De stad Leeuwarden heeft een bos. Heel origineel het Leeuwarder Bos geheten. Het is een stuk grond van redelijke afmeting om de natuur er de gang te kunnen laten gaan. Zo’n 140 hectare groot is het een perceel met bomen en struiken, paden en lanen, waar de diversiteit in insecten en planten vanaf spat. Niet voor de toevallige passant die wat rust zoekt in bijvoorbeeld de middagpauze, tussen het werk door. Of op zondag met de kinderen wat leven en rumoer brengt waardoor de natuur er enigszins uit balans raakt. Zij lopen aan de verscheidenheid voorbij, kijken door het bospad en over de woudplas. Merken niet het rood corset van de houtlangpootmug en de feeërieke schoonheid van de groene rietcicade op. Zien niet het wiskundig mirakel van het kale speldenkussen waaruit zojuist de paardenbloemzaadjes zijn gevlogen, horen niet het enthousiaste wenken van de grote wolfspin: ‘joehoe! joehoe!’. Ze zijn daar voor de weidse blik en weten niets van larven en rupsen, poppen en imago’s. Ze maken zich wel druk over de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw. Deze moeten met huid en haar, wortel en tak worden uitgeroeid. Onkruid!
Zeldzame soorten
Het Leeuwarder Bos is een jong bos. In 1990 ongeveer aangeplant en klein begonnen met wat sprietige boompjes in een weiland. Maar nu na 30 jaar is het een heus bos met volwassen natuurwaarden. De groene long van Leeuwarden bij wijze van spreken. Een groene oase voor de stadsmens om op adem te komen. Het is een bos in ontwikkeling. Het Natuur Museum Fryslân volgt de vorming van leven aldaar en inventariseert van wat er aan vogels, zoogdieren, insecten en waterdieren leeft in die welhaast anderhalve vierkante kilometer. Er zijn al meer dan 2600 soorten planten, dieren en paddenstoelen vastgesteld in dat Leeuwarder Bos. Zeldzame soorten zijn er aangetroffen. Het bewijst maar eens te meer dat de mens kan sturen, maar dat de natuur bepaald welke kant het op gaat.

Kunstenaar Anne van Dalen woont niet ver van dit kunstmatige bos, op nog geen 500 meter van waar de natuur groeit, broeit en bloeit. Een jaar geleden, in maart 2021, besloot ze dit gebied tot project te maken met een onderzoekende benadering. Uit nieuwsgierigheid is ze op pad gegaan zonder te weten wat de uitkomst van het handelen zou zijn. Want wat zocht ze dan? Niets eigenlijk, maar ze kwam van alles tegen. Ze gaf zichzelf een jaar de tijd om door de bosschage te struinen, het bos te bestuderen en alles wat zij van belang dacht vast te leggen in woord en beeld. Nu is dat jaar verstreken en heeft ze veel materiaal verzameld. Dat wat ze in het bos heeft ontdekt, hoe ze het bos ervaart en beleefde vond neerslag en vindt beeld in een gestaag groeiende serie werken. Onder meer experimentele linosnedes, driekleuren litho’s en houtdrukken. Daar zal binnenkort een expositie van worden gevormd bij Kunstruimte H47 in Leeuwarden. Maar eerst, als introductie tot het project, heeft Anne van Dalen een serie van 12 boekjes gemaakt met daarin foto’s en deels verzonnen teksten. “In het Leeuwarder Bos” beschrijft de vier seizoenen, voor elk jaargetijde drie boekjes. Ze laat zien wat haar opviel en geeft daar op een vrolijk humoristische toon commentaar bij. Zo is het natuurlijk jaar door Voorjaar, Zomer, Najaar en Winter nauwgezet te volgen.

Het terrein waarin ze doolt vergelijk ik losjes met het bos Oranjewoud, waar vandaan ik hemelsbreed nog geen 1000 meter woon. In omvang ruim twee keer zo groot, dat wel, en al in de 17e eeuw ontstaan doordat mensenhanden van het ruige ’t Wold een buitenplaats voor de Oranjes maakten. In barokstijl werden er lange lanen, singels en tuinen aangelegd zodat voorname figuren er aangenaam konden verpozen. Nog altijd valt dit ontwerp terug te vinden in de diverse percelen bos die worden doorkruist met verharde autoloze wegen. De geschiedenis van honderden jaren zal daar een uitgebreide natuurlijke diversiteit in de hand hebben gewerkt. Regelmatig ga ik er wandelen, meestal met de hond. Maar ik tref niet dat aan wat Anne van Dalen in het Leeuwarder Bos vindt. Dit ligt niet aan dat bos bij Heerenveen, dat ligt aan mij. Waar Anne op de knieën gaat voor een vlekje op een blad, zie ik alleen omgevallen bomen en blad in de knop. Na het lezen en bekijken van haar boekjes, ik kreeg Voorjaar en Zomer, zal ik voortaan wat beter mijn ogen gebruiken bij het bezoeken van het bos.

De kunstenaar leert in haar zelf geïnitieerde project gaandeweg het bos en haar bewoners kennen. En met de boekjes maakt ze mij deelgenoot van die kennis. Zelden neemt ze een landschap als geheel op de korrel. Ik vind maar enkele van die platen afgedrukt en dan voornamelijk in het eerste boekje van de reeks, waarin ik het Leeuwarder Bos als geheel leer kennen en in de ban raak van het korstmosdraakje. Meer echter gaat het Van Dalen om een blik op macro niveau, het detail uit het grote schilderij dat Leeuwarder Bos heet. En dan komt ze tot wonderlijke persoonlijke ontdekkingen. In het voorjaar natuurlijk wanneer de natuur ontwaakt uit een soortement van winterslaap. De hormonen opspringen en de voortplanting een zaak van levensbelang is: first thing in the morning. Anne van Dalen treft dan ook verliefde stelletjes aan, die verder gaan dan een handkus en een kneepje in het bil.

De kunstenaar ontdekt veel soorten insecten waarvan ze het bestaan niet wist. Ze zitten met plezier op tak of hangen aan grasspriet voor haar lens model. Zo opent zich voor mij ook een onbekende wereld. Want in dat bos huizen verschillende soorten insecten, van klein tot groot, met soms illustere en lyrische namen. Het menierood zuringspitsmuisje is geen knaagdier maar telg van de familie der snuitkevers en neef van de groene struiksnuitkever. Het leven hangt er aan een zijden draad, terwijl de rups zich verpopt in een cocon tot meidoornstippelmot. De streepdijblindwants, het schaakbordlieveheersbeestje, de zwarte langsprietslakvlieg, de naaldreuzenboktor, indrukwekkende roepnamen waarvan de Latijnse titels nog een graad meer imponerend zijn.
In het Leeuwarder Bos
Het eerste boekje in de serie gaat vooral over het product waar het bos vooral goed in is: hout. “In het Leeuwarder bos valt het leven soms rauw op je dak, een buizerd kukelt dood van zijn tak.” En de resten van die buizerd worden in een volgend boekje door de oranje geschouderde stinkzwamaaskevers opgeruimd. Zo zetten verhalen zich door over de serie, want ieder nakomend boekje is een voortzetting van de vorige uitgave. Het is een doorlopend vervolgverhaal, zo zoals de ontwikkelingsgang in de natuur van eenzelfde aard is.

Anne van Dalen rolt van de ene verbazing in de andere, daar in het Leeuwarder Bos, er schuilt verwondering in elke struik waardoor haar hart regelmatig een sprongetje maakt. Ieder bijschrift bij elke foto begint met de woorden “In het Leeuwarder bos” en geeft het project met dit beginrijm een poëtische verwerking. En van zo’n aard zijn de opmerkingen ook. Met een dosis humor is de biologische kennis doorsponnen. Want ze heeft haar bibliotheek op het gebied van de natuurwetenschap nauwkeurig doorgenomen om de eigenschappen van de besproken planten en dieren cq insecten te duiden. Zo leer ik beter kijken, omdat Anne van Dalen voor mij de veelzijdigheid van de natuur in al haar facetten heeft gezien. Maar voor haar blijven er ook vraagtekens, zoals wie de grapjas is die knopen in het riet legt. Maar de meeste zaken zijn klaar en helder.
“In het Leeuwarder bos staat, nogal verscholen, dit takkenbankje. Het gewicht van een winterkoninkje is genoeg om het te doen omvallen. Als zitmeubel is het nutteloos. Toch heeft het iets. Denk het bankje weg en wat overblijft is een niet noemenswaardig plukje bos. Plaats het bankje terug en zennnnnn…. als bij toverslag is daar ‘uitnodiging tot contemplatie’.” Ik bedoel maar…
Serie “In het Leeuwarder Bos”, voorjaar en zomer. Fotografie en teksten Anne van Dalen. Uitgave in eigen beheer, 2022.


Leave a Reply