Wetenschap is soms pure poëzie. Zowel wetenschappers als dichters jagen een droom na die onbereikbaar lijkt. Maar die ze uit alle macht toch proberen te realiseren. De meeste van deze wetenschappers en van die dichters zijn zo met zichzelf en met hun droom bezig, dat ze die maar nauwelijks meer aan anderen kunnen uitleggen. Ze hebben een eigen taal en leven in een eigen wereld. Hoewel de wetenschap zich met harde gegevens bezighoudt komen hun ideeën dicht bij kunst en literatuur. En daar de poëzie emotionele en abstracte informatie afgeeft lijkt hun resultaat verre te staan van de wetenschap. Maar niets is minder waar, want beide stromingen kunnen elkaar de hand reiken en gaan goed samen – hand in hand als kameraden.
Drie prijswinnaars
De Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland, kortweg VWN, organiseerde bij haar 35 jarig bestaan een wetenschapsgedichtenwedstrijd. Op deze manier dacht de vereniging wetenschap op een luchtige manier over het voetlicht te krijgen. Er was veel respons op de oproep gedichten in te sturen, waarmee men bewezen zag dat veel mensen er de lol van inzagen om het belang en de schoonheid van wetenschappelijk onderzoek op een speelse manier te delen. Uit de stapel inzendingen werden door een jury drie prijswinnaars gekozen en kregen twee gedichten een eervolle vermelding. De winnaars van de wedstrijd plus een selectie uit alle andere gedichten is terecht gekomen in een speciale uitgave met “misschien wel de beste nieuwe wetenschapspoëzie: De beste, mooiste, origineelste, grappigste en meest ontroerende inzendingen van een wedstrijd zijn verzameld, aangevuld met werk van erkende dichters”.

Op de omslag, ontworpen door wetenschapscommunicator Lucas Keijning, is het brein in actie. Zenuwen zenden een taal die door het oog gezien wordt als oplichtende sterren in een blauwe hemel. De tentakels van de zenuwen maken een kluwen als de takken en het doorgeschoten gras in het struikgewas. Ik kan me voorstellen dat de wetenschap in de hersenactiviteit het ontstaan van een gedicht kan onderscheppen. Uit het voorwoord van Govert Schilling wordt duidelijk dat wetenschap en poëzie al eeuwen lang samen op gaan. Want ontdekkingen werden vaak in versvorm vereeuwigd. En van de andere kant stelt de poëzie de wetenschap op schrift in kwatrijn, rondeel en haiku.
Focus op het detail
Wetenschappers en dichters vinden elkaar, daar beiden met de geest een abstract beeld herkenbaar willen omschrijven. Veelal is het vaktaal, een formulering die onleesbaar lijkt voor de buitenstaander. Maar gelezen en doorzien wordt wanneer de zenuwen zijn geprikkeld, de taal is begrepen door aandacht en een focus op het detail. Want zoals de wetenschapper diep tot op het bot van een voorwerp gaat, zo zal de dichter ondoorgrondelijk het onderwerp uitgraven. De beschouwer van formule en gedicht gaat mee die diepte in om het werk op waarde te schatten.

Het is een lekker dikke bundel wetenschapspoëzie geworden, die verre van een droge stof behandeld. Eigenlijk is het de catalogus van de wedstrijd, een afspiegeling van de ingezonden gedichten aan de ene kant en de wetenschap daar tegenover. In het beschikbare materiaal waren helaas niet alle poëzievormen en elke tak van wetenschap vertegenwoordigd, zodat de selectie gaten niet kon dichten en er witte vlekken overblijven. Maar de honderdtwintig pagina’s bevatten toch een interessante greep. Niet in een vloek en een zucht uit te lezen. Gedichten drukken de neus op de feiten. Hebben dubbele bodems om over na te denken. Hebben de lachers op de hand of benen serieus de materie uit. Een zestal hoofdstukken zetten gedichten met eenzelfde strekking bij elkaar. De samenstellers hebben geen willekeurige volgorde gemaakt, maar relaties gelegd, overeenkomsten gezocht. “Daarmee lijken de individueel geschreven werken soms met elkaar te spreken, op elkaar te reageren, elkaar uit te dagen of te beantwoorden.”
Ritmisch verspreiden
Is er in het begin nog letterlijk sprake van poëtisch onderzoek in de wetenschap, later verwatert dit en lijkt de dichter op een afstand de geleerdheid te beschouwen. Dan wordt de emotie ook tot wetenschap en is de religie bekeken als kennis. De bundel slokt me op. Ik raak gebiologeerd door deze vorm van dichten. De wetenschap wordt er minder stoffig van en de poëzie gaat meer analyserend te werk. Er is weinig experiment, de dichters houden zich aan strakke schema’s. Soms is er een verhaal in dichtvorm; zinnen die over de regels zich ritmisch verspreiden. Ook lees ik wel rijm. En korte aforismen waarin de gedachte slechts enkele woorden nodig heeft om te spreken. De woorden relativeren, de gedichten laten de betrekkelijkheid inzien van het verheven benul.

De titel van de bundel is gesneden van het prijswinnende gedicht “alles is mogelijk”. In die eerste prijs wordt de schedel gelicht en het brein van een afstand beschouwd. In de woorden vind ik het beeld van het omslag terug. Het is alsof je naar de hemel staart, waarin sterren als vlekjes oplichten. Kijk, daar gaat weer een boodschap en hier vonkt een idee terug. De kennis vliegt van hot naar haar, heen en weer, maar maakt een mooie ronde baan langs het firmament. Het is geen sinecure om uit de grote stapel inzendingen een juist, best en meest in het thema passend gedicht te trekken. Een gedicht dat het verdient het erepodium te bezetten. Ieder ander zou misschien een tegengestelde keus hebben gemaakt.
Wetenschap tastbaar gemaakt
Elk gedicht dat de bundel “En dat was kennis, zeg je dan” heeft gehaald slecht de drempel tot het gebouw waarin de wereld wetenschappelijk wordt onderzocht. Op een luchtige manier wordt het stof van de meetinstrumenten geblazen. Met een grijns worden methodologische regels omver gelachen. Maar er is ook ruimte voor een traan bij een afscheid. Plaats voor het dier wanneer de natuur wetenschap is. De bundel behandelt dan wel niet elke wetenschappelijke tak, maar toch kom ik ver in het doorzien van materiële en immateriële objecten en concepten. Feiten, hypothesen, theorie en wetten worden als grootheden in deze poëzie van hun sokkel gehaald en begrijpelijk uitgelegd. De wetenschap wordt tastbaar gemaakt. Variabelen en gemiddelden komen lyrisch en episch in vallend ritme en schuin rijm.
En dat was kennis, zeg je dan. Misschien wel de beste nieuwe wetenschapspoëzie. VWN gedichtenwedstrijd. Uitgeverij Opwenteling, 2022.


Leave a Reply