Het is geen normale catalogus, dat boek over de tentoonstelling van het werk van de schilder Théo van Rysselberghe in Singer Laren. Het is eerder een fanboek van een enthousiast bewonderaar en liefhebber van de kunst van deze neo-impressionist. De auteur van verschillende publicaties over deze Belgische kunstenaar Ronald Feltkamp buigt zich niet over het leven van Van Rysselberghe. Hij plaats de kunstenaar niet in de context. Hij wil geen opsomming van gebeurtenissen maken, maar alleen ingaan op de liefde voor het vak en de kundigheid van het schilderen. Feltkamp kiest voor zijn schrijven de tactiek van het kijken en aanvoelen, zodat zijn persoonlijke reactie op de kunstwerken verwoordt is. Als dé kenner van deze schilder is hij bevoegd om zijn onomwonden mening te geven op de kunstwerken. Hij doet hoog op van het werk en is zeker een beste ambassadeur om de schilder te vertegenwoordigen.

Ronald Feltkamp gaat in de uitgave ‘Van Rysselberghe – Schilder van de zon’ een aesthetisch avontuur aan met het schilderwerk. “Uit de overtuiging”, citeer ik hem, “dat een bijzonder kunstenaar zijn typisch eigen denken en voelen ontwikkelt, niet ideeën copiëert, maar die verwerkt tot een geheel eigen visie.” In zijn inleidende opmerking overziet Feltkamp voor de lezer toch in het kort de ontwikkeling die Van Rysselberghe als schilder heeft doorlopen. Van de klassieke techniek via het impressionisme en het neo-impressionisme terug naar de klassieke gladde aanpak maar met neo-impressionistische kleurcombinatie. En dan volgt één van de meerdere loftuitingen die Van Rysselberghe in een apart kunstvakje zetten: “Een ieder kan die technieken doorlopen, maar het gebruik ervan door Van Rysselberghe is uniek.” Dat de schilder werkelijk zo uniek is zal blijken uit de dan volgende teksten, die Feltkamp schrijft bij de in de tentoonstelling en het boek opgenomen schilderijen. En of de schilder werkelijk zo buitengewoon is zal een ieder voor zichzelf uit kunnen maken, de schrijver doet er in elk geval alles aan om de smaak in het voordeel van Van Rysselberghe te doen uitvallen.
Landschap, portretten, bloemstillevens en naakten
“Dit is dus geen kunsthistorisch verhaal, maar een aesthetisch verhaal”, laat Feltkamp in zijn voorwoord ten overvloede weten. “Een verhaal waar Van Rysselberghe zoveel mogelijk zich zelf presenteert en de tekst als dienend gezien moet worden.” En, inderdaad, in de werken die in het boek zijn opgenomen toont de schilder zich overmatig. Niet iedereen zal van het genre houden waarin de kunstenaar zijn realiteit heeft gezet. Maar niemand kan erom heen dat Van Rysselberghe zijn vakmanschap tot in iedere verfstreek en elke penseelpunt heeft uitgebuit. Wanneer je liefhebber bent van de werkelijkheid zoals deze door de kunstenaar in beeld wordt gebracht, dan is er bij Van Rysselberghe voldoende te halen. Maar hij was geen schilder die zich speciaal toelegde op een enkel genre. Zo kan men bij hem terecht voor het landschap, portretten, bloemstillevens en naakten.

De naakten van Van Rysselberghe zijn echter geen erotische plaatjes, de schilder probeerde niet te verleiden. Het is een lof op de schoonheid van het vrouwelijk lichaam. Zo zette de schilder de dames ook neer, ongedwongen zichzelf. Niet in een begeerlijke pose, maar wel als van een lichaam om lief te hebben zonder agressieve sexuele bijbedoeling. Halfnaakt voor de spiegel zichzelf toiletterend, of op een intiem naaktstrand zich tegoed doend aan het zonlicht. Want zonlicht, de zonnewarmte, dat is een element waar Van Rysselberghe liefhebber van was. Hij liet het veelvuldig toe in zijn schilderijen.
Bevrijd van puntjesdwangbuis
Feltkamp somt zijn beschrijvingen niet in chronologische volgorde op, maar neemt mij wel mee door de tijd. Ik ga mee op reis en belandt aan kusten waar pijnbomen worden geschilderd en sta tussen de paarden in Marrakesh, kijk uit over de haven van Bologna. Vol bedrijvigheid, maar van een afstand zoals afgebeeld rust uitstralend. Eerst schilderde Van Rysselberghe nog gladjes zijn onderwerpen uit, maar na het zien van de door Georges Seurat ontwikkelde bewerkelijke puntjestechniek ging hij daar helemaal in op. Hij maakte geen platte afbeeldingen zoals Seurat maar bracht diepte in het pointillisme. Feltkamp schrijft daarover: “Velen hebben ‘gepointilleerd’ maar weinigen hebben de echte theorie van het, middels gescheiden opgebrachte kleurpuntjes via optische vermenging in het oog verkregen, effect konsekwent toegepast. (…) De toeschouwer realiseert zich natuurlijk niet hoe een ongelooflijk werk dat geweest is – al die kleine puntjes, duizenden, om zo’n Irma, twee meter hoog, uit de verf te laten verrijzen.” Schilders die de techniek in navolging van Seurat hebben gebezigd, haakten na enkele jaren af omdat ze tureluurs werden van alsmaar die puntjes. Van Rysselberghe echter verfijnde de techniek voor hemzelf door bredere met wit genuanceerde toetsen aan te brengen. Voor hem was het pointillisme een scholing in discipline, zijn latere werk had daardoor een exactere kleurbeheersing. Hij bevrijdde zich vervolgens van het puntjesdwangbuis en bereikte een meer vloeiender beeld.

In zijn landschappen, badende en toiletterende vrouwen, portretten en bloemstillevens wist Van Rysselberghe het moment te vangen. Geen romantische sferen, maar het doorgronden van de plek, de tijd, de mens. Hij zag voortdurend de schoonheid in en van de andere sekse. Beeldde de vrouw gracieus af, gekleed aan de thee rond de tafel in de tuin of bloot op een strandje, naakt slapend op bed. Nergens is hij de paparazzo die vanuit de bosjes iets gadeslaat wat voor zijn ogen niet bestemd is. Hij is niet opdringerig en maakte geen onbescheiden platen. Over zijn schouder mag ik mee kijken en ik verlustig me niet in het beeld maar eerder in de vakkundige beheersing van de techniek. Want “een aestheet proeft de kleuren en verlekkert zich”, schrijft Feltkamp bij de beschouwende bloemstillevens. “De kunsthistoricus of kunsthistorica mag de bloemen benoemen en de periode van schilderen nazoeken.” Dat doet Feltkamp dus niet in dit boek, dat benoemen en nazoeken. Hij gaat uit van zijn eigen indruk. Feltkamp is geen kunsthistoricus maar econoom, en mag daarom vrijmoedig maar niet geheel onpartijdig zijn mening over en aandacht aan het werk geven.
Van Rysselberghe – Schilder van de zon. Tekst Ronald Feltkamp. Voorwoord Jan Rudolph de Lorm. Publicatie bij de tentoonstelling in Singer Laren. Uitgeverij THOTH / Singer Laren, 2022.


Leave a Reply