Niet velen bereiken na een leven de status van verbeelding. Er zijn maar weinigen die het zout zijn van de aarde. Die het bestaan kleurig maken, kruidig. Zo’n geleefd leven gaat de geschiedenis in als legende, mythe, als zou het een verdichtsel zijn, een fantasie, kletspraat. Een getint verhaal met een sprankje waarheid. Naarmate de tijd vordert wordt de overlevering van mond tot mond, van schets tot boek, aangedikt en gedramatiseerd. Ontstaat de historische fictie. Zo spreken de goden en halfgoden uit vooral het oude Griekenland tot de verbeelding. Het land waar de muthos een oorsprong vindt. De Griekse maatschappij van toen leefde op die antieke religie van waaruit de transcendente verhalen ontstonden. Machtige vertellingen van grootse daden, avontuurlijke reizen, tactische veldslagen. Maar ook romantische intriges, idyllische verleidingen en voorgewende misleidingen.
Bovenmenselijke krachten
Mythen maken begrijpelijk wie wij zijn, hoe we hier zijn gekomen en hoe wij in een wereld passen die vol van gemeenschappen zijn die anders zijn dan de onze. Het geeft antwoord op fundamentele vragen als wie ben ik, waar komt dit alles vandaan, waar gaat het naartoe, waarom is er dood en geboorte. Vragen die maar nauwelijks een eenduidig antwoord hebben. Door de mythe kunnen aan figuren bovenmenselijke krachten worden toegeschreven waardoor zij bovennatuurlijke handelingen kunnen verrichten, zodat de gewone aardse mens een vinger achter een eigen bestaan kan krijgen. Kan begrijpen waarom het leven is zoals het is. Het ontstaan van de mensheid heeft een groots imaginair begin, een beeldende start.
Het is daarom niet zo vreemd dat twee kunstenaars, in leven met lijnen van en naar Cyprus, geworteld in het Midden-Oosten, zich in werken bezig houden met deze vertellingen uit de klassieke oudheid om in onze nieuwe tijd gebeurtenissen te verklaren. Het leven te kruiden met hun taal en beelding. Cyprus, het eiland van de Griekse god van liefde en vruchtbaarheid Aphrodite. Daar wordt zij geboren uit het schuim van de zee vertelt ons de Griekse mythologie. Als beeld sluit de figuur aan bij onze mythe van de lage landen, het sterk tot de verbeelding sprekende personage Mata Hari. Margaretha Zelle ontvlucht de burgerlijke provincie om haar heil en zegen te zoeken tussen de betere standen, de bovenklasse. Op Java, als vrouw van een KNIL-kapitein, meet zij zich onder invloed van de Indische cultuur de artiestennaam Mata Hari aan. Het wordt haar alter ego: Mata Hari, Maleis voor oog van de dag ofwel zon.

Om aldus als een schaars geklede Oosterse schoonheid te acteren. Haar dromen worden werkelijkheid, maar eindigen uiteindelijk in een nachtmerrie. Ze begint een nieuw leven, krijgt naam en faam met haar oosters getinte exotische dansen. Maar de mannen waarvoor ze zich ontbloot blijken even bekrompen als haar geboortegrond dat is. Ze laven zich ongegeneerd aan haar lichaam, maar wanneer het er op aan komt word zij als slecht voorbeeld weggezet. Er is gesjoemeld met haar daden. Handelingen haar in de schoenen geschoven. Hoewel ze evenwel zeker de schijn tegen zich heeft. Het betekent het voortijdige einde van de vermeende dubbelspionne. “A harlot? Yes, but a traitress, never!” Haar leven en dood gaan de geschiedenis in als legende, het archetype van de femme fatale. Na haar dood wordt ze beroemder dan tijdens haar leven. Hoofdpersonage in vele filmprenten en kort geleden is zij nog onderwerp van een grote tentoonstelling in het Fries Museum.

Sierlijke bewegingen
Margareta Zelle is dus een figuur dat tot de verbeelding spreekt. Vooral in haar gedaante van verleidelijke oosterse schoonheid. Ze ontvlucht het platteland om haar fantasie en utopie te beleven in de armen van belangrijke en vooraanstaande heren. Maar is dat echt haar droom, beleeft zij die werkelijkheid wanneer ze ’s nachts te bed ligt. Ze zal zichzelf meer zien in de rol van danseres, die in zwoele kledij en met klinkende bellen de ander vermaakt. Haar lichaam ter beschikking stellend aan deze en gene zal meer uit noodzaak zijn geboren dan dat het een carrière move is. We kennen haar trieste einde. Dat is geen legende, laat staan een mythe. De Fransen die op het punt stonden de eerste wereldoorlog te verliezen hadden een zondebok nodig. Mevrouw Zelle was daarvoor erg geschikt met haar ontuchtige levensstijl. Een levenswandel die aansluit bij de fin de siècle, de opkomende Art Nouveau, Jugendstil. De fraaie gracieuze vormen, bewogen lijnen om een emotie uit te drukken, waren geheel in stijl van de sierlijke bewegingen van de danseres.

Schrijver Maria Petrides beleeft in het project “A Mythopoesis” de fantasie die Mata Hari in haar leven op de been hield opnieuw. Door haar levenslust, van overlevering en uit de brieven die ze schreef weet Petrides deze legende met de mythe te verweven. Ze heeft een fantastische manier van schrijven. In het kunstenaarsboek dat uit het project is voort gekomen bezigt Petrides de Engelse taal. Het is oorspronkelijk niet haar moedertaal, maar ze weet er wel lyrisch in te schrijven. Een poëtische proza, dromerig en werkelijk tegelijk. Op een manier die sterk tot de verbeelding spreekt. Met veel omhaal van woorden, passend in de denkwijze van de hoofdpersoon. Zo zie ik me het droombeeld en de filosofie van Zelle als Hari in het diepst van haar gedachten voor me. “She was floating on the lake among dried yellowing leaves, brittle and crumbling, swinging from the resin edges of wrinkled branches.” In haar bloemende woordentaal laat ze mij opnieuw de weelderige geschiedenis van deze ‘moordvrouw’ beleven. In haar vertellingen laat ze de mythe nog meer krachtig en stralend uitkomen. Het is een belevenis de zinnen te lezen, waarin Mata Hari de grootsheid van haar zijn wordt toegedicht. Ze scheen het niet te zijn, ze was het. Hoewel haar leven (te) kort was, is ze tijdloos geworden.

Verhalen van Mata Hari
Kunstenaar Tatiana Ferahian tekent haar leven in inkt op Natron papier. In een soort van schemering, een duister daglicht, is Mata Hari op verschillende plekken in haar zijn gezet. Als artieste heeft ze vele landen en verschillende steden bezocht. Deze plaatsen zijn als decor gebruikt voor de handelingen die in de tekst van Petrides worden beschreven. Ze illustreren het leven. Maken de mythe nog meer lichtzinnig. Ferahian onderzoekt in haar werken de poëtische potentie van en speurt naar verhalen die rondwaren in ruimtes en op plekken. De verhalen van Mata Hari dwalen rond in de ruimten die de tekenaar schept. Het is een bestaande omgeving. Zo herken ik het Rijksmuseum, maar zie ook de grachtenpanden van Amsterdam, de Blokhuispoort in Leeuwarden, het Hotel des Indes in Den Haag en zelfs verschijnt de Leeuwarder Achmeatoren aan de horizon wanneer Zelle opduikt in de Kelders. De tekeningen zijn doorspekt met symbolen en zinnebeelden. Vooral paarden, schapen, varkens, leeuwen, zwanen en damherten. En telkens piekt de dood in de vorm van geraamtes, het naderend voortijdig einde is op de achtergrond telkens aanwezig.

Mata Hari is vrijwel voortdurend afgebeeld in haar Oosterse borststuk, de met kralen afgezette bh. Een enkele keer in de kleding die ze droeg toen ze werd gearresteerd. Maar tijdens haar terechtstelling beeldt Ferahian haar met ontbloot bovenlijf af, terwijl ze het kleed dat ze draagt langzaam laat zakken. Aan haar voeten twee leeuwen. Ze straalt kracht uit in deze tekening, terwijl vijf geweerlopen op haar hart zijn gericht. Terwijl ze bij leven zorgde dat zij zeer goed gekleed was. Op de morgen van haar executie kleedde ze zich in een blauwe japon, een lange grijze mantel afgezet met kostbaar bont om de schouders, een zijden corsage, opengewerkte kousen en een parelketting om de hals. Op het met zorg gekapte hoofd droeg zij een grote vilten hoed met kersrood lint. Met een rustige stem had ze gezegd: ‘ik ben gereed’. Die kracht zet de tekenaar in beeld.
De uitgave “A Mythopoesis” geeft een contempatief beeld van de handel en wandel van een legendarisch historisch figuur. Geen grote naam in politiek perspectief, maar tot de verbeelding sprekend in artistiek en cultureel opzicht. Vooral de manier waarop mevrouw Zelle aan haar einde is gekomen, de twijfelachtige rechtspraak waardoor ze voor een vuurpeloton is terecht gekomen, spreekt tot de verbeelding. De originele tekeningen die in het kunstenaarsboek staan afgedrukt zijn tot 2 april te zien bij Kunstruimte H47 in Leeuwarden. De uitgave van Armida Books is daar verkrijgbaar. De werkelijke mythe van Mata Hari in woord en beeld. De halfgod van Friesland. Een leven doorregen met vreugde en verdriet, liefde en verbittering. “One doesn’t know how to love unless one knows how to mourn.”
A Mythopoesis. Teksten Maria Petrides. Tekeningen Tatiana Tavoukjian Ferahian. Uitgave Armida Books, 2022.

Leave a Reply