Hij geeft het in zijn eerste sonnet “Aan de lezer” als woord vooraf al aan, dat de vrije vogel zich in een keurslijf heeft gestoken. Dat hij daarmee moet voldoen aan strenge wetten die zomaar kunnen gaan knellen. De dwangbuis van het dichten, echter niet een strak driedelig pak om zijn vrije geest te temmen. In de nieuwe bundel “Sonnetten bij de tijd” schaart Rikkert Zuiderveld zich ongedacht en niet gewild bij de grote dichters van onze en verleden tijd door serieuze poëzie van dood en leven, liefde en nostalgie in de maat van het klinkdicht, een veertienregelig metrum, te gieten – of beter te dwingen.
Deze gedichtenbundel is een samenraapsel van gedichten die hij door de tijd heeft geschreven over de tijd: leeftijd, de tand en de geest des tijds, de verleden tijd, de actualiteit en de toekomende tijd. Met vooruitziende blik voorbij de waan van de dag, maar evengoed over de schouder terug kijkend. Niet chronologisch van kaft tot kaft opgenomen, maar op alfabetische volgorde van de titel. Het opschrift dat in een enkel woord het vers omvat. Zo valt de voortschrijdende tijd niet na te lezen, maar komen er momenten willekeurig naar voren. Vele kennen geen tijd, blijven actueel of bij de tijd. Andere zijn op een specifiek ogenblik geschreven en zetten daarmee dat tijdstip even stil.

Ondanks het figuurlijke korset, de letterlijke belemmering, weet Zuiderveld zich vrij en ongebonden te verwoorden. Met een scherpe blik beschouwt hij de wereld, slijpt de messen en doopt zijn pen in vitriool. Maar de dichter zal geen bittere woorden of boosaardige zinnen die bijtend rijmen dichten. Hij blijft omfloerst zijn gedachten spuien, waarbij er meerdere addertjes onder het gras zich roeren. Met diepzinnige overpeinzingen die kant en wal raken brengt hij de maatschappij en de mensen daarin voor het beklaagdenbankje. Er is veel te klagen, maar niet zo dat het negatieve ervan afspat. Rikkert Zuiderveld is een liedjesschrijver, geen cabaretier die met venijnige grappen deuren van heilige huisjes intrapt. Met zachte woorden fluistert hij harde standpunten, die al lezende zich steeds doordringender van het papier schreeuwen. Heb je naaste lief is het devies, en tot op zekere hoogte volgt hij dat advies. Het woord uit een hoger plan is de leidraad, dus zullen zijn zinnen altijd bedekt venijnig zijn.
Kijk en schrift transparant
Hoewel de onderwerpen wel zwaar op de hand kunnen zijn, want niets meer serieus dan oorlog en vrede, is de beschrijvende blik van Zuiderveld dat nooit. Met een lichte toets maakt hij het leven luchtig hoe somber dit ook kan zijn. De achtergrond of voedingsbodem van liedjesschrijver, waarbij de teksten op zijn mooist makkelijk mee te zingen zijn, helpt hem adem te blijven halen ook al beneemt de actualiteit hem dat meerdere malen. Dat wegschrijven van al te serieuze zaken zet hem niet in de rij van rijmelarijen. Zijn kijk en schrift blijft transparant, waarin de tegencultuur van bloemenkinderen weerklinkt: vrijheid, spontaniteit, creativiteit en plezier. Met een dikke streep eronder en een vet uitroepteken erachter van de goede god.

Het is niet allemaal pais en vree, maar door de woorden van Zuiderveld licht de wereld iets op, moet deze oppassen niet te gaan stralen. Wordt negativiteit positief omgebogen. Is de vluchteling als gast ontvangen, de asielzoeker krijgt onderdak. Hij legt troostend een vinger op de zere wond en kan het daarna venijnig open krabben. Geen enkel onderwerp blijft voor deze dichter verborgen, elk thema krijgt een ode, een lofdicht. Maar niet zo dat het zich op de borst mag kloppen, op een voetstuk gaat. Zuiderveld blijft in zijn zinnen met beide benen op de grond, onder de mensen, hij spreekt een ieder aan. Daarom staat zijn dichtwerk zonder drempel in de belangstelling, voor elk begrijpelijke taal.
Een vertaalslag
Zijn sonnet is een kort verhaal, in veertien regels afgerond. Met een duidelijk plot, een onverwachte wending en een verrassend slot. Nergens gaat Zuiderveld te ver in zijn gedichten, hoewel hij in gedachten toch weleens over grenzen zou willen gaan. Is zijn wens de vader van de gedachte? Gelooft Rikkert iets omdat hij wil dat het zo is. Of is de wens de moeder van de teleurstelling. Verwacht Zuiderveld weinig van anderen om niet gefrustreerd te raken. Hij verwacht juist veel, ziet het goede in de mens en krijgt daarmee voldoende terug om mee te leven. Zijn hand doet echter veelal niet wat zijn geest wil, er zit een vertaalslag tussen. Scherpe kanten krijgen op schrift ronde hoeken, de soep wordt niet zo heet gegeten als het is opgediend. Want “Wanneer ga je te ver? Er zijn toch grenzen / die afgesproken zijn of gedicteerd. / Dan blijf je even stilstaan, of passeert / bewust die lijn, gemaakt voor bange mensen.”

Rikkert Zuiderveld kan wat mij betreft een tijdlang dichter des vaderlands zijn. Ik benoemde hem al eens bij het lezen van de eerdere bundel “Kleine vergezichten” het geweten van Nederland. Het geheugen, de ziel van mijn bestaan. Hij kiest de woorden zorgvuldig, overdacht. Maar het schijnt hem zo gemakkelijk af te gaan, alsof hij de muze zelf is, zijn eigen inspiratie. Hij is begeesterd door een andere geestdrift, een bezieling van een heilige ziel begiftigd zijn gedachten. Had hij een halve eeuw geleden al dat scherpe mes dat in zwak vlees sneed, die botte bijl waarmee hij normen en waarden omver hakte. Nu is de liedjessmid op leeftijd en werd een cynisch dichter, of nee, een woordkunstenaar met ironische toon. Bezonnen, bij zinnen. Ernstig, evenwichtig, kalm en koel.
Hoewel goedmoedig niet goedhartig, want uitwassen, kwalen en misstanden probeert hij nog altijd te ontregelen. Dat doet hij met zachte hand, met milde woorden en een kalm gemoed. Maar onder die mantel der liefde steekt een Kaïn die tot Abel werd, een Esau die Jacob is en Johannes die Jezus doopt. Die Jezus die de tempel schoonveegt en ontdoet van kooplui en geldhandelaars, zoals Rikkert de taal ontdoet van harde woorden en vloekende zinnen.
Een troostende arm
Rikkert is geen god, maar kan dit in het diepst van zijn gedachten wel zijn. Hij haalt herinneringen op, voorvallen die door de tijd uit het geheugen dreigen te verdwijnen. Maar ook ziet hij in het nu en geeft zingende regels aan zaken die morgen uit de actualiteit verdwenen zijn. Een blik in de toekomst geeft Zuiderveld voorspellende gaven. Maar die troon wil hij niet bestijgen: “Ik hoor bij de eenvoudigen van geest / en ik ben nooit een hoogvlieger geweest.”


Bescheidenheid siert de mens. Want zijn vogelview, zijn blik op de wereld van boven om de tijd geen kans te geven de aarde te verstoffen, maakt hem wel tot helder licht en slimmerik. Ik lees een bemoedigend woord, ik voel een troostende arm om mijn schouder en ik heb het beeld van een zachtmoedig mens. Maar deze mens kan ook uit zijn slof schieten wanneer het sprookjesland, de prinsjesdag en het Binnenhofse Bos woorden van afkeur verdienen. Hij is een liedjessmid, een woordenwever en de protestzanger in hem is nog lang niet dood. Er blijft altijd iets te protesteren, tegen te ageren, maar zijn tijd heeft geleerd dat dit beter beklijft met minder harde woorden en een zachte menselijkheid. Radertjes in de tijd.
“Mijn vingers glijden tastend langs het woord, / alsof ik blind ben. Zo ben ik geboren: / om tekens te ontcijferen, te horen / hoe lippen prevelen. Ik rijg een koord / / van kralen, letters, raadsels, zwarte inkt. / Ze vragen: grijp ons vast, breng ons tot leven! / Of staan wij hier ten dode opgeschreven? / Maak ons een woord dat duizendtalig klinkt. / / Ik heb geproefd, getast, gekust, gekeken, / een stamelend begin. Wat is gezegd / is maar een woord, een klank die weer verdwaalt / / totdat het vlees wordt en het zacht gaat spreken / en zich verlegen aan mijn lippen legt / en zegt: mijn kind, ik heb naar u getaald.”
Sonnetten bij de tijd. Rikkert Zuiderveld. Gedichtenbundel. Een uitgave in samenwerking met de EO. Uitgeverij Ark Media (Royal Jongbloed Publishing), 2022.

Leave a Reply