Een monument voor Abraham Reiss, opdat we nooit vergeten

Het is best een heftig boek. Het maakt diepe indruk. De ondergang van Abraham Reiss. Met daarin aandacht voor de schilderijen waardoor Jeroen Krabbé zijn bezwaarde verleden van zich af kon beelden. Negen stuks in totaal, negen ontroerende momenten, negen staties van de kruisweg die zijn grootvader langs moest gaan. Een Jood in crisistijd, verloor al zijn geld in de beurskrach. Een Jood in oorlogstijd, verloor huis en haard, en zijn leven. Het is nauwelijks voor te stellen wat deze mensen hebben meegemaakt, de bevolkingsgroep die de Joodse gemeenschap wordt genoemd. Mensen, nog minder als beesten behandeld. Uitgespuwd, afgedaan. Onmenselijk, maar waar gebeurd.

Het lijkt een slechte film, dat is het ook met alle feiten die op waarheid berusten. Alle personen getoond zijn levende figuren. Nergens is iets gedramatiseerd of geromantiseerd. Het was één groot drama. Ik denk me dat eens in, dat ik word gearresteerd zonder iets misdaan te hebben. Enkel om de iemand die ik ben ben ik schuldig. Door geboorte minderwaardig, uitschot om af te schieten. Het lam voor de slachtbank. Onschuldig schuldig bevonden. Ik word samen met anderen als vee weggevoerd in een vrachtwagen en kort later op transport gezet. Als makke schapen, niet wetend wat je zal overkomen. Het zal wel meevallen, denk ik nog, ik heb toch niets fout gedaan. Maar mijn mens-zijn wordt me ontnomen. Ik ben vuil en vies op het eind, ben ontredderd tussen hoop en vrees. Een schonende douchebeurt is op de plaats, maar waarom in de open lucht en met ons allen tegelijk uitkleden? Als slachtvee gedreven in barakken. Er is geen hoop meer, de vrees is het laatste. De kraan gaat open. Geen verkwikkend water, maar dodelijk gas. Het is niet voor te stellen, dat een enkel persoon dit met een bevolkingsgroep kan doen. Dat er op dat moment niet meer weerstand is geweest. Dat het ging zoals het is gegaan.

Materiaalschilder

Met de wetenschap van die onmenselijke gang van zaken liep Jeroen Krabbé jarenlang rond. Zonder er iets mee te kunnen, maar uiteindelijk kwam het heftig naar buiten. Hij moest er wat mee, om het te verwerken kwam het in verf op doek. Krabbé is in dit emotionele werk een materiaalschilder. Hij gebruikt as, zand, stro en grind als materiaal om bedreiging in de verf uit te drukken. De dikke lagen in reliëf aangebracht zijn navoelbaar dreigend. De schilder beeldhouwde als het ware de schilderijen. In het boek zijn deze in formaat aangepast en dus verkleind afgedrukt, maar qua afmeting zijn ze 150 bij 200 centimeter groot. In het boek merk ik al de impact die de platen hebben, maar de schilderijen zelf zullen nog meer indruk maken. Dan kan ik het werk doorzien, de penseelvoering doorvoelen. Voelen met de ogen als vingertoppen aan de onregelmatigheid die de as en het zand op de drager hebben. Dan is het monumentale karakter van de werken zichtbaar, indrukwekkend, ontroerend.

Jeroen Krabbé, Abraham Reiss, WBOOKS

Krabbé stamt uit een Joodse familie en om een en ander een plek te geven heeft hij de gang van zijn grootvader Abraham Reiss gevolgd. Uit de schat aan informatie die hij bezat kon de kunstenaar de ondergang gedetailleerd construeren en tot leven brengen. Foto’s, brieven, documenten, memorabilia. En de verhalen die zijn en worden verteld door mensen die er waren toen en zijn terug gekomen, of nooit zijn weg geweest maar het leed thuis doorstonden.

Al lezend, kijkend en luisterend komen er levende beelden naar boven, herinneringen die zijn omgezet in negen schilderijen. In het boek, waarin de schilderijen zijn afgedrukt naast de geschiedenis in woorden, kan zo welhaast van dag tot dag van gang tot ondergang worden gevolgd. Een trieste erfenis van een verleden, afgebeeld en uitgeschreven door Jeroen Krabbé. The Dark Series is opgedragen aan Joosje Lakmaker, in 2019 overleden maar nog in leven bij het maken van het boek in 2010. Zij was stadschroniqueur van Joods Amsterdam. Naast de papieren nalatenschap van moeder Krabbé was zij een rijke bron om de geschiedenis uit te putten. Het verhaal in woord en beeld volgt het doen en laten van grootvader Abraham Reiss, vader van moeder Margaretha Krabbé. Het is de historie van de dreiging voor de oorlog tot de moord in de oorlog.

Onderdeel van portret

Uit een grote bruine koffer, die zijn moeder bewaarde onder haar bed, vindt Jeroen veel aandenkens aan de tijd. Jodensterren, papiergeld uit Westerbork, armbanden, stempels, een kartonnen bord ‘Voor Joden Verboden’ en de flamencojurk van tante Els. Dierbare herinneringen aan een bewogen tijd. Een tijd die deel uit maakt van zijn familie en na echoot in zijn leven. Op de achterkant van het boek zie ik Jeroen al bladerend door de papieren. En op de voorkant is werkt hij aan één van de schilderijen. Het is een prachtige illustratie bij het project, het omvat in een enkel beeld eigenlijk het hele boek. Krabbé zie ik op de rug, terwijl hij voor het groepsportret van het gezin van zijn moeder staat. Links zijn grootvader Abraham, rechts grootmoeder Kaatje en de kinderen – tante Els en moeder Margreet – daar achter. De schilder lijkt onderdeel van dat portret, verleden en heden zijn een eenheid.

Jeroen Krabbé, Abraham Reiss, WBOOKS

Vanaf de negen schilderijen kijkt Abraham Reiss de kijker steeds doordringend aan. Op ieder schilderij in gemengde techniek is hij de ongekleurde figuur. Een schim in een veel zeggend decor. Berken in de achtergrond beschouwen de taferelen. Het zijn bomen met ogen op de bast van de stam. Ze beschouwen en ademen de verhalen stil voor zich uit, van zich af. Oh, zouden ze eens kunnen spreken in onze taal! De schilderijen staan vol symbolen, niet overladen maar zoveel om de vertelling te illustreren en kracht bij te zetten. Ieder detail dat Jeroen in de koffer vond is inspiratie gebleken voor zijn schilderijenreeks. Het groepsportret van de voorkant vind ik terug als derde plaat in de serie: Amsterdam – april 1942, Jekerstraat 14-3. Moeder en kinderen kijken gemaakt vrolijk naar de fotograaf, terwijl vader de ernst zelf is – een opgetrokken wenkbrauw en een flauwe glimlach kan er nog net af.

Bestemming onzeker, afloop ongewis

In de hele serie, op elk schilderij is Abraham een serieuze man. Zijn ondergang zit hem als het ware in de genen. Jeroen kent de geschiedenis en weet de afloop, hij legt die kennis in de mimiek van zijn afgebeelde grootvader. De man voorvoelt zijn trieste einde. Hij moet noodgedwongen alles uit zijn handen laten vallen en onverhoopt achterlaten. Enkel met een tas spullen, een warme jas en een hoed komt hij in Westerbork terecht. Op de achtergrond werkende mensen voor barakken, en rijen figuren met een ster op de borst alsof ze voor het vuurpeloton staan. In een striemende regen en koude wind worden mensen in een goederentrein gepropt, bestemming onzeker, afloop ongewis. Grootvader staat gelaten voor de dynamiek van mensen in beweging van hier naar daar, alsof hij er geen deel van uitmaakt – een speler is voor en in een decor. Maar het is wel waarheid.

Jeroen Krabbé, Abraham Reiss, WBOOKS

Op het volgende schilderij zie ik hem in verschillende houdingen in een verder lege wagon. Alleen hij is onderwerp en belangrijk in de herinnering. Staan, zitten, liggen met een dagboek in de hand. Of is het een zakbijbeltje tot steun en toeverlaat in roetzwarte tijden, hoewel hij het geloof achter zich had gelaten – in uitzichtloze tijden val je makkelijk in je opvoeding terug. De ontreddering zit hem in zijn lijf en leden. Wanneer de eindbestemming dan daar is en de deur openschuift, schijnt het buiten scherp naar binnen. Berken en soldaten wachten af, honden blaffen en grommen. Ik zie de man op de rug. Hij beschermt met de hand zijn zicht, dat aan de donkerte gewend was geraakt, voor het helle licht. Maar hij kijkt nog om, werpt een hulpeloze blik de toekomst in, schreeuwt mij zonder geluid toe: wat heb jij gedaan, of beter gelaten? Op het achtste schilderij zie ik een grote menigte. Alle mensen doen hun kleren uit en leggen deze op een hoop. Naakt en gelaten gaan ze hun dood tegemoet, daar nog onwetend van, ze schamen zich. Grootvader staat met gespreide armen, als Jezus aan het kruis. Op de laatste plaat zie ik geen mensen meer, althans met fantasie kan ik nog lijven als rookwolken uit de schoorsteen zien komen. Berken zijn stille oprijzende getuigen. Rood als bloed gekleurde ganzen lopen de compositie uit. Ganzen die met hun luid gakgeluid de gillende mensen binnen moesten overstemmen.

Jeroen Krabbé, Abraham Reiss, WBOOKS

Memorabilia

Voor ieder schilderij heeft Jeroen Krabbé de inspiratie in enkele zinnen in het boek laten afdrukken. Onder een miniatuur van iedere compositie, alsof het een stripverhaal betreft. Hoewel de schilderijen al voor zichzelf spreken, licht dit toch een tip van de sluier op die de historie toedekt. Er is een stamboom. Documenten als het trouwboekje, vakantiefoto’s, papiergeld en een briefkaart. De laatste familiefoto, die de schilder gebruikte voor de derde statie in de lijdensweg. Ze luisteren alle de kruisgang op, die Krabbé zo dramatisch in beeld heeft gebracht als monument voor zijn grootvader, een ode. Door het boek leer ik zijn familie, leer ik Jeroen wat beter kennen.

Een nawoord sluit het boek af, geschreven door museumdirecteur Ralph Keuning. Bij De Fundatie in Zwolle had Krabbé in 2008 een overzichtstentoonstelling. Het statige museum veranderde toen in een kleurenparadijs, want de flamboyante Krabbé is naast zijn werk als acteur en regisseur toch vooral bekend om zijn fel gekleurde schilderijen. Keuning doorloopt in zijn verhaal in vogelvlucht het oeuvre van Krabbé en benoemt hem als de schilder van het geluk. Maar hij blijkt volgens de museumdirecteur ook een meester in het verbeelden van menselijke wanhoop en verdriet. Even ontroerend als krachtig. Dat bewijst hij eens te meer in de ondergang van Abraham Reiss.

Jeroen Krabbé, Abraham Reiss, WBOOKS

In eerste instantie door Krabbé zelf ‘dark series’ genoemd. Donker als schaduwzijde van geluk, als silhouet van het leven. “De verandering in toon is gigantisch”, schrijft Keuning, “niet meer luchtig en uitnodigend, maar dwingend en drukkend. De filmische kracht van het door Jeroen Krabbé gehanteerde principe van het beeldverhaal, de levensstadia van zijn grootvader Abraham Reiss, van voorspoed naar ondergang, ketent de bezoeker en sleurt hem mee naar het onontkoombare einde.”

De ondergang van Abraham Reiss. 9 schilderijen door Jeroen Krabbé. Teksten Jeroen Krabbé, Joosje Lakmaker en Ralph Keuning. Uitgeverij WBOOKS, 2010 – derde druk, 2022.

Jeroen Krabbé, Abraham Reiss, WBOOKS

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *