Van de Aengwirderweg de polder in. Komend vanaf Heerenveen door Gersloot linksaf de Tijnjeweg op, over de Deelenweg. Vanaf de bebouwde kom de vrije natuur in. Op naar de rietlanden en de petgaten, het struweel en het grasland. Het landschap opent zich voor me in een weidse blik. Als vanzelf word ik daarvan lyrisch. Bedenk ik me poëtische volzinnen. Zie ik de rietkragen van Sjoerd, de palingkunst van Evert en de sloten van Jelle langs komen. Zie ik de mannen struinen door de velden, liggen in het riet. Het water klotst, de modder zuigt.
Deze omgeving maant tot creatieve gedachten. Het inspireert het gevoel te vereeuwigen. Als kunstenaar moet je daar iets mee, kun je dit niet onbeleefd laten liggen. De indruk moet een afdruk hebben op papier, op doek, gekerfd in karton of gesneden uit turf. Ik wil daar zijn dan, langs de Hooivaart, tussen de legakkers en op de dijkjes. De Deelen trekt. Het natuurgebied grijpt me vast. Bij mijn bezoek aan het Tripgemaal stap ik een moment door de geopende achterdeur en kijk uit over het afwaterende Stroomkanaal. Mijn zicht raakt de randen in het gedroomde beeld van Willem en denk ik de Wâlden van Tjibbe in de verte.
Opgravingen
Waar onze voorouders het gebied vanaf de middeleeuwen flink op de schop hebben genomen om turf te winnen en landbouwgrond te maken. Het afgegraven veengebied van De Deelen is nu een mozaïek van water, riet, moerasbosjes en kleine, smalle graslanden. Staatsbosbeheer is lovend over dit typische veengebied. Die sporen van de eerste menselijke bewoning zijn daar overigens nog steeds te vinden. Opgravingen laten zien dat het in de vroege middeleeuwen een drukte van belang was in De Deelen. Het is onderdeel van het verhaal van Friesland. Een terrein van grote schoonheid, het verdient een plek op de lijst van Werelderfgoed.
De historie van die plek is vruchtbare grond voor de sociaal-anarchist en politicus Domela Nieuwenhuis. Hier vindt hij aandachtig gehoor bij de arbeiders. Zij zien hem als hun Messias, “us Ferlosser”. Want bloed, zweet en tranen offerden veenwerkers een eeuw geleden om turf bovengronds te krijgen. Deze noeste arbeid leverde niet alleen wagonladingen turf voor in de kachel, maar leidde dus ook tot rijke natuur.
Het Tripgemaal, een gerestaureerd voormalig bedrijfsgebouw om water uit de polder te pompen, heeft zich opgeworpen om met Museum Heerenveen de erfenis van deze Domela te waarborgen. Het gemaal midden in het werkgebied van de socialist heeft een gestileerd portret van hem op de gevel, een product van zijn zoon César. Het interieur van het gebouw ademt nog de sfeer van vervening en visserij. Daar tussendoor meandert kunst langs de wanden. Toegepaste kunst als de verzameling lokeenden en gebruiksmateriaal voor onder meer de veenderij. En beeldende kunst die een relatie heeft met dit gebied. Aansluitend aan het thema ‘stroomopwaarts’, een reflectie op de cultuurgeschiedenis van Zuidoost-Friesland door vijf samenwerkende musea en Tresoar in het kader van de erfenis van culturele hoofdstad Arcadia, presenteert het Tripgemaal werk van een drietal kunstenaars in de tentoonstelling “Kunst voor allen!”.

Geridderd werk
Hein van Delft doet van deze drie daadwerkelijk en tastbaar iets met de geschiedenis van het veengebied voor wat betreft de afgravingen. Hij past de turf letterlijk toe in zijn kunst. Hangt het als object aan de wand en plaatst de turven met een lintje erom in bakken. Geridderd werk. Het is de laatst gewonnen turf in dit gebied met daarin teer en stukken werkkleding verwerkt. Die oude kleding van de veenarbeider zie ik terug in composities waarin broek en overall is geplooid als de voren in een omgeploegd land. Dat land, de aarde gebrokkeld in turfstrooisel, is op de helft toegevoegd. De voren gedragen zich als golven, het water van het petgat dat de oever afkalft. Diagonaal loopt de grens tussen mens en natuur. Van het bruine goud dat in goede dagen hier is gewonnen snijdt de kunstenaar plakken en lijmt deze op een paneel. Zo zodat het lijkt of er een stukje muur aan de muur hangt. De turven gedragen zich als bakstenen, de geroeste grond ertussen als metselvoegen. Van Delft steekt dan als het ware een spade in de grond en legt aardlagen bloot, zo lijkt het. Aardlagen die zijn samengesteld uit repen uitgeplozen textiel. Het is de neerslag van hoogveenturf, schapenwol en werkkleding. De draden die achterblijven in het prikkeldraad en dansen op de wind.

Tulpvorm
Tjibbe Hooghiemstra richt zich eveneens op de historie van het gebied, maar dan in het bijzonder die van de socialistische mens Domela. Hij maakte een drietal collages met alle dezelfde titel: donderdag 1 mei 1890. Deze datum markeert de eerste officiële Dag van de Arbeid. Tijdens 1 mei vieringen werd met rode vlaggen gezwaaid waarop tulpen staan afgebeeld, symbool voor een nieuwe toekomst. Deze tulpvorm komt terug in het werk van Hooghiemstra. De bloem staat centraal tussen pagina’s getrokken uit een pamflet. De tulp is gehavend, het werk besmeurd. De strijd is nog lang niet gestreden. Het zal tot 1919 duren voor de achturige werkdag wordt ingevoerd. Jarenlang is de leus ‘8 uur werk, 8 uur rust en 8 uur vrij voor ontspanning en ontwikkeling’ door de socialisten de politiek in geschreeuwd. Na bijna 30 jaar heeft men er eindelijk naar geluisterd. De aanhouder wint. De kunstenaar heeft deze strijd gemonumentaliseerd.

Conté potloodlijnen
Annemieke Harkema kreeg in het Tripgemaal een eigen zaaltje, waar haar werk op witte wanden schoon uitkomt. De doorgang van gemaal naar woonhuis is in vergelijking met het oude pand een steriele ruimte. Het stille wit werkt echter contemplatief met de abstract realistische tekeningen en waterverven. Harkema liet zich leiden door en inleven op de omgeving, De Deelen. In haar karakteristieke manier van werken, gevoelig maar trefzeker, heeft zij een eigen idee bij het landschap verbeeld. De emotie van verleden en heden. Gister en vandaag komen samen in het morgen van dit gebied. Harkema weet die dynamiek te vangen. Grote tekeningen waar de wind door het beeld scheert, het water kibbelt en het riet fluistert. Hoge lucht en lage horizon in kleurpotlood. Kleine waterverven zijn daarnaast als schetsen, een snelle indruk van de omgeving. Op kaartformaat in enkele conté potloodlijnen een korte gedachte, achter de oogleden gevormd en meerdere bij elkaar van eenzelfde aanzicht. De serie “veengebied” is een variatie op het thema. Collagewerk: speelse lijnen worden overplakt met vlakken transparant gekleurd papier. Voor de uitbeelding is er een moment meer aandacht dan de korte spontane blik.
Zo heeft elke kunstenaar een eigen ding gedaan met stemming en plek. De composities passen naadloos in de sfeer van de rommelig opgeruimde ruimte waar eens de gemalen tegen de betegelde wanden bulderden om het water naar elders te verplaatsen. Het is een museum op zich, een zoekplaat om veel te vinden. Een monument voor de turfwinning en de vogeljacht, het palingvissen en het handgevormde gebied. De mens heeft er huisgehouden, maar de natuur had daarop een krachtig antwoord. Zo zijn de mens en de natuur tot een gezamenlijke oplossing van dit project gekomen. Een resultaat zonder houdbaarheidsdatum.
“Kunst voor allen!”, groepstentoonstelling met werk van Hein van Delft, Tjibbe Hooghiemstra en Annemieke Harkema bij Het Tripgemaal, Hooivaartsweg 14 in Gersloot. Tot en met 5 juni 2022, iedere zondagmiddag en op afspraak.


Leave a Reply