Tja, ik had het kunnen weten. Ik ben gewaarschuwd. De auteur heeft mij zijn nieuwe bundel gestuurd met de aankondiging van het onheil voorin, als gesigneerde opdracht: “met veel verdwaalplezier daarbij”. En inderdaad, ik was het spoor snel bijster. Maar in paniek raakte ik geenszins toen de weg kwijt was geraakt. Het is een genot niet meteen de betekenis te weten en de bedoeling te kennen van de woorden die ik lees. Een diepere grond te vinden, een dubbele bodem, een gelaagde compositie. Want er steekt meer achter de door Adriaan Krabbendam in zijn “Eurynome spreekt” gerangschikte woorden dan op het eerste gezicht en zelfs na tweede lezing gedacht, van kaft tot kaft.
Het is een bundel poëzie om bij je te dragen en tijdens een verloren ogenblik of een onbewaakt moment in te zien, te lezen en te begrijpen. Het zijn geen gedichten voor een enkele dag, bestrijken meerdere momenten dan een korte aandacht. Een bundel om te bezitten, bij me te houden. De woorden te koesteren om deze in te laten dalen. Te laten landen in de geest. Het is een zinrijk dwaalspoor. In betekenis met meerdere dimensies. Maar voortdurend met een plezierige ondertoon, een plaisanterie, schertsende spot op het leven.
Leidraad
Een boekje om in de binnenzak te dragen, bij wijze van spreken. Op je hart te drukken wanneer het leven ondraaglijk wordt. Met de scherpzinnige geestigheid waarmee Krabbendam zijn blik verwoordt breekt al snel een zon door donkere wolken. Wil ik eens verdwalen wanneer de dag te helder lijkt, dan pak ik de bundel erbij en onderhoud het als een dagboek. Niet om mijn eigen ervaring op schrift te stellen, maar om des dichters beleving te doorgronden. Een moment ergens anders zijn dan dat je op dat ogenblik bent. Even zwerven in het zijn door te gaan in wat was. Het werkt verkwikkend. Krabbendam is mijn leidraad om met andere ogen in mijn wezen te kijken.

De bundel is een dierbaar schrift geworden, een soort van bijbel om het leven niet al te serieus te nemen. Maar van de andere kant ook wel weer de ernst van de zaken in te zien. Daarvoor haalt Krabbendam denkers aan die voor hem al diep hebben nagedacht. Hun hersenspinsels hebben ontragt en daardoor met wijze quotes uit het web tevoorschijn zijn gekomen. Daar heeft de dichter iets aan en hij citeert deze uitspraken met passie terwijl ik zijn poëtische woorden, geïnspireerd op de regels ooit gelezen, kan gebruiken zoals hierboven omschreven.
Hetzelfde hout
Sommige van die aanhalingen geven voor mij herkenning, andere neem ik op als onbekende waarheden. De wereld bekeken zoals ik de aarde nooit dacht te zien. De regel van Roger Waters neurie ik zo mee, het album Ummagumma van Pink Floyd heb ik lang gekoesterd als zijnde het beste wat de underground band van toen in mijn beleving heeft gemaakt. Wij zijn uit hetzelfde hout gesneden, van eender jaar van ontstaan. Adriaan en ik. Misschien dat daarom zijn woorden mij raken, omdat de golflengte van het leven schijnbaar dezelfde is.

Krabbendam leidt mij in zijn gedichten stappen terug naar en door de klassieke oudheid. De titel van de bundel zegt dat al. De waternimf Eurynome vertelt over haar plek in de Griekse mythologie als dochter van Oceanis en Tethys. De vrouw van Ophion. Zij voedde de Gratiën op. Maar zij kan even goed één van die andere vrouwelijke gedaantes zijn. Dochter van koning Nisus van Megara of de moeder van Leucothoe of de vrouw van Lycurgus van Arcadië, dan wel één van de bedienden van Odysseus’ vrouw Penelope. Het is net als in de wereldreligies dat het geval is, een hoger goed met meerdere aliassen: God aka Allah met de bijnaam Shiva. Voor mensen een universele waarheid, voor anderen een fabelleer. Ik leer mijn plek in de bundel kennen.
Dansend over de zetspiegel
In zijn zinnen komen de woorden voor mij tot leven. Ik krijg het beschreven moment voor ogen. Eerst in schemer, maar later helder. “de zon staat weifelend / over een verre berg gebogen” Beeldend poëtische beschrijvingen, lyrische taal. “je schouderbladen spiegelen je borsten” Hoe aanschouwelijk wil ik het als beschouwer hebben. In diverse poëziestijlen bouwt Krabbendam zijn gedichten op. Van schijnbaar klassiek tot voluit experimenteel. Maar telkens gaan de woorden, die uitdrukkingen suggereren, dansend over de zetspiegel. Eerst zijn het biografische teksten die het drukken halen, maar onderweg door de bundel – op pad om mij uiteindelijk op de grasgrond van Vincent van Gogh neer te vleien (want een viertal kunstwerken illustreren de tekst), steekt de mythologie de kop op en laat Eurynome van zich horen.

Zij, Eurynome, is de spreekbuis van Krabbendams’ gedachten. Zij verwoordt wat hij denkt. In eigen zinnen bekijkt de dichter de wereld, het leven. Al krachtig genoeg, maar met de nimf op zijn schouder wordt het van alle tijden, elke plaats, door de eeuwen. Niet alle letters die woorden vormen – hoe is het mogelijk dat maar 26 karakters zoveel (w)aarden kunnen maken – niet alle vormen beelden letterlijk een onderwerp. De dichter strooit met synoniemen, wat de, in dit geval zijn, taal levendig en spraakmakend maakt. Ik zou willen citeren de woorden die hij aaneen heeft geregen. Want het moet gelezen, dat spreekt. Verzen dartelen over de pagina’s, maar woorden ordenen zich ook in een lange ononderbroken reeks tot een soort van bezwerende toverspreuk. De wisseling van stijlfiguren, enjambement, liedopbouw, rijmafbraak en dichtindeling geven de Krabbendam-poëzie een frisse persoonlijke uitstraling.

Het “Vraaggesprek met de zanger” is dan een vreemde eend in de bijt, een verhaal in interviewstijl, een schets voor een cabaretduo met scherts. Zo zal ook “Rond het nachtelijk ven” zomaar een filmscene kunnen zijn. Een opzet waarin Eurynome in dialoog is met collega-godinnen. Het maakt de bundel speels en amusant. Proza speelt boompje verwisselen met de poëzie. De dichter is tikker en wint altijd. Ondertussen slaat Krabbendam zijn dagboek open om de tijd te doden. In zijn boek van de dag omschrijft hij herinneringen en de toekomst ineen. “Alles wat ik ken en vergeten ben is om me heen. (…) Ik ben vergeten dat ik vergeten ben…”
Deze surrealistisch gedichte gedachten staan boven de werkelijkheid, in vogelvlucht beschrijven zij suggestief de realiteit. De verbeeldingskracht is losgemaakt van het verstand en de logica. Mijn onderbewustzijn maakt daarmee van de illusie een waarheid. Een wezen dat tussen de regels door gelezen kan worden. Te lezen is. “in de klamme mensenzaal / ligt een glanzend bloedkoraal / vangt des mensen vrees / in een hees & hard onthaal: / / op het koude blok graniet / in des blauwen nachts verschiet / zingt haar welig vlees / man ga heen en sterf nog niet”
Eurynome spreekt. Poëzie van Adriaan Krabbendam. Uitgeverij crU, 2022.

Leave a Reply