Dieren voelen zich thuis in Wonderkamers

Het dier in het algemeen heeft nogal wat te verduren van de mens in het bijzonder. Dat, die mens, zichzelf tot opperdier opgeschaalde beest acht zichzelf hoog verheven boven het dier. Het dier is veelal gebruiksvoorwerp of erger nog genotsmiddel. Het moet dansen naar de pijpen van de mens. Het dier, denkt de mens, is in de schepping bedacht als luxe vermaak. Het genieten gaat tot in de dood. Want heeft het dier lijdzaam het lot ondergaan komt het in veel gevallen op het bord van de mens terecht. Van alle dieren in de evolutie was het de mens die op een goed moment rechtop ging lopen en zich figuurlijk verheven voelde boven de andere levende wezens. En soms is die homo sapiens zelfs zo gehersenspoeld dat het zich superieur voelt aan de soortgenoten. Doet daarmee wat hem, want meestal is het geen haar, goeddunkt of in zijn straatje te pas komt. Maar met het dier, in alle voorkomen en iedere hoedanigheid, hoort de mens samen te leven. Het niet te zien als eigendom, waarvan het doen en laten wordt bepaald. Het dier gaat emanciperen, zal met kop en schouders boven het maaiveld uit steken. Maar kan dat niet alleen. Hoe gek ook, de bedreiger zal hulpverlener zijn. Maar eerst zal het dier sociaal geaccepteerd moeten worden om een wetenschappelijke erkenning en wettelijke gelijkheid te krijgen. Namelijk het recht op leven, meeleven. Het er mogen zijn zonder het vooruitzicht te hebben opgegeten te worden.

Bij kunst past emotie

Het dier staat centraal in de Wonderkamers. De kunstenaars Anne Brouwer en Karen Vennik laten zich er in hun werk door inspireren. Dat heeft verschillende uitkomsten, want iedere beeldbouwer en elke kunstmaker heeft een eigen zicht op een onderwerp. Bekijkt het van verschillende kanten en haalt dat daar uit wat voor hem of haar van belang is en waarmee hij of zij het verhaal kan vertellen. Gelukkig zijn er binnen de kunst veel verhalen in omloop, daar kan de beschouwer voordeel uit trekken. Niet elk verhaal spreekt een ieder aan. Niet alle verhalen zijn voor iedereen uitgebeeld. Bij kunst past emotie, populair gezegt je moet er een klik mee hebben. Sommige verhalen moet je vaker horen vertellen om er de essentie uit te kunnen halen. Dan ineens doorzie je het plot. Zo’n helderheid van geest heeft de kunstenaar ook wanneer het werk wordt gemaakt. In een flits is de kern geraakt.

Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

Maar het dier. Het activisme spreekt uit het werk van Anne Brouwer. Haar werk hangt in de eerste wonderkamer, dat voorheen dienst deed als toonzaal voor fietsen toen het Batavushuisje nog een fietsenwinkel was. Nu is het expositieruimte en een kunstatelier in één. Anne Brouwer wil in deze ruimte met haar werk figuurlijk op de barricades staan voor het dier. Het in beelden voor hen opnemen, want zelf kunnen ze dat niet. Het dier blijft altijd lijdend voorwerp, de onderdrukker dient garant te staan voor een beter leven. Brouwer geeft aan dat voornemen uitdrukking. In een eenvoudige grafische techniek zet ze meervoudig haar mening neer. Uit linoleum gutst zij het dier als consumptieartikel. Olifanten dansen in de circuspiste, trekpaarden draaien rond in een carrousel. De haas hangt als bontkraag om de nek van de barones, de kikker is platgereden. Om dat idee kracht bij te zetten heeft Brouwer een bankbiljet als achtergrond gebruikt voor het dierenleven.

Lijdend voorwerp

Het dode vogeltje is uit het nest gevallen, maar deze is dus slachtoffer van de natuur op zichzelf terwijl de platte kikker de mens als tegenstander had. Anne Brouwer maakt ook gebruik van de techniek materiaaldruk, wat haar werk levendig en speels houdt. Het is niet allemaal kommer en kwel, want ook portretteert ze het paard of de hond. Het trekpaard is speeltuig op wieltjes, het fysieke symbool van hoe wij tegenover onze mededieren staan. Hoewel het dier dus onderwerp is van het verhaal wordt het snel tot meewerkend voorwerp of erger nog lijdend voorwerp.

Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

Tussen het werk zijn als voorproef op de tweede wonderkamer, de eigenlijke tentoonstellingsruimte en bijgebouw van het oorspronkelijke bouwwerk, kleine composities van Karen Vennik gehangen. Grauw en triest werk. Het toont zonder kleur het dode dier, gewrongen in het kistje dat de kaders van het schilderdoek is. Een blik in de laatste rustplaats, want het dier is hier vooral gezonken in een eeuwige slaap. Elke kleur is weggetrokken, enkel uit de duif is het leven nog maar kort getreden want de nek heeft nog glans. Door het atelier gelopen, langs werkstukken in staat van binding, stap ik op de betegelde vloer van de hout bekapte en ruim verlichte expositieruimte. Daar hangen grote werken van Vennik. Maar het eerste wat opvalt is het door Anne Brouwer gehaakte hoofd van een olifant compleet met slagtanden. Het hangt vrij van het plafond. Dode ogen staren me aan. Want het levenloze is ook hier onderwerp van de kunst. En ook hier is vrijwel alle kleur uit de beeltenissen weg getrokken. De ogen zijn gesloten, ledematen hangen slap neer, de lichamen zijn voor eeuwig tot rust gekomen. Het is een drama in deze wonderkamer, maar ook geeft het de schoonheid van de dood weer. De poëtische pronk van het lijf dat de laatste adem heeft uitgeblazen. Een schattige baby-chimpansee dat lijkt te slapen.

Stijlvolle composities

In de passieve houdingen leeft alleen de kraai. De lijkenpikker brengt met zijn gekras actie in de sfeer. En dan haasten de dieren zich naar de eeuwige jachtvelden, onderwijl soortgenoten en species van andere origine onder de voet lopend en vertrappend. Een sierlijke kraanvogel vliegt geschrokken op, terwijl rompen van vliegtuigen dreigend zwart de sfeer bepalen. De mens heeft er weer de hand in. Vennik maakt van het trieste onderwerp stijlvolle composities. De blik van afkeer buigt zij om tot een wenselijk inzicht. Een verlangen welhaast, om deelgenoot te mogen zijn van deze grootsheid. Het werk verzoekt mij te kijken. En dat wil ik, beschouwen.

Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

Op de zolderruimte wacht een verwondering. In het roze schijnsel van een groeilamp ligt daar op een bed van stro een varken. Een zeug die smacht naar haar kroost, de tepels zijn opgezet en vol van vruchtbaar vocht. Of zie ik hier een moeder die zuchtend in het kraambed is gestorven. De gehaakte huid lijkt zacht, maar voelt keihard aan. Ze is stijf bevroren. Het beest is dood, maar het object heeft als zodanig nooit geleefd. Het zet de bezoeker op een verkeerd been en deze kijkt even verwonderd en zonder blikken of blozen zoals de houten gestalte van Sigrid Hamelink die rechtsboven aan de trap het tafereel aanziet. Hamelink is zelf geen onderdeel van de tentoonstelling, maar haar werk is uiteraard wel aanwezig. Haar atelier is onderdeel van en onlosmakelijk verbonden aan de Wonderkamers. Het is eigenlijk een echte wonderkamer, omdat daar juist het wonder wordt gemaakt. Daar worden nieuwe beelden geschapen, daar hangt het mysterie. Het opgestelde uit hout gesneden figuur met ezelsoren past uitstekend in het thema Dier.

Wonderkamers, Sigrid Hamelink, Irma Horstman

Beelden in de buitenruimte

En dan buiten in de tuin. Daar vind ik kleifiguren van Hamelink. In de wilde tuin verscholen rond en onder de grote beukenboom staan kenmerkende beelden. Tweedimensionale cortenstaal objecten. Gemaakt door Irma Horstman. De maaksels hebben tijdelijk onderdak bij het Batavushuisje. De kunstenaar, wonend in Frankrijk, kon na een tentoonstelling elders in het land de beelden niet vervoeren. Hamelink maakte dankbaar van het aanbod gebruik ze in haar tuin te zetten. De organische objecten die in hun platte vorm elke ruimtelijkheid missen passen niet in het thema, maar voelen zich wel thuis in deze omgeving. Ik zag ze eerder bij Kunstlokaal No.8 en schreef toen: “De vorm tekent zich fijngevoelig af in de ruimte waar het geplaatst is. Robuust en sensibel in een enkel beeld. Raakbaar en afstotend. Spraakzaam en zwijgend. Het is alles in één in deze vormgeving. Die geen omschrijving duldt, maar juist spreekt in een veelvoudige eenvoud.” En nog steeds kan ik nauwelijks woorden vinden om deze beelden te omschrijven. Harde stalen figuraties, die zacht ogen door de ronde uitsnijdingen. De abstracte vormen lijken zo in deze omgeving te passen dat ze niet meer weg te denken zijn. Ze bewonen als vanzelf de tuin, zoals de dieren horen bij de wereld waarin wij leven.

Dier. Expositie werken van Karen Vennik en Anne Brouwer. En beelden van Irma Horstman. Bij Wonderkamers, Het Batavushuisje, Heirweg 57 in Nijeholtwolde.  Tot en met 31 juli 2022.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *