De drie kunstenaars op dit moment met hun werk in Afslag BLV schijnen dan wel gemeenschappelijk op te trekken, hun gezamenlijke installatie aldaar is geen gesamtkunstwerk à la lettre. Op het eerste gezicht lijkt dat wel het geval, in de ruimste zin van het woord dan wel te verstaan, omdat de inrichting zo coherent is samengesteld. Een ideaal samenspel voltrekt zich aldaar – van de diverse technieken in de kunst. Het schijnt een doortimmerd geheel waarbij het ene werk op het andere reageert, in samenspraak is en met de bezoeker communiceert. Maar nee, hoewel Equidistance – de titel van de tentoonstelling – logisch in elkaar steekt en als een geheel kan worden beschouwd heeft iedere kunstenaar een duidelijk eigen signatuur. De opstelling valt niet als los zand uit elkaar, maar is ook geen volslagen eenheid.
Eensgezind project
De kunstenaars voelen zich met elkaar verbonden, maar het trio is geen drie-eenheid. Het is wel een collectief, een vereniging van gelijkgestemde zielen. De Portugese Celina Bermudez Vogensen, de Oekraïense Karina Puuffin en de Koreaan Ottokaji Iroke hebben elkaar en hun plek in Groningen gevonden. Dit punt, deze stad, staat voor elk van het drietal op gelijke afstand met de kunst. Hoewel ze van diverse kanten op de wereld zijn gekomen. In deze plaats vinden zij de inspiratie en de werkplek om de visie op de kunstwereld, natuur en sport vorm te geven. In een aangepaste omgeving als de dependance van Museum Belvédère is tonen zij zich op onorthodoxe wijze in dit eensgezinde project.

Over een bed van aarde, waarin snapshots met afbeeldingen van plant en dier zijn gedrukt, komt de bezoeker binnen in de kunstruimte. Maar, o nee, het is geen deurmat XXL of rode loper, het is een kunstwerk dat mij in de ruimte nodigt. Vogensen heeft haar verhaal op de grond gelegd, de basis van waaruit nieuwe vertellingen ontstaan. Een fabel over de neushoorn of de legende van de wolf, een lied over het roosje of de mythe van de kip en het ei. Samengebracht in droge grond, een vloed van gebroken turf. Maar vruchtbaar genoeg zodat iedere korrel de eigen letter krijgt om samen een compleet verhaal te maken. Ik neem de uitnodiging aan om mijn oor te luisteren te leggen, het gesproken woord dat van mond tot mond gaat en generatie op generatie door de tijd klinkt te horen. In Afslag BLV is daar beeld aan gegeven. Ik stel mijn oog dus in op kijken. Beschouwen, doorzien. Niet stap ik met brede tred de volgende ruimte in maar loop behoedzaam naar rechts om mij te verdiepen in de projectie op de wand.
Gebrande aarde
In een geschilderde omlijsting – mythische plantendelen vormen het kader, tonen dia-beelden details van het plantenleven. De kunstenaar staat daarbij sprakeloos, haar tong is gespleten, haar keel schor en droog. Ze spreekt in het ondertitelde commentaar en dat houdt mij bij de les, het geeft stof tot nadenken. Hoewel de andere werken trekken en me dreigen te magnetiseren sta ik als genageld. Nog even sla ik dan uiteindelijk mijn ogen op omdat boven de doorgang een wonderlijke beeltenis mijn aandacht heeft. In een gouden omgeving schijnen gedaanten te zweven als ruimtewandelaars. Maar ze staan met beide benen op gebrande aarde. In stilte maken zij hun eigen verhaal. Het kunnen de kunstenaars zelf zijn, die in deze omgeving op aangepaste wijze tot elkaar staan – in equidistantie tot de ander en de kunst.

Karina Puuffin neemt in een satirische installatie de hedendaagse kunstwereld op de korrel. Ze vraagt mij letterlijk “Is this a goed painting?” door deze zin op de muur te schrijven naast een wand vol met werken gehangen als in een wolk. Het is een retorische vraag die geen antwoord hoeft. De schilderijen die ik zie zijn met witkalk welhaast onduidelijk gemaakt. Maar toch blijven delen zichtbaar, piekt het realisme om een hoekje of spreekt een abstract werk op gedempte toon. Niet van de afzonderlijke delen vraagt de kunstenaar zich af of het kunst met een kapitale k is, maar over het geheel wil ze mijn mening weten denk ik. De wolk panelen is namelijk omkadert met een zakelijk zwarte lijn, als de tekstballoon in een stripschrift. Is het geheel een aanvaardbaar kunstwerk of zijn de afzonderlijke delen daaruit toelaatbaar zich schilderij te noemen. Wie het denkt te weten mag het zeggen. Er zijn belezen kenners, gedreven historici en geleerde professoren te over om in gebloemde bewoordingen er hun zegje over te doen. Kunst wordt de hemel in geprezen of beschimpt tot de hel. De waarde is amper de kwaliteit. Een goed schilderij is geldbelegging en belandt in een kluis. Het blijft ongezien voor ogen waarvoor het is gemaakt, uiteindelijk. Het werk van Puuffin voelt mij aan de tand. Zij versmelt in haar installatie gewenst en ongewenst, goedkoop en duur, kunst en kitsch, waarheid en vervalsing. Om naar buiten te treden met een eigen expressie waarin haar aanklacht tegen het kunstcliché tot uitdrukking is gebracht, de vergelding van modder aan een kwastje. Een demonstratie op museumformaat. De witgekalkte afbeeldingen spelen als originele beelden in een onafgebroken loop op een beeldscherm. Ik kan mijn keuze maken en mogelijk de vraag toch beantwoorden. Een tablet daar tegenover toont de kunstenaar aan het werk, gebogen over haar arbeid.

Emotie op hoofdlijnen
Ook Ottokaji Iroke lijkt zojuist van de barricades gekomen te zijn om mij zijn visie op met name de sportwereld te vertellen. In een wanordelijk schijnende installatie legt hij de dynamiek van het voetbalspel vast. Een GPS-tracker aan een voetballer gehangen zal de beweging kunnen uitlezen. Deze is stipt in lijnen ongecontroleerd, gaat van voor naar achter en van links naar rechts. Maar het spel heeft wel regels. Er moet binnen de lijnen worden gespeeld, anders valt het spel dood. Wat langs de lijn gebeurt is niet te voorspellen. Daar is nauwelijks een handleiding op te maken. De emotie speelt hier hoofdlijnen in. Dat is wat Iroke heeft vastgelegd in zijn installatie. Het gevoel van de speler in het spel en de toeschouwer bij het spel. Dat is een buiten de lijntjes kleuren. Dat is geen standaard kunstwerk. Van netten tussen doelpalen maakt hij plastische schilderijen. Hangt en legt deze in de ruimte. Er is geen bal, er zijn geen spelers. Maar de sensatie van het spel is voelbaar. In dit tumult, deze smeltkroes van lijnen en vlakken, wordt het rumoer van een wedstrijd op en langs het veld gehoord via geluidsboxen. Een videoscherm toont de plek waar ik ben in de installatie, dat beeld komt in beweging wanneer ik me verplaats. Word ik ongevraagd gevolgd? Ziet de camera mijn gaan en staan in de gestructureerde warboel van de installatie? Ik zie mezelf niet, het digitale oog geeft weer waar ik naar kijk.
Niets is wat het lijkt. Dat geldt zeker voor deze samengestelde inrichting, waarin drie kunstenaars tot één project samenkomen. Van Oost en West, Noord en Zuid nemen ze hun eigen rugzak mee. Pakken hun geestelijke kunstbezit uit en leggen het te kijk. Het is bijgeschaafd, ingekleurd door Hollandse leermeesters. Maar er is geen Westers stempel gedrukt, het trio heeft als eenlingen de eigen achtergrond behouden. Wel beïnvloedt misschien, want waar je mee omgaat daarmee wordt je besmet. Ze hebben hun punt gemaakt, dat punt is vet onderstreept. Een afstandsgetrouwe projectie. Het idee van daar naar hier gebracht, geen omvorming naar ons beeld maar een hervorming van mijn kijken.
Equidistance. Tentoonstelling werken in installatie van Celina Bermudez Vogensen, Karina Puuffin en Ottokaji Iroke bij Afslag BLV, dependance Museum Belvédère in De Heerenveense School, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Te zien tot en met 14 augustus 2022.


Leave a Reply