanneer je aldus contemplatief door de wereld gaat. Je ogen de kost geeft. De blik van Feddema vreet de omgeving. Kauwt en herkauwt het om een aangenaam beeld uit te spuwen. Het beeld is niet altijd zo gezien, maar wordt gevormd door de indruk die de kunstenaar er op het moment en later bij uitwerking ervan heeft. ‘De paden op, de lanen in, vooruit met flinke pas, met stralend oog en blijde zin.’ Deze beginregels van een bekend oubollig marsliedje komt in mijn gedachten klinken bij die kleurige beeltenissen van Anne Feddema. Hij ervaart een wereld op zijn wandelingen en maakt mij op een vrolijke manier daarvan deelgenoot.
De vier mannen toonden recente werken in Obe, het podium voor literatuur, kunst en taal in Leeuwarden. Het boek “Vierspanning” is daarvan de catalogus. In de loop van dit jaar zullen deze schilderijen in combinatie met werken van nieuw Noordelijk talent te zien zijn in Afslag BLV, de dependance van Museum Belvédère in Heerenveen.
Vierspanning, vier Friese schilders: Horst Dijkstra, Anne Feddema, Henk Krist, Eddy Sikma. Uitgeverij Louise in samenwerking met Tresoar, 2022.

Leave a Reply