De kunst van Bram Bogart ademen

Hij is bezeten van verf. De catalogus bij de tentoonstelling in Museum Prinsenhof Delft doorbladerend zie ik alleen maar verf. Bram Bogart is verf. Op de omslag staat een jonge Bram die opgaat in zijn werk, leunend tegen een ruw gepleisterde muur. Hij is die muur, hij is zijn werk. “Schilderen is voor mij hetzelfde als ademen.” De verf stroomt hem door de aderen, het zit in zijn hoofd. Hij is de verf. En daardoor komt die pure verf als materiaal op zijn zelf geprepareerde dragers terug. Want de gedachte verf moet een uitweg hebben. Het moet beeld krijgen. Er moet geschapen, gecreëerd worden. Het is een geïnspireerde invulling van het leven.

Hij is geen schilder van de realiteit, van het stilleven of het landschap. De kunstenaar of zijn omgeving bepaald niet, maar het materiaal schrijft voor wat de abstracte figuratie zal zijn. De carrière van Bram Bogart begint wel met bloemen, blauwe luchten, een molen en het zelfportret. Maar dat is om het doek te verkennen, de verf te leren kennen. Dan al wel is in de toets de latere kracht van de penseelstreken, de kwastvoering te zien. Dan al gaat hij de verf op een onorthodoxe manier te lijf. De vlakken en kleuren samen hebben dan eerst nog een uitstraling als beelden ze de werkelijkheid uit. Later ontdekt Bogart de kracht van de materie als op zichzelf staande uitdrukking.

Bram Bogart

Complexe dynamiek

Op weg naar zijn uiteindelijke vorm spatelt hij de verf in gemengde techniek als stuukt de man een wand. Zo staat hij op dat omslag van die catalogus “Schilder van formaat”. Als stukadoor met koffiepauze, in rust kijkt hij de wereld in, kijkt hij mij aan. Zelfbewust, de waarde van zijn eigen kunnen inziend. Zo is hij ook in de rest van de uitgave geportretteerd. Via beeld en door middel van tekst. “Er mag een bom naast me ontploffen, dan werk ik nog door…” Want er moet gewerkt doen, iedere geringe afleiding of overmatige storing is ongewenst. Waar anderen in de smeltkroes Parijs het uitgaansleven opzoeken werkt hij door, en niet alleen omdat hem de middelen ontbreken een pintje te vatten.

Hij is een schilder van formaat. Figuurlijk gesproken, maar zeker ook letterlijk. In machtige bewegingen wordt de materie op grote dragers gekalkt, waarbij de magie in kleurgebruik en de behandeling van de verf zit. Het werk komt letterlijk op je toe in een verticale dimensie. Door de verf in dikke klodders en zware vegen op te brengen ontstaat een reliëf. Uiteindelijk komt er rust in de complexe dynamiek. De verf wordt in grote plakkaten en met dikke klonters  opgebracht, als gespoten uit een spuitzak. In de natte brei strijkt Bogart wel met een spatel vlakken uit. Het worden composities die zich maar nauwelijks laten temmen en daadkrachtig over de rand reiken. Het heeft geen beeld, maar toch vindt de blik houvast. In de abstracte vormgeving zoekt het oog een realistische figuratie.

Bram Bogart, Museum Prinsenhof

Eigenzinnige composities

Een werkstuk kan niet niks voorstellen, Bogart vult er een naam in en hangt er een titel aan. Zo zodat mijn gedachte aansluiting zoekt, een verband vindt met de werkelijkheid. Zo werkt dat toch. In alles om je heen speur je naar herkenning, een overeenkomst met dingen die je eerder zag. Het lijkt ergens op, het doet aan iets denken. De gedachte uitschakelen en onbevooroordeeld – objectief en onbevangen – kijken naar niets wat iets is lijkt een onmogelijke opgave. Bij het werk van Bram Bogart is dat minder moeilijk dan dat het lijkt. Ik kan als vanzelf wegglijden in die spontane rust van kleur en verf. Mijn ogen kunnen zich laven aan alleen maar kijken, niets anders dan dat. Kijken en niet hoeven weten. De titel geeft een ingang, maar kan ook het ongekunstelde genieten in de weg staan.

Met de tentoonstelling “Schilder van formaat” is Bram Bogart terug op honk. Geboren in 1921 als Abraham van den Boogaart te Delft weet hij al op jonge leeftijd schilder te worden en te zijn. Onder de artiestennaam Bram Bogart zwerft hij door de wereld en de kunst. Hij zoekt vooral grote historische gebouwen met veel en grote kamers, zodat hij de ruimte heeft om zijn imposante werken te maken en uit te zetten. Start hij eerst nog met huiskamerformaat schilderijen, hij finisht met museale afmetingen. Zijn pasteuze,  kleurrijke, krachtige, zeer expressief en eigenzinnige composities dijen gaandeweg uit. Worden in gewicht steeds zwaarder, omdat de huid in de specie-achtige verfsamenstelling almaar dikker wordt. 

Bram Bogart, Museum Prinsenhof

Alles of niets

Dit kan geen linnen doek verdragen, dus gaat Bogart zelf stevige dragers maken van houten panelen, diverse lagen jute met een sterk zuigende werking en daarop een eigen verfspecie waarin hij handmatig een structuur knijpt zodat de toplaag in verf daarop beter zal hechten. Door het gewicht worden deze dragers horizontaal en steunend op de vloer beschilderd in een sculpturale beweging. De schilder wordt als het ware beeldhouwer. Het monumentale karakter nodigt uit in het werk te duiken en je als het ware onder te dompelen in het reliëf. Dat is wat deze kunst met je doet. De eenvoud is bovenmatig, daarin heeft het meervoud aan ruimtelijke lijnen en vlakken een magnetische aantrekkingskracht. Staan de polen goed dan vreet het werk je op. Stoten de polen elkaar af dan loop je er aan voorbij. Het is alles of het is niets. In het niets is het alles. 

Terug op honk, want Delft liet Bogart zijn leven lang – hij stierf in 2012 – niet ongemoeid. Zijn geboortestad komt in kleurgebruik, titel, materiaal als in voorstelling terug in zijn werk. Het Delfts blauw gebruikt hij meermalen als karaktervolle kleur voor de plek waar het allemaal voor hem is begonnen. Het Museum Prinsenhof, plaats van handeling voor een Bogart tentoonstelling op dit moment, is een beladen historische plek. Want immers is Prins Willem van Oranje er vermoord!? Het kogelgat zit nog in de muur. Op nog geen halve kilometer afstand staat Bram’s geboortehuis. De Prinsenhof kan zijn kunst omarmen, want de grote ruimtes met de zware balken komen overeen met de ateliers waarin het werk is ontstaan. Bogart heeft een voorliefde voor dergelijke plekken om te werken en heeft het grootste deel van zijn oeuvre laten ontstaan in kastelen. 

Bram Bogart, Museum Prinsenhof

Informele kunst

In de catalogus gaat conservator Anita Jansen breedvoerig in op leven en werken van de kunstenaar. Ze beschrijft de ontwikkeling van zijn schilderkunst, die eigenzinnig is en waarvan niet hijzelf maar het materiaal de vorm bepaald. Bram Bogart is grondlegger van de Nederlandse informele kunst. Maar hij zocht eerst een weg in de kunst die werd geïnspireerd door de durf en het experimentele karakter van vooral de landschappen die hij ziet bij Vincent van Gogh en Constant Permeke. Jansen merkt op dat hoewel in die tijd zijn werk nog figuratief is “ook in deze vroege werken al het later zo kenmerkende handschrift met de prominente pasteuse, in dikke lagen opgebrachte verf en het intense kleurgebruik van Bogart te herkennen is”. Hij zoekt naar het meest geschikte mengsel van materialen en voelt zich aangetrokken door het abstract expressionisme, de stijl die een uiting is van het verlangen naar vrijheid.

Zijn werken worden gaandeweg abstracter en langzamerhand verdwijnt elke verwijzing naar de werkelijkheid. “Zijn gebaren worden groter, de verfstreken wilder en de materie alsmaar dikker. De toetsen druipen langs de steeds groter wordende doeken.” Hij wordt de eerste Nederlandse materieschilder. De verf is materie, gemengd met allerlei materialen zoals zand, gips, glas of textiel. Wordt de dikke massa op een drager aangebracht ontstaat een reliëfachtig oppervlak. Het schilderij wordt driedimensionaal, ruimtelijk als een beeldhouwwerk. In deze stroming echter is Bogart een buitenbeentje, zoals hij eigenlijk in de hele beeldende kunst als richting dat is. Al was hij materieschilder hij is trouw gebleven aan het gebruik van de pure verf; “hij wilde de onschuld, de spontaniteit en het snelle karakter van de verf niet verliezen”. 

Bram Bogart, Museum Prinsenhof

Echt een schilder wil hij zijn, maar zoekt wel de grenzen van het klassieke doek op de ezel. Het formaat groeit, het verfmengsel van eigen receptuur wordt zwaarder en dikker. Het werken wordt als inspanning fysiek steeds minder gemakkelijk, maar tot op hoge leeftijd blijft hij met onverminderde toewijding en passie deze schilderijen maken. De afzonderlijke werken wegen soms wel honderden kilo’s. De dikke verf, dat eenzelfde aard heeft als de specie van de gemiddelde stucadoor, bewerkt hij met troffels en grote messen – trekt er banen in en druppelt klodders. Telkens pure kleuren, ongemengd. De lichtval, de ieder uur van de dag veranderende aanschijning van het licht trekt schaduwen en wijzigt vorm en aanblik. De structuur is voortdurend in beweging. Het schilderij leeft.

In “de nalatenschap” is journalist en schrijver Sander Donkers in gesprek met Bram jr. De zoon heeft er zijn levenstaak van gemaakt het oeuvre van zijn vader op een juiste manier te archiveren, rubriceren en aan de man te brengen. Dat wil zeggen dat hij de collectie beheert en de aandacht erop wil vestigen. Junior weet uiteraard veel te vertellen over leven en werken van senior. Het geeft samen met de biografische gegevens een welhaast compleet beeld van deze bijzondere kunstenaar. Een beeldend schilder. Grondlegger van de informele schilderkunst in Nederland. Een compositie ontbreekt in de informele kunst en bij de uitvoering wordt meestal een beperkt kleurenpalet gebruikt. Het is onbezorgd kijken en genieten, want je hoeft niets te zien en er dus ook niets van te vinden. Het is een ontspannen opnemen van kleur en vorm. Door het te beschouwen adem ik de kunst van de maker.

Uitgave bij tentoonstelling “Bram Bogart, Schilder van formaat”. Museum Prinsenhof Delft, Waanders Uitgevers Zwolle, 2022.

Bram Bogart, Waanders Uitgevers

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *