Bestaat toeval? Of is dit het lot dat in de zomer van 1939 twee kunstenaars op uitnodiging de vakantie doorbrengen in Cornwall. Dat Duitsland Polen dan binnenvalt en luchtaanvallen op Londen worden verwacht. Dat het echtpaar Nicholson Hepworth met hun kinderen daarom niet terug durven naar de stad en blijven hangen in St. Ives. Zo komt ‘toevallig’ een kleine kern van kunstenaars die geloofden in het internationale vuur van het modernisme in de meest zuidwestelijke punt van Engeland terecht. Ver van het knooppunt waar het allemaal schijnt te moeten gebeuren en alle dingen gaan ontstaan, de natuurlijke leefomgeving van de moderne kunst. Maar juist in die afgelegen streken groeit en bloeit de kunst in de rust van het landschap en het heldere licht van de zee. Dat is gezien in Frankrijk, in België en in Nederland. En in Engeland dus in de omgeving van Cornwall.
Moderne kunst in Zuidwest-Engeland
Michael Bird, kunsthistoricus gespecialiseerd in 20e eeuwse moderne Britse kunst, schrijft erover in het boek “Living the landscape”. Het is de catalogus van Museum Belvédère bij de tentoonstelling onder dezelfde titel. Met Feico Hoekstra, kunsthistoricus en freelance tentoonstellingsmaker, als gastcurator stelde Bird de tentoonstelling samen. Het geeft een beeld van het werk van de schilders en beeldhouwers die in de vorige eeuw samenkwamen in St. Ives, gelegen aan de laatste lus van Zuidwest-Engeland. Het geeft een representatief beeld van de moderne kunst die tussen 1939 en 1975 opbloeide in en om de Engelse kustplaats.

Eigenlijk is het aan te raden eerst de tekst in het boek te lezen. Het geeft een kijk achter de schermen van deze modernisten. Waarom ze in Land’s End terecht kwamen en hoe die omgeving hen aanzette tot de kunst die ze maakten. De kunst van St. Ives is geen school met een herkenbare stijl. Het is een kolonie waar alle werken het landschap ademen. In de tentoonstelling kan dat landschap worden beleefd. Zo worden ondergaan zoals de kunstenaars het hebben ervaren. Voor hen was het geen waarneming als zodanig, ze zaten er middenin – leefden in en door het landschap: living the landscape. En die indrukken en sensaties klinken door in het werk. Iedere kunstenaar verwerkt dat op een persoonlijke manier. Deze kunstenaars tonen het wezen der dingen. Wie de tentoonstelling in Belvédère bezoekt staat voor even in Cornwall. Kijkt uit over de zee, beziet de heuvels en de rotsen, loopt langs de haven en proeft de zilte lucht.
Realistische uitingen, abstracte verwerking
Michael Bird beschrijft op onderhoudende manier de kolonie van St. Ives, met als hoofdpersonen Barbara Hepworth en Ben Nicholson. Rondom deze kern benoemt hij alle kunstenaars die zich voor korte of langere tijd in Cornwall vestigden, omdat ze zich voelden aangetrokken tot het landschap en de kunst die daar kon ontstaan. Een ieder liet dat landschap op een eigen manier op zich inwerken en daardoor ontstond een scala aan uitingen over hetzelfde onderwerp. Een thema met vele variaties. Van primitief tot abstract en het hele spectrum van kunsten die daar voor de modernisten tussen kan liggen. Een interessante verzameling derhalve, waarin de inspiratie voortdurend onmiskenbaar aanwezig is.
In de realistische uitingen, naar de werkelijkheid en interpretatie van de kunstenaar gecreëerd, is dat natuurlijk te zien. Maar ook de meer abstracte verwerking, waarin het gevoel en de beleving van de kunstenaar en voor de bezoeker aanwezig is, laat de landschappelijke ruimtelijkheid ontvouwen. Juist in dat abstracte waait de wind en schijnt de zon, klotst het water en kraakt het zand. Het landschap doet een beroep op de emotie, het gevoel dat enkel op een abstracte manier kan worden vorm gegeven. Door de werkelijkheid te tonen kan de realiteit niet opnieuw worden beleefd. De primitieve beelden laten ook op een abstracte manier zien hoe de selfmade schilders de omgeving waarin ze leven en werken aanvoelden. Niet het landschap op zich verdiende een beeld dat een exacte weergave is van dat wat gezien was. De mensen waren dat land, konden niet anders dan hun leven zo beleven.

De vertaling van de kunstenaar is waardig om een beeltenis te hebben. De beleving geeft een interessant beeld dat de aandacht vasthoudt, waarnaar de beschouwer blijft kijken. Er het mysterie in probeert te vinden en uit te puren. Dat vergt verbeeldingskracht, maar wie zich daarin oefent zal grote ontdekkingen doen. Het boek effent dat pad om het landschap te ontginnen. Door die achtergrond te weten ga je anders kijken. Dat kan een last zijn, maar in dit geval maakt het kijken tot een verlichte beleving.
Gerrit Benner als motief
Het is die beleving die past in het decor van Museum Belvédère. Dat is de relatie die met de Friese kunst, zoals dit museum dat toont en in bezit heeft, kan worden gelegd. Het is daarom dat Belvédère podium geeft aan deze Engelse kunst. Want ook die schilders hier gaat het niet om een natuurgetrouwe weergave, maar om wat het onderwerp bij hen oproept. De schilderijen en tekeningen worden bepaald door wat aan het landschap wordt beleefd en, ook belangrijk, de fysieke sensatie van het schilderen en tekenen zelf. In zijn voorwoord citeert Han Steenbruggen, museumdirecteur en conservator, de Friese kunstschilder Gerrit Benner als motief om kunstzinnig St. Ives naar Oranjewoud te halen. “Een lap linnen is mijn ruimte, de verf mijn materie, de kleur mijn licht. Daarmee schilder ik landschappen. Niet als een impressie, maar als een beleving.”
Gastcurator Feico Hoekstra beleeft in zijn tekst werkelijk het landschap. In een jeugdherinnering. Het sensationele gevoel in je maag dat de beweging van een auto geeft over de hoogte van een steile brug. Even los van de grond. In zijn schrijven gaat het niet over de zakelijke en historisch gezien beschrijvende kant van de kunst in Cornwell, maar over zijn beleving in het laten ontstaan van de tentoonstelling. Hij toont zijn enthousiasme voor dat landschap waaruit deze kunst is ontstaan en waarvan hij gaandeweg beeld krijgt. In de kunstwerken ontdekt hij Cornwall. Het figuratieve werk geeft gemakkelijk toegang, hij hoort de meeuwen krijsen. De abstracte dingen, schrijft hij, laten zich moeilijker duiden, “al zijn het vaak de aardse kleuren die je direct meenemen naar buiten. Titels doen dat ook.”

“Living the landscape”, het boek, laat een interessante reeks kunstwerken zien die rond St. Ives zijn ontstaan. In “Living the landscape”, de tentoonstelling, kan de bezoeker deze reproducties als origineel zien. Het boek eindigt met het voorstellen van de verschillende belangrijke kunstenaars die St. Ives in de jaren 1939 tot 1975 hebben aangedaan en er hebben gewerkt. Verkorte levensbeschrijvingen om hun plek in de kolonie te duiden. Het boek is daarmee een compleet naslagwerk die deze periode van landschapsbeleving onderhoudend beschrijft. De tentoonstelling in een creatieve vormgeving om de kunstwerken volledig tot recht te laten komen. Boek en tentoonstelling lijken onlosmakelijk bij elkaar te horen, maar het boek kan er uitstekend sepraat van worden gezien. Dat laatste zal straks het geval zijn, want de tentoonstelling kan nog tot 26 september bekeken worden.
Living the landscape – Barbara Hepworth, Ben Nicholson en de kunstenaars van St. Ives, 1939-1975. Michael Bird & Feico Hoekstra. Tentoonstelling / uitgave, Museum Belvédère / Noordboek, 2022.

Leave a Reply