Memoires, ironisch bedoelt zonder een grap te willen zijn. De herinneringen in het boek “Kom verder!” zijn feiten en verzinsels losjes gecombineerd tot een geschiedkundig onzuivere vertelling. Door overlevering verkregen en uit het geheugen opgediept. Dat er hiaten zitten en dat deze opgevuld moeten worden, daar is de schrijver zich van bewust. Maar hij kan dat naar eer en geweten doen, want hij is Freek de Jonge en mag weleens een scheve schaats rijden. Het zij hem vergeven en het maakt het geschrevene alleen maar meer lezenswaardig. Zijn schrijftrant is even levendig vaak en dubbelzinnig soms als zijn shows op het podium.
“Kom verder!” is de biografie van een familie, een familiegeschiedenis die volgens Freek feitelijk begint bij de Hervorming – de kerkelijke omslag. In het boek vangt het verhaal zo’n beetje aan bij de wonderbaarlijke vingerwijzing Gods, een duiding welke richting het leven van Freeks grootvader Willem op zou moeten gaan. Hij wordt door de grote baas zelf geroepen, op een onbeduidend hek in het veld waar hij de koeien hoedt. Hoe symbolisch, de brandende braamstruik is ingeruild voor een zonnesteek op een onbedekt hoofd.
Bloed, zweet en tranen
Wie denkt dat “Kom verder!” een boek is vol cynisme, zoals de schrijver overladen is met humor en dit zijn leven lang op de planken brengt, komt van een koude kermis thuis. De Jonge rekent niet af met het verleden voor zijn geboorte. Zet zich niet af van zijn familie, maar verheft zijn vader tot held van het verhaal. Willem is voor het heil geroepen en Andries zal dit ten uitvoer brengen. De familie is in mannelijke lijn en door de geslachten heen een familie van evangelisten en predikanten. Andries, de vader van Freek, is voorbestemd het woord vanaf de kansel te verkondigen. Hoe hij van kleine jongen tot grote man zover komt, met alle vreugde en smart – het vele bloed, zweet en tranen – daarover gaat het verhaal.
Het verhaal van vader. Een vertelling vol religieuze invallen die de kerkgeschiedenis aanstippen. Ook de historie van de Nederlanders als natie hebben een aandeel. Maar het is vooral de geschiedschrijving van een familie, die midden in het leven staat en een levenslot met God heeft. De roeping, de opdracht het verhaal van barmhartigheid te verspreiden. De goede zaak onder de mensen kenbaar te maken. Het zijn geen heiligen, hoewel Freek gaandeweg het boek zijn vader wel op een voetstuk zet waar hij meerdere keren dreigt vanaf te vallen.

Het zijn gewone mensen, die met vallen en opstaan het leven trotseren. Niets menselijks is hen vreemd. De twijfel slaat regelmatig toe, omdat theoretische en praktische verleidingen op de loer liggen om hen af te leiden van het smalle pad naar de brede weg. De duivel als guerrillastrijder kan zo uit de bosjes springen en in de aanval gaan. Maar het geloof houdt stand. De kudde van dorpse gelovigen reageert niet meewarig wanneer de vrouw van de dominee al maanden zwanger blijkt te zijn bij het ja-woord aan het altaar. Vader gaat bij de deuren langs om daarvoor zijn schuld te betuigen, maar de plattelanders reageren gelaten. Niets menselijks schijnt hem vreemd.
Dagboeken
Het verhaal start dus met die roeping. Daarna lees ik de gangen van de jongen en later de man die in het boek vader wordt genoemd. In het eerste hoofdstuk schept dat nog verwarring, want de vader van de vader is ook vader. Wie is nu wie. Gaandeweg wordt dit duidelijk en ook na nog eens opnieuw het begin begonnen te zijn. Bij de eerste lezing scheen ik nog niet klaar voor dit verhaal, ik was er nog niet aan toe en verzandde in dat eerste deel. Zojuist had ik namelijk de dagboeken van Bram Vermeulen gelezen en beschreven. De twee cabaretiers gaan toch de toekomst in als een duo. Wie Bram zegt neemt Freek in één adem mee. En Freek duikt meerdere malen als negatieve zender maar zeker ook als positieve kracht op in die dagboeken. Dat gevoel hing en die smaak bleef na, dus liep ik vooralsnog vast in de memoires van Freek en legde het boek een aantal maanden ter zijde. Maar toen de geest er dan was, ik me door het boek geroepen wist openbaarde zich het mysterie van Freek de Jonge.

Andries de Jonge is een denker, op het filosofische af bijna. De lezer, ik, ga mee in de dagdromen, overpeinzingen en mijmeringen. Als jongen de zaken die een jeugdig persoon zoal bezig houden. Als man de gedachten over, in het geval van deze dominee, het ambt, het geloof en de religie, God. “Zijn gepieker neigde naar het obsessieve. (…) Naar hoe Gods ogen alles zagen bleef het gissen. Had Hij wel ogen? Als je alles ziet schieten ogen vermoedelijk tekort.” En hoe zal hij de Waarheid verkondigen. “Wat verwachten de mensen van mij? Wat wil ik van die mensen? Wat verwacht ik van God? Wat wil ik van het leven? Wat heb ik te bieden?” Vragen die in het boek een zeker antwoord krijgen, door de aandachtige lezer op te merken.
Mythologisering van een leven
Het is een handig format, een toegepaste opzet voor een fantast als deze Freek. Gedachten die op zijn gegaan in de nevel van het verleden, kunnen naar believen met eigen mijmeringen worden ingevuld. De leemtes in het verhaal worden aldus fantastisch opgevuld. De gedachten van de schrijver worden de overpeinzingen van zijn hoofdpersoon. Hij legt het hem in de mond. Want wie zal de waarheid achterhalen. Wie zal weten wat echt is en wat niet. Welke de gedachten van de vader zijn of dat het de filosofie is van de zoon. Maar wat geeft het. Want het gen van de verbeelding ging natuurlijk over van vader op zoon. Wat de zoon denkt zou heel goed uit de gedachten van de vader kunnen zijn gekomen. De non-fictie wordt ingevuld met fictie. De werkelijkheid met fantasie. Want wie denkt dat Columbus Amerika ontdekt heeft? “Amerika hoefde niet ontdekt te worden. Het lag er allang en had ook al een naam.” Dat is dan de mijmering van de aardrijkskundeleraar. Zo draaien de herinneringen om elkaar in kruissteek zodat er uiteindelijk een lappendeken ontstaat, een souvenir van waarheid en fantasie. Van zus was het en zo had het gebeurd kunnen zijn. De mythologisering van een leven.

Ook kan ik als lezend schrijver meegaan in de gedachten, want “wanneer worden letters woorden? Wanneer woorden zinnen? Hoe ontstaat uit een paar zinnen een verhaal? Wat geeft het een betekenis waardoor het verteld blijft worden? Na hoeveel keer vertellen wordt een betekenis de moraal?” Mijmeringen die ik één-op-één kan overnemen, kan nazeggen. Dus naast dat het een geanimeerde vertelling is, legt het ook vingers op wonden bij wijze van spreken. Vooral de religieus onderlegde mens wordt er in aangesproken. Al de anderen krijgen een goede inkijk in het leven met de Bijbel in de hand. Freek blijkt evenzeer de predikant die zijn vader was. Het zit in het DNA.
Diepen dalen en pure wanhoop
Het is geen luchtig boek, hoewel het ook niet zwaar op de hand is. Freek gaat niet vluchtig over de zaak heen, hij beschrijft het avontuur van zijn vader niet met een korrel zout. Wel is zijn schrijftrant kruidig en beschrijvend. Het zal zo een script zijn voor een dramatische film. Het is niet enkel zijn geschiedenis, maar veel meer het verhaal voordat Freek als Freetje (Frederik Jan Georg) in 1944 het levenslicht ziet. De roeping van grootvader, het dilemma van vader om wel of geen dominee te worden. Het wordt allemaal diepzinnig en gedetailleerd uit de doeken gedaan en voor het voetlicht gebracht. Als het ware zit ik op de voorste rij en kan zomaar mikpunt worden van schrijvers’ zelfspot. Diepe dalen en pure wanhoop treffen het gezin, naast hoge toppen en vrolijke momenten. “Hem overkwam het diepste verdriet dat een man kan treffen, machteloos toezien dat de vrouw die hij liefheeft haar pas gebaarde kinderen verliest.”

De geschiedenis herhaalt zich, keer op keer. Het klinkt door in “Kom verder!”, het eerste deel van het kwartet memoires van Freek de Jonge. Een verteller pur sang. Een memoralist van het zuiverste water. Een moralist? Dat maakt de lezer uit. Een geschiedschrijver die niet enkel afgaat op zijn eigen herinneringen en die van zijn naasten, maar zeker ook de literatuur die de teruggehaalde tijd beschrijft openslaat en nagaat. Zijn vingers glijden langs de woorden en zetten zinnen vast in zijn hoofd, om er dit verhaal van te maken. Op zijn website zijn deze bronnen aangegeven. Op die freekdejonge.nl staan meerdere wetenswaardigheden die het boek tot standaardwerk maken. Op de site leest hij zijn boek zelf voor. De woorden klinken niet als holle vaten, want Freek weet en beseft waar hij het over heeft. “Kom verder!” eindigt dan in de liedtekst van het emotionele ‘de stem van vader’. Een lied, psalm welhaast – voor de koorleider, waarin hij zijn vader bezingt als dat jongetje op zondagmiddag die verliefd is op de stem van vader. “Kom verder!” is ook een boek om verliefd op te worden. In de ban van de ernstige en vrolijke toon. De verhalen stemmen tot nadenken, maar lezen als een avonturenroman.
Kom verder! Memoires 1. Freek de Jonge. De Roje Hel bv. / Atlas Contact, 2021.

Leave a Reply