Progressieve popmuziek door gepassioneerde liefhebbers besproken

Nog herinner ik mij de feestjes van vroeger. Middelbare school, examenfuiven, clubavonden. Er moest gedanst worden op stampende muziek, een eindje van elkaar met grootse en wilde gebaren. Door zwoele klanken raakten lijven wel samen in een liefdevolle greep. Maar ik was niet zo van dat dansen. Op studentikoze vieringen, waarvan we de reden vaak in het midden lieten – maar er was altijd wel een aanleiding, ging drank veelal samen met of maakte plaats voor andere geestverruimende middelen. Ook de muziek werd meer volwassen, vonden wij. We legden Pink Floyd en Yes op de draaitafel. Ik nam White Noise en Klaus Schulze mee. Lang uitgesponnen nummers waarop het dansen maar nauwelijks ging. Nog herinner ik mij dat ik me op de vloer bewoog als een zombie. Ik juist tot leven kwam op Echoes en de elpeeversie van Roundabout. Mijn lijf om de tijd kronkelde in Tubular Bells en Moonchild. Mijn gedachten beneveld door de prachtige hoezen van Roger Dean en Hypgnosis, of zal dat meer gekomen zijn door de nederwiet of de Libanese hasj.

‘Moeilijke’ muziek

In elk geval spreekt mij de muziekwetenschap van historicus en filosoof Siebe Thissen en schrijver Fred de Vries bijzonder aan. Zij verhalen in hun boek “Bombastisch, ondansbaar en weergaloos” over de progressieve popmuziek in de jaren 70 van de vorige eeuw. Een muziekstroming die mij het universum leerde begrijpen. Ik was niet zo van die korte hitnummers, maar had veel meer met lange deels geïmproviseerde muziekstukken. Thissen en De Vries hebben het daarover in hun boek, dat onlangs verscheen bij Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum. Het vergde een lange voorbereidingstijd, dat boek. Al in 2015 namen de schrijvers zich voor samen iets te publiceren over deze ‘moeilijke’ muziek, de prog-rock. Voor het Platenblad hadden ze al verschillende artikelen gemaakt, een selectie daarvan heeft in gewijzigde en aangepaste vorm een plaats gekregen in het boek. Aangevuld met meerdere korte verhalen over standaardalbums in dit genre uit die tijd.

Jethro Tull, Minstrel in the Gallery

Het “Bombastisch,…” is zeker geen opsomming van platen en muziekstukken die bij de schrijvers in de kast staan en hun voorkeur hebben. De 28 essays zijn dan wel opgehangen aan een specifiek album van een bepaalde groep, maar reiken veel verder dan dat. Het album wordt tot in detail besproken, ieder muziekstuk krijgt aandacht. Maar de hele muziekscene er omheen, de tijd waarin het zich afspeelt, het wereldtoneel op dat moment, wordt daarnaast besproken en tegen het licht gehouden. Zo is het boek niet alleen een inkijk voor en achter de schermen van de progressieve rock, maar tevens een uitgave die niet misstaat in de bibliotheek van de geschiedenis van de popmuziek in alle facetten.

Pink Floyd, Atom Heart Mother

Fred de Vries kan putten uit een groot arsenaal aan materiaal, hij bezit namelijk zo’n 5000 langspeelplaten en honderden singles, en heeft in Siebe Thissen een intense en obsessieve medestander in de muziek. Ieder neemt de eigen voorkeuren voor de hoofdstukken in het boek met zich en op zich. Zo is het een levendig geheel, dat voor iedere liefhebber en elke belangstellende een lust is om te lezen. Want je weet zoveel meer van deze muziek wanneer je het boek na de laatste bladzij dicht doet en welhaast bij wijze van spreken in één adem hebt uitgelezen. Want De Vries en Thissen schrijven meeslepend over hun beider passie. Zelfs de mij minder aansprekende groepsnamen en elpeetitels bevallen door de zijwegen die de schrijvers daarbij inslaan. Over de paden in Amerika, Engeland en Nederland, maar ook wegen in Frankrijk, Duitsland en Afrika. Want op diverse plekken op de wereld hebben muzikanten een verhaal te vertellen. Meestal alleen door geweven klanken en gesponnen ritmes, minder vaak in mysterieuze teksten en magisch gezang.

Roxy Music

In het boek gaat het niet alleen over de Nursery Cryme van Genesis en The Mountain Queen van Alquin of Future Days van Can en Joeboy in Rotterdam van Tuxedomoon. Parallel lopende muziekstromingen en soortgelijke muzikanten komen aan de orde. Het album is een kapstok waaraan een tijdgeest wordt opgehangen. De biografie van de groepen en artiesten worden doorlopen. Het hoe en waarom van hun muziek en het ontstaan van het album. De plek die het inneemt in de geschiedenis van de popmuziek. Zelfs is er nog, voor zover mogelijk, gesproken met artiesten of mensen die na aan de scene stonden. De schrijvers zijn diep in leven en werk van hun idolen gedoken. Grootheden die eigenlijk een plaats verdienden in de hitlijsten, maar vaak nooit op waarde zijn geschat. Omdat de muziek niet lekker in het gehoor lag, te lang en breedvoerig werd uitgesponnen, te moeilijk en te intellectueel werd bevonden. Een hit staat namelijk kort en krachtig, is een eendagsvlieg en vooral dansbaar.

Mike Oldfield, Tubular Bells

En dansbaar, dat waren en zijn die opgeblazen en pompeuze muziekstukken bij lange na niet. Toch wist ik als opzichtige artiest in de dop mij gekunsteld te bewegen op de uitgerafelde klanken. Een nummer kon wat mij betreft niet lang genoeg duren. Voor de vuist weg maakte ik een eigen choreografie die overigens kant noch wal raakte, maar meedeinde op de geluiden die uit de muziekboxen schalden. De omstanders zullen weleens al te vaak de wenkbrauwen hebben gefronst. Onovertroffen en subliem, buitengewoon en uniek, dat zijn omschrijvingen die passen als vlaggen die de lading dekken. Een formulering als dat het moeilijke muziek zou zijn is voor de massa gemeengoed, maar voor mij en met mij de schrijvers van het besproken boek is dat geenszins het geval.

Hatfield and the North, The Rotters Club

Ergens schrijft Fred de Vries dat muzieksmaak nu eenmaal een hoog autobiografisch gehalte heeft. “We koppelen liedjes aan herinneringen en stemmingen. Nostalgie spreekt een belangrijke rol.” Dat is waarheid, maar de halve waarheid voor mij bij het lezen van dit boek. De feestjes van vroeger kan ik me herinneren waarop de moeilijke muziek mij tot dansen bewoog. Wanneer ik dan de cd-versies van Atom Heart Mother of Minstrel in the Gallery in de speler steek en de eerste noten zich tonen, dan flitsen kort die beelden van toen door mijn gedachten maar luister ik vervolgens met respect naar de weergaloze muziek.

Bombastisch, ondansbaar en weergaloos – hoe progressieve popmuziek in de jaren zeventig alle conventies doorbrak (en ons het universum leerde begrijpen). Negenentwintig essays, met voorwoord en dankwoord, door Fred de Vries en Siebe Thissen. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 1e druk 2022. 

Progressieve popmuziek, Fred de Vries, Siebe Thissen

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *