Achter gesloten deuren kunnen mooie dingen ontstaan. In het verborgene groeien geheimen. Afgezonderd van de stromingen laat de eigen stijl zich ontwikkelen. De kleine zijtak van de grote rivier zoekt een eigen weg, maakt zichzelf een bedding. Maar helemaal van alle invloeden vrij kan iemand niet zijn. De smalle waterweg is gevoed door de brede stroom. Op een onbewoond eiland word je nog geleefd, terwijl je van de wereld niets afweet. Maar doordat Richard van den Dool in zijn loopbaan als kunstenaar nauwelijks met zijn werk naar buiten is getreden, heeft het zich kunnen ontwikkelen tot de bijzondere stijl die dit nu bezit.
De deuren bleven natuurlijk niet altijd gesloten en de kunstenaar heeft geen oogkleppen op. Wat er in de kunstwereld om hem heen gebeurd laat hem niet koud, maar in zijn eigen werken klinkt het nauwelijks door. Dat werk valt te omschrijven als abstract maar geeft toch ook de realiteit werkelijk weer. Met de neus op de feiten, op microniveau de wereld beschouwend, steekt de omgeving zo in elkaar zoals Van den Dool deze weergeeft. De ene keer ligt het landschap er bij door met de ogen van de kunstenaar te kijken. Een ander moment verdrink ik in vorm en kleur en doe meer positieve moeite om de werkelijkheid te herkennen.

In de kunst van Richard van den Dool valt de werkelijkheid in delen uit elkaar, als een spiegel die in gruzelementen op de grond valt wanneer ik het van de kaptafel stoot. Iedere scherf heeft een eigen karakter en maakt geen deel meer uit van het geheel. Van den Dool veegt de brokstukken bij elkaar en lijmt het kapotte zo goed en zo kwaad als dat gaat compleet. Niet ieder onderdeel komt op dezelfde plek terug, maar de puzzel past wel precies. Er blijft niets over en achter. De snippers en flarden maken een nieuw beeld, een wereld die lijkt de onze te zijn maar boven de werkelijkheid zweeft. Het geeft herkenning maar is een abstract gevoel bij het zichtbare. Niet te plaatsen in de werkelijkheid, maar toch de waarheid benadrukkend. Een andere waarheid, die soms wel mooier oogt dan de werkelijkheid. De landschappen van Van den Dool zijn universeel, van overal en nergens. Breed inzetbaar op elk uitzicht. Met een sprankelende beeld opbouw, ieder werk is een genot voor de ogen.
Niet onzichtbaar
“Zijn schilderijen laten zich het best omschrijven als landschappen die niet bestaan”, lees ik in de uitgave bij de tentoonstelling in het Dordrechts Museum. “Luchtspiegelingen op het grensvlak van realiteit en verbeelding”, gaat conservator Peter Schoon verder in zijn voorwoord. Het is het gevolg van jaren schilderen in zijn atelier en het nauwelijks nooit met zijn werk naar buiten treden. Nu gaan de deuren open en verschijnen tot hier onontdekte schoonheden. Eerder in 1996 al had het museum van Dordrecht het voorrecht zijn werk bij uitzondering te mogen tonen. Daarna trok Van den Dool zich terug als heremiet in zijn schulp en blijft het lange tijd stil. De kunstenaar voelt geen behoefte met zijn werk naar buiten te treden, enkele uitstappen daar gelaten. Maar als mens is hij absoluut niet onzichtbaar – hij geeft advies bij en richt tentoonstellingen in en is een gepassioneerd kunstverzamelaar. Pas in 2020 is de tijd rijp de abstracte landschappen te tonen in het noordelijk gelegen Oranjewoud: Museum Belvédère. Dan wordt duidelijk welke vruchtbare periode Richard van den Dool in de beschermde omgeving van zijn eigen atelier heeft doorgemaakt.

In het boek dat de naam van de kunstenaar draagt is naast het vele werk dat wordt getoond een relatief kleine ruimte gelaten voor een tekst van kunsthistoricus Gerrit Willems. Het is daarom en om die reden een echt kunstboek te noemen. Een uitgave die heel goed met weinig woorden toe kan. De reproducties van de schilderijen spreken ruimschoots voor zichzelf, daar is geen uitleg bij nodig. Toch is Willems in gesprek gegaan met Van den Dool om duidelijkheid te scheppen in zijn wereld die welhaast een paradijs mag heten. Achter de muur van geen behoefte hebben aan publiekelijk vertoon groeien sappige vruchten aan bomen van niet ontdekte soort. Nu de poort opengaat barst de schoonheid welhaast uit de voegen. De ogen dwalen over de huid van de schildering, absorberen de kleuren die zich beperken tot geel, blauw, groen en iets van wit. Maar dan wel in diverse nuances. Dit gematigde palet maakt toch een sprankelende weergave mogelijk waarin de tint roze voortdurend ruimte krijgt.

Motieven in en uit de natuur
Een fragment van de tekst van kunstjournalist Gijsbert van der Wal, die hij schreef voor de hierboven genoemde tentoonstelling in Belvédère, maakt verhalend het plaatje rond. Een korte zienswijze, min of meer een opbouwende kritiek. En dan vergeet ik nog de twee gedichten die vriend Jan Eijkelboom schreef bij en opdroeg aan het werk van Van den Dool. Net als de dichter woorden en zinnen noteert bij de zichtbaarheid registreert de schilder thema’s en onderwerpen langs het levenspad. En dan vooral motieven in en uit de natuur, want deze verveelt hem nooit – al een leven lang ziet hij daarin steeds andere en vallen hem nieuwe dingen op. Patronen in de tuin, waar het zonlicht speelt met bomen en struiken. De wind zacht aan bladeren trekt. Spiegelingen op het water van de gracht, die stroomschema’s en abstracte figuren vormen. Van den Dool dicht met verf om zijn passie uit te drukken.

Schetsen doet Van de Dool niet ter plaatse, foto’s maken wel. Maar de sfeer slaat hij op in zijn geheugen. Daar kan hij in het atelier mee aan het werk. Met vorm en kleur zoekt hij naar harmonie en balans, maar om spanning te houden mag er ook weleens geen evenwicht zijn, er iets in de compositie zijn wat de boel verstoort. Het schilderij moet over de randen doorgaan, vindt Van den Dool. Het schilderij is een fragment uit de zichtbaarheid. Zijn beeld moet in het voorbijgaan gezien zijn. Maar niet vluchtig, het moet de aandacht vasthouden. De ogen moeten er over kunnen dwalen voordat de blik het beeld begrijpt. Uit dat beeld doemen plantendelen op of spiegelingen, struiken in de tuin, reflecties van de omgeving op water. Landschappen van de geest, een nieuwe werkelijkheid als afgeleide van en verwijzing naar wat gezien is.

Een warm bad
“Wat ik maak zijn landschappen die niet bestaan. Wat ik maak is niet de werkelijkheid”, laat Van den Dool door Willems uit zijn mond optekenen. “Ik hoop dat wie er langer naar kijkt in die nieuwe wereld gezogen wordt. En dat het je niet verveelt, dat je steeds iets nieuws ziet of elke keer iets anders.” In het gesprek heeft de schilder het voornamelijk over zijn manier van werken, over gebruikte technieken en de weg die hij ging om zover te komen als dat hij nu in de kunst is. Min of meer als een biografie en een inleiding op het getoonde werk. Dat werk waarin ik me in het boek kan onderdompelen als in een warm bad. Een klein deel daarvan mocht ik een paar jaar geleden zien in Museum Belvédère, en inderdaad hypnotiseerde die nieuwe wereld me. Het boeide me dermate dat ik wel moest blijven kijken.

Zo blader ik het boek ook door. Iedere compositie heeft iets magisch, vooral wanneer de figuratie vrijwel is uitgebannen en enkel de kleur als vormmaker opspeelt. Die abstractie geeft openheid. Het betekent een transparante manier van kijken. “De schilderingen hebben de kracht van een herinnering of droom”, merkt Gijsbert van der Wal op. “Je beleeft ze als sterke, intense beelden.” Maar beschrijven kun je ze nauwelijks, omdat ze in herinnering toch niet zo duidelijk beklijven. Het beeld toch een andere klank in mijn gedachten geeft. Ze verdienen dan ook geen beschrijving, ze spreken voor zichzelf en moeten gezien worden. Het is een waardevol boek derhalve, met werk van iemand die te lang in de schaduw van de kunstwereld is gebleven. Met plezier blader ik het door en nog eens, en krijgt het een ereplaats in mijn boekenkast.
Richard van den Dool, schilderijen. Teksten Gerrit Willems en Gijsbert van der Wal. Voorwoord Peter Schoon. Poëzie Jan Eijkelboom. Uitgave Dordrechts Museum / Waanders uitgevers Zwolle, 2022.

Leave a Reply