Het eerste wat opvalt aan het boek, van Ids de Roos wanneer ik het uit de verzenddoos pak, is de titel op het omslag: SKA(R)L. Waarom die haken om de letter R? Het betreft de plaats Scharl, in het Fries Skarl. Het ligt in de Zuidwesthoek van de provincie onder de rook van Stavoren en Warns en op een steenworpafstand van het Roode Klif. Schrijver de Roos legt die vreemde schrijfwijze meteen uit in zijn verantwoording. De Roos namelijk hanteert in het boek de Friese taal. Dat is soms een lastige taal, geeft hij toe. Wordt dan wel de r geschreven maar spreekt men deze letter niet altijd uit. “Wanneer Skarl niet geregistreerd stond, had ik niet eens geweten dat die letter in het woord moet.” Daarom heeft De Roos de letter tussen haakjes gezet: het is er wel maar wordt niet gehoord.
Het is een klein dorp, dat Ska(r)l, in de middeleeuwen ontstaan. Dan heet het nog Scarle, later Scherl en Scharlle. Het heeft op dit moment een 60 inwoners. Tussen Scharl en het naburige Laaxum komt op 26 september 1345 een klein leger van graaf Willem IV van Holland aan land om er de Friezen te bevechten. Het meest gedenkwaardige feit van deze kleine buurtschap. Het blijkt een ongelijke strijd, de Friezen zijn met man en macht opgewassen tegen de Hollanders en overwinnen. Dit gebeuren staat bekend als de Slag bij Warns. Er staat een gedenksteen van bij het Roode Klif, ofwel Reaklif: leaver dea as slaef. Ieder jaar wordt de slag nog herdacht. Dit gebeuren beschrijft Ids de Roos zijdelings in zijn boek. Het tekent wel de streek, maar is minder belangrijk voor zijn geschiedschrijving.
Vertellingen van horen zeggen
SKA(R)L is een boek dat het leven van Ids de Roos en de zijnen beschrijft in de Zuidwesthoek van Friesland. “Ferhalen út myn lytse Súdwesthoeke”, want in zijn tijd en eerder was de wereld niet groter dan zover je kon kijken in de driehoek Johan Frisokanaal, Morra en de Wielvaart. Je hebt er een weidse blik over het IJsselmeer, dat wel. De Roos beschreef als columnist van dorpskrant De Warnser Poarte het wel en wee van de boerengemeenschap. Het geeft de lezer, wanneer hem of haar het lezen van de Friese taal machtig is, een mooie kijk in het leven op het platteland van Friesland in deze regio.

Eigenlijk is SKA(R)L een geschiedenisboek, dat gedetailleerd de nabije historie van het dorp beschrijft. Met naam en toenaam komen de bewoners in de verhalen voorbij. Er zijn vertellingen van horen zeggen, van mond tot mond de wereld in gebracht. Maar ook laat De Roos mij zijn eigen ervaringen en herinneringen met en rond de plek weten. Het is door die verhalen van de straat een machtig mooi boek om te lezen. Ik loop mee met Ids langs de verkeerde weg, hoor het kanongebulder van een Hylper skeet en voel de gleone ryksdaalder in mijn handpalm.
Jan Hurddraver, Jan Barchje, Jan Pap
Het zijn allemaal vertrouwde voorvallen die De Roos over zijn geboorteplaats beschrijft, althans wanneer je van eenzelfde of daaromtrent geboortejaar bent en van het platteland komt. De eerste telefoon, Sintemaarten in optocht, de voddenkoopman aan de deur, pareltjebrij en ranja in een melkbus. Met de kaarten van het Frysk Boerekwartetspul in de hand kan de vaktaal van het boerenbedrijf worden ontleed en uitgelegd. Hoewel bepaalde zaken ouderwets aandoen en nauwelijks meer van deze tijd zijn. Zo is het boek SKA(R)L naast historisch verantwoord ook nog eens waardig te liggen op de koffietafel van een oudheidkamer. Het is een leerboek ook nog, het onderwijst over de bewoners van de boerderij, de opstallen als de schuur en de hooizolder, over de dieren – de koe, het paard, de schapen en het varken (kwartet!) – , de bedrijvigheid in het voorjaar en de zomer, het landwerk en het melken. Alle facetten van de boer en zijn bedrijf komen aan de orde. Tige nijsgirrich!

Er zijn familieverhalen, oorlogsverhalen, feestverhalen en verhalen die dorpsbewoners beschrijven. Verhalen die legendes worden, maar ook het broodje aap verhaal. Verhalen die verzonnen lijken, die van mond-tot-mond steeds minder waarheid krijgen en meer helshaftig worden. Verhalen over bijnamen, omdat die heel handig zijn wanneer er veel dezelfde voornamen in een dorp zijn. Houd de ene Jan dan maar eens gescheiden van de andere Jan, dus dan wordt het Jan Hurddraver of Jan Barchje en Jan Sticky of Jan Pap. Ido de Roos weet er een hele rij op te noemen en geeft daar dan een levendige beschrijving bij.
Welhaast alle inwoners van het dorp krijgen enkele zinnen of een heel verhaal in de columns van Ids de Roos toegemeten. Hij heeft een boeiende trant van schrijven, waardoor de vele voor mij onbekende namen uiteindelijk een bekende klank krijgen. En ook de vele zwartwit foto’s in het boek maken de tekst beeldend. Het zijn vooral die dorpsbewoners met hun doen en laten die het boek zo leesbaar maken. Somtijds lijkt de dorpskrant wel een boulevardblad, wanneer De Roos in zijn stukken deuren opent die voor anderen gesloten blijven. Door het boek word ik voor even, het moment van lezen, een Skalder.
SKA(R)L, ferhalen út myn lytse Súdwesthoeke. Ids de Roos. Utjouwerij DeRyp, 2022.

Leave a Reply