“Het belooft een regenachtige zomerdag te worden. Het is stil om 4.00 uur op de slaapzaal van de gevangenis Esserheem in Veenhuizen, waar ca. 50 gevangenen in hun stalen kooien liggen te slapen. Even later breekt een van hen geruisloos het slot van zijn stalen kooi open en verdwijnt onopgemerkt via het hekwerk en de gracht, die rond de gevangenis ligt.” Daar begint het beeldverhaal van Wouter Winter. Zoals het script voor een film ook losjes op het boek ligt, zo heeft Winter een ontsnappingsverhaal van Clemens van den Brink uit zijn Veenhuizen Trilogie in beeld bewerkt. Het is een korte interpretatie van een langer verhaal, waarbij enkel de meest dramatische momenten in beeld zijn gezet.
Meest opvallend is het slechte weer tijdens de ontsnapping, het regent pijpenstelen en dat kleurt de stemming. Het eerste plaatje van de strip toont een eend achter een geknipt gat in het hek. De eend staat onder meer symbool voor begrip en onschuld. Zal de bajesklant menen onschuldig te zijn en daarom de benen nemen door een gat in het hekwerk? In elk geval gaat hij op de vlucht en slaat een voorbijganger van de fiets, neemt zijn kleren en laat de man ongekleed achter in de stromende regen. Dat is een dramatische bewerking van het oorspronkelijke verhaal, waar de vluchteling een onbeheerde fiets ziet staan en een shirt en broek van de waslijn pakt.
Het goed en het kwaad
De bewakers die de uitbreker op zijn weg tegenkomt hebben helemaal geen zin in hun nachtelijke doornatte klus. Want Sjon wil liever alleen het hoofd uit het raam hangen wanneer hij iets verdachts ziet. Zijn compagnon heeft meer plichtsbesef. Maar dat de dienst om 6 uur ’s morgens de lege kooi in de slaapzaal had ontdekt blijft achterwege. Dat er een grote zoekactie op touw wordt gezet blijft onbenoemd. Het is de milde confrontatie tussen de enkele mens, het goed en het kwaad. De kern van het verhaal blijft hetzelfde. De gevangene die de bewakers om de tuin leidt. De man blijft kalm onder de druk van de bewakers in hun VW-dienstbusje. Hij laat zwijgend zijn voorband leeg lopen en veinst bij de bewakers een lekke band. Daar zij geen fietsenmakers zijn verwijzen ze hem door naar een boerderij verderop. De boer helpt hem aan een fietspomp voor wat wind in de band, waarna de man fluitend zijns weegs gaat.

“De fortuinlijke fietser hebben ze in Veenhuizen nooit meer teruggezien…”, zo eindigt het verhaal van Clemens van den Brink. Terwijl Wouter Winter de bewakers in het laatste plaatje laat opmerken dat ze niet verwachten dat “een boef zo dom is om op twee agenten af te stappen wanneer hij net ontsnapt is”. Winter heeft daarmee de essentie van het verhaal gepakt: de ontsnapping en de onnozelheid van de bewakers. Dat doet hij in een losse tekenstijl op een zwart raamwerk, waardoor het pakkende verhaal nog boeiender wordt. De donkere achtergrond en de regenstrepen op ieder plaatje maken van de strip een welhaast lugubere gebeurtenis. Winter bouwt de spanning telkens op, iedere pagina van de 6 pagina’s tellende strip heeft een opwindende cliffhanger.
Trilogie aan getuigenisverklaringen
De strip is een levendige vertaling van het verhaal. Dit verhaal is in de volle lengte terug te lezen op de website Bajesverhalen waar meerdere herinneringen van gevangenen en bewakers over Veenhuizen te vinden zijn. Hij is zoon van een gevangenisbewaarder, deze Clemens van den Brink, en groeit op aan de rand van het beruchte gevangenisdorp. Zo kon hij de verhalen welhaast uit de eerste hand verkrijgen, noteren en uitschrijven. Clemens stelde uit al die getuigenisverklaringen een trilogie op. Drie lezenswaardige en meeslepende boeken die de lezer een blik geven achter de schermen van het gevangenisdorp Veenhuizen. Dat wat eigenlijk onder de pet moet blijven krijgt in de bajesverhalen van Van den Brink een podium.

De strip van Wouter Winter, die in dit verhaal van de komische ontsnapping inspiratie vond, is terug te vinden in het maandelijkse stripblad MaXiX. Dit is een betrekkelijk nieuw stripmagazine dat naast gevestigde artiesten ook ruimte biedt aan nieuwe makers. Elke maand brengt de van oorsprong Belgische uitgave een 68 pagina’s vol nieuwe beeldverhalen uit het Nederlandse taalgebied. De spannende vervolgverhalen, verrassende korte verhalen en grappige korte strips verschijnen dan ook zowel in België als Nederland in de stripschappen. MaXiX zegt met de beste strips voor jong en oud een dwarsdoorsnede te geven van wat er op dit moment in stripland te ontdekken is. Naast een keur aan beeldverhalen geeft de redactie ook nog tips om zelf aan de slag te gaan met het maken van strips. In de rubriek “strips tekenen van A tot Z” worden allerlei aspecten besproken.
In the middle of nowhere
Wanneer dit beeldverhaal “Bajesverhalen” aanslaat zal er zeker een vervolg op komen, zo meent de schrijver. Er is dan ook voldoende voedingsbodem en genoeg inspiratie voor de tekenaar van 2Wcomics in de boeken van Clemens van den Brink te vinden. Meerdere verhalen zijn zo beeldend geschreven dat ze wel een stripalbum verdienen. Van den Brink is er klaar voor, of Winter dit avontuur wil aangaan is voor hem een avontuur op zich. Het lijkt mij een goede zaak dat de tekst een beeld krijgt, zodat het mysterie van Veenhuizen eindelijk zal worden opgelost.
Veenhuizen, in the middle of nowhere, of in goed Nederlands een of ander godvergeten gat. Het bestond al langer, zelfs van voor de middeleeuwen, maar in het begin van de 19e eeuw werd het echt op de kaart gezet. Een landstreek in het veen tussen het Friese Oosterwolde en het Drentse Assen, waar zich ooit al eens enkele boeren hadden gevestigd in de hoop er goede grond te vinden. De filantroop Generaal Johannes van de Bosch zag er een geschikte plek in om er zijn liefdadigheid te botvieren. Hij stichtte er in 1818 een zogenoemde kolonie om mensen die langs de rand van de maatschappij stonden, zoals landlopers en bedelaars, er een onderkomen te bieden.
Eerst waren het de “nietsnutten” die nut kregen in Veenhuizen. Later, toen de armoede meer naar de achtergrond gedrongen werd, kreeg het dorp een bijzondere plek op de kaart van Nederland. Het werd een bajesdorp, een plek waar mensen met een criminele inborst voor korte of lange duur gedwongen onderdak vonden. Veenhuizen staat ook nu nog te boek als gevangenisdorp. Hoewel vandaag de dag het complex voor een groot deel als museum is ingericht om de unieke plek die Veenhuizen in de geschiedenis inneemt ook in de toekomst te bewaren, want Veenhuizen boeit. Nog altijd.
Beeldverhaal “Bajesverhalen” in stripblad MaXiX. Tekst Clemens van den Brink, tekeningen Wouter Winter. Juli 2022.


Leave a Reply